U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 02-09-2023.

Ministeriële regeling · BWBR0048593

Mandaatbesluit BZK 2023

Wijzigingen Officiële bron
Mandaatbesluit BZK 2023Mandaatbesluit BZK 2023De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

handelend in overeenstemming met de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Gelet op artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst;

Besluit vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit BZK 2023:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.G.J.Bruins Slot

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Mandaat wordt niet verleend met betrekking tot:

Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die, gelet op het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499), behoren tot het werkterrein van de secretaris-generaal.

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

De secretaris-generaal verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, met uitzondering van de in artikel 3.4, derde lid, beschreven situatie, na advies van de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving, de directeur FEZ en de directeur P&O.

Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal worden diens taken uitgeoefend door de plaatsvervangend secretaris-generaal. Bij diens afwezigheid wordt één van de diensthoofden belast, naar anciënniteit van de benoeming in de functie van diensthoofd binnen BZK Kerndepartement.

Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal en de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende functionarissen en dienstonderdelen.

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de plaatsvervangend secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

Aan het diensthoofd wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van het diensthoofd en de onder het diensthoofd ressorterende functionarissen en dienstonderdelen.

Het mandaat van de directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie omvat tevens:

Het mandaat van de directeur-generaal van het Rijksvastgoedbedrijf omvat tevens het verlenen van volmacht aan medewerkers van notariskantoren voor het passeren van notariële akten ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het eigen werkterrein en voor zover het gaat om het zakenrechtelijk bevestigen van reeds aangegane verplichtingen.

Het mandaat van de directeur-generaal Volkshuisvesting en Bouwen omvat tevens het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden van de Autoriteit woningcorporaties betreft.

Het mandaat van het diensthoofd is niet van toepassing op:

Aan de algemeen directeur wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de algemeen directeur en de onder de algemeen directeur ressorterende functionarissen.

Aan de directeur wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de directeur en de onder de directeur ressorterende functionarissen en dienstonderdelen.

Het mandaat van de directeur FEZ omvat tevens:

Het mandaat van de directeur P&O omvat tevens:

Het mandaat van de directeur Ambtenaar en Organisatie omvat tevens:

Het mandaat van de directeur Inkoop-, Facilitair- en Huisvestingbeleid Rijk omvat tevens:

De uitoefening van een mandaat geschiedt met inachtneming van:

In gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist de bewindspersoon, de secretaris-generaal of het diensthoofd over de doorverlening van zijn mandaat.

Wijziging van dit besluit geschiedt op initiatief van de directeur P&O na advies van de directeur FEZ en de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving.

Het Mandaatbesluit BZK 2022 wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 23 maart 2022, met uitzondering van artikel 4.6 tweede lid, artikel 5.10 tweede lid, artikel 6.6 derde lid en artikel 7.8 derde lid, die werken terug tot en met 20 maart 2023.

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit BZK 2023.

Maximumbedragen voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven, als bedoeld in de artikelen 5.8, eerste lid, 6.4, eerste en vierde lid, en 7.7 eerste en vijfde lid, van het Mandaatbesluit BZK 2023.

Bedragen zijn per (meerjarige) verplichting, in euro’s en inclusief BTW.

Deze bijlage is niet van toepassing op het Rijksvastgoedbedrijf.

1 De functiebenaming directeur SSO-CN, zoals in deze bijlage 1 opgenomen, is in lijn met het Organisatiebesluit BZK 2023. De werktitel behorend bij deze functie betreft Diensthoofd SSO-CN.