Ministeriële regeling · BWBR0048766

R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 oktober 2023, nr. 41107325, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor technologiedomeinen voor de Einstein Telescope (R&D regeling technologiedomeinen Einstein Telescope)R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

Gelet op artikel 1.2. van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.H.Dijkgraaf

In deze regeling wordt verstaan onder:

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

De regeling heeft als doel eraan bij te dragen dat de voor de Einstein Telescope relevante technologiedomeinen worden (door)ontwikkeld, om daarmee het hightech bedrijfsleven de mogelijkheid te bieden zich te positioneren op potentiële directe en indirecte valorisatie-effecten en om bij te dragen aan een optimaal innovatief ecosysteem voor de Einstein Telescope, mede om daarmee de kans te maximaliseren dat de Einstein Telescope in de Euregio Maas-Rijn kan worden gerealiseerd. Daartoe worden op grond van deze regeling subsidies verstrekt aan kwalificerende aanvragers voor het uitvoeren van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten, voor technologiedomeinen die relevant zijn voor de Einstein Telescope.

De minister kan subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten binnen een project:

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverstrekking worden geweigerd, indien:

Aan de aanvrager worden de volgende verplichtingen opgelegd:

Deze regeling wordt aangehaald als: R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope.

Deze bijlage hoort bij de artikel 9 en 10 van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope.

In de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope is opgenomen dat de aanvragers per technologiedomein en binnen een vast te stellen periode aanvragen kunnen indienen. De minister beoordeelt de aanvragen op grond van een aantal beoordelingscriteria zoals in de regeling zijn opgenomen. In deze bijlage is uitgewerkt hoe de aanvragen beoordeeld worden en worden de beoordelingscriteria nader uitgelegd. Iedere subsidieaanvraag wordt beoordeeld op basis van het aanvraagformulier (plus bijlagen) aan de hand van de beoordelingscriteria die in dit artikel zijn opgenomen.

Om de besluitvorming zorgvuldig voor te bereiden heeft de minister een groep van deskundige partijen samengesteld om de aanvragen te toetsen aan de beoordelingscriteria die in deze regeling zijn vastgesteld. In deze bijlage wordt de groep aangeduid als de begeleidingsgroep. De leden van deze groep zijn onafhankelijk en de namen van de begeleidingsgroep staan gepubliceerd op de website waar de regeling is aangekondigd.

Bij de beoordeling gaat LIOF uit van de onderstaande scores.

De minister kent totaalscores toe aan de verschillende beoordelingscriteria. Hieronder staat een beschrijving van de beoordelingscriteria:

Voor elk beoordelingscriterium zoals hierboven genoemd kent elk lid van de eerdergenoemde begeleidingsgroep punten toe op een schaal van 0 tot en met 4. De minister berekent het ongewogen gemiddelde van alle vier beoordelingscriteria. Als het project op één van de beoordelingscriteria lager scoort dan een ongewogen gemiddelde van 2 (waarbij wordt afgerond op 1 decimaal), komt het project niet voor subsidie in aanmerking.

De minister berekent vervolgens de totaalscore door de (afgeronde, ongewogen) gemiddelde score voor elk beoordelingscriterium bij elkaar op te tellen. De projecten met de hoogste totaalscores ontvangen de subsidie. Als meerdere subsidieaanvragen dezelfde gemiddelde beoordeling hebben, dan bepaalt de minister op basis van loting welke partij voor subsidie in aanmerking komt.

Het Limburgs Instituut voor Ontwikkeling en Financiering (LIOF) is belast met de uitvoering van de regeling en is gemandateerd te besluiten op de aanvragen en is verantwoordelijk voor de organisatie van de beoordeling.

Deze bijlage hoort bij de artikelen 8 en 11 van de R&D regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

De openstellingstermijn, zoals bedoeld in artikel 8, lid 1 van de R&D regeling technologiedomeinen Einstein Telescope voor het technologiedomein Trillingsvrij koelen loopt vanaf het moment van publicatie van deze R&D regeling tot en met 24 november 2023 om 23:59.

Het subsidieplafond, zoals bedoeld in artikel 11, lid 2 van de R&D regeling technologiedomeinen Einstein Telescope bedraagt € 2.585.000,00

Uitwerking technologiedomein Trillingsvrij koelen

Deze bijlage hoort bij artikel 8, vijfde lid, onderdeel d, van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

De samenwerkende partijen leggen afspraken vast met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten, en daarmee verband houdende toegangsrechten. De toekenning van de rechten is een passende afspiegeling van de werkpakketten, bijdragen en respectieve belangen van de samenwerkende participanten.

Er wordt vastgelegd welke partij de rol van IP coördinator op zich neemt.

Tevens worden afspraken gemaakt over i) het eigenaarschap van en toegang tot achtergrondkennis, zijgrondkennis en voorgrondkennis; ii) de kostenverdeling met betrekking tot het creëren en onderhouden van de portfolio van intellectuele-eigendomsrechten; iii) de keuzes die gemaakt zullen worden met betrekking tot de geheimhouding en beveiliging van informatie, alsmede de besluitvorming met betrekking tot het publiceren dan wel patenteren van nieuwe resultaten; iv) beëindiging en overdraagbaarheid van eigenaarschap van intellectuele-eigendomsrechten binnen het consortium; v) het toetreden van nieuwe partijen tot het consortium; vi) geschilbeslechtingsregelingen.

Tenslotte worden er afspraken vastgelegd over het gebruik en exploitatie van voorgrondkennis. Hierbij valt o.a. te denken aan het gebruik voor onderzoeksdoeleinden door (andere) participanten, commercieel gebruik van voorgrondkennis door participanten, en gebruik van voorgrondkennis voor commercieel gebruik door derden.

Deze bijlage hoort bij de artikelen 8 en 11 van de R&D regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

Openstelling Trillingsdemping

De openstellingstermijn, zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope voor het technologiedomein Trillingsdemping loopt vanaf [22 april 2024] tot en met 31 mei 2024 23:59 uur. Het subsidieplafond, zoals bedoeld in artikel 11, tweede lid van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope bedraagt € 2.750.000,00.

Uitwerking technologiedomein Trillingsdemping

Deze bijlage hoort bij de artikelen 8 en 11 van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

De openstellingstermijn, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope voor het technologiedomein Optica loopt vanaf 7 juli 2024 tot en met 12 september 2024 om 23:59 uur. Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope bedraagt € 2.500.000,00.

Uitwerking technologiedomein Optica

Deze bijlage hoort bij de artikelen 8 en 11 van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

Openstelling Thermische deformaties

De openstellingstermijn, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope voor het technologiedomein Thermische Deformaties loopt vanaf 2 september 2024 tot en met 17 oktober 2024 om 23:59 uur. Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope bedraagt € 2.250.000,00. De uiterste einddatum voor afronding van projecten binnen dit domein is 30 juni 2027.

Detectoren van zwaartekrachtgolven gebruiken krachtige laserstralen om de kilometerslange afstand tussen supergepolijste spiegels te meten. Het interferometrische proces vergelijkt twee bundels voor een differentiële meting. Om de interferometer de extreme gevoeligheid te laten bereiken die voor Einstein Telescope (hierna: ET) wordt beoogd, moeten de optische verliezen in het systeem niveaus van tientallen paar delen per miljoen (hierna: ppm) bereiken en moet het golffront van de hoofdlaser onvervormd blijven om contrastdefecten op een vergelijkbaar niveau te bereiken. Hieronder staat een nadere toelichting.

Elk defect in de grote optiek van ET kan de prestaties van de detector op verschillende manieren verminderen, bijvoorbeeld via optisch verlies, door vervorming in de stuursignalen van de interferometer of door het opwekken van stralingsdrukgestuurde resonanties in het opto-mechanische systeem. Niet alle defecten kunnen worden vermeden tijdens de fabricage. We gebruiken optische uitlezingen van de hoofdlaserbundel om extra vervormingen te meten en te beperken.

We hebben ruimtelijk opgeloste, zeer nauwkeurige metingen van de optische fase op verschillende locaties nodig. Er moet een gedetailleerd opto-mechanisch model worden gebruikt om een globaal detectie- en regelsysteem te ontwerpen. We moeten informatie over individuele defecten afleiden uit de globale toestand van de interferometer. Tot slot moeten we contactloze actuatoren ontwikkelen die de gemeten optische defecten in-situ kunnen verminderen of compenseren.

Kortom, we hebben een continu en contactvrij detectie- en regelsysteem nodig met een interferometrische fasenauwkeurigheid van beter dan 10-14 voor een 10 km lange interferometer met vrij bewegende spiegels met een massa van ongeveer 200 kg.

De transversale ruimtelijke eigenschappen van een laserbundel spelen een belangrijke rol in de laserinterferometers van ET. Elk verschil in de vorm van de hoofdlaserbundel tussen de interferometerarmen veroorzaakt imperfecte interferentie, wat leidt tot signaalverlies. Bovendien worden radiofrequente zijbandcomponenten van de bundel gebruikt om de positie en oriëntatie van de interferometeroptiek uit te lezen. Elke ruimtelijke vervorming van deze velden kan leiden tot systematische fouten in de optische uitlezing, waardoor de regelsystemen de spiegels verkeerd richten, wat leidt tot signaalverlies. Daarnaast zijn verschillende opto-mechanische systemen afhankelijk van een gecontroleerde vorm van de bundel, en afwijkingen kunnen de oorzaak zijn van instabiliteiten, zogenaamde parametrische instabiliteiten, en hoekcontrole-instabiliteiten, die het onmogelijk kunnen maken om de interferometer operationeel te krijgen en te houden.

De huidige Virgo en LIGO interferometers hebben veel last gehad van dergelijke problemen. In Virgo en LIGO in het bijzonder, is de thermische vervorming van het optisch systeem als gevolg van de resterende zeer kleine absorptie van de laserbundels met hoog vermogen een groot probleem. Dat probleem verhindert het gebruik van het volledige laservermogen tot op de dag van vandaag. Gedetailleerde studies met deze experimenten hebben geleid tot de identificatie van de belangrijkste uitdagingen die we voor ET moeten aanpakken.

ET bestaat uit drie detectoren die samengevouwen zijn in een driehoek. Iedere detector wordt gevormd door twee interferometers, een voor de laagfrequente zwaartekrachtsgolven (hierna: LF) en een voor de hoogfrequente zwaartekrachtsgolven (hierna: HF). In totaal huisvest ET daarom zes 10 km lange interferometers.

Het gebruik van twee interferometers voor elke detector, één werkend bij hoog optisch vermogen (ET HF) en één bij laag optisch vermogen (ET LF), helpt om de invloed van de thermisch geïnduceerde effecten te verminderen. Resterende bundelvormdefecten moeten echter nog steeds worden gecontroleerd en onze huidige hulpsystemen voor het meten en compenseren van spiegeldefecten voldoen niet aan de ET-eisen.

Nauwkeurige golffrontmetingen: we kunnen optische uitlezingen van de hoofdlaserbundel of van radiofrequentie-componenten (hierna: RF-componenten) die meebewegen met de hoofdbundel gebruiken om golffrontfouten te meten en daaruit de defecten af te leiden van de 7 hoofdoptieken in de grote interferometer. De bundel is van uitstekende kwaliteit in fase, amplitude en vorm en levert dus een zeer nauwkeurige aflezing. Maar omdat het de impact van 7 optieken in gekoppelde optische resonatoren mengt, is de afleiding van deze metingen een uitdaging. Nauwkeurigere golffrontsensoren, met een hoge ruimtelijke en tijd oplossing, kunnen de basis vormen voor een krachtiger systeem.

Detectie van de hulpspiegelkwaliteit: Sommige specifieke defecten, zoals vervormingen door puntabsorbers in de spiegelcoating, kunnen veel nauwkeuriger worden gemeten met een speciale hulpbundel dan met de optische uitlezing van de hoofdbundel. Speciale Shack-Hartmann en Hartmann sensoren zijn ontwikkeld en getest in LIGO en Virgo, maar voldoen nog niet aan de ET eisen. Bovendien zijn deze tot nu toe gericht op oppervlaktevervormingen, terwijl een thermisch geïnduceerde gradiënt van de brekingsindex in het hoofdmateriaal het dominante probleem kan zijn, vooral in de hoofdbundelsplitser met de gecompliceerde geometrie van 4 invallende bundels.

Afleiding van de interferometertoestand uit optische detectie: golffrontwaarnemingen van de hoofdbundel leveren informatie over de globale toestand van de interferometer, door de gecombineerde vervormingen van 7 optieken (reflecties en transmissies) te meten. We zijn succesvol geweest in het ontwerpen van schema's voor positie- en oriëntatieregeling, die alle vrijheidsgraden van de optische systemen kunnen uiteenrafelen uit de uitlezingen van de hoofdbundel. Een soortgelijk schema is nog niet volledig gedemonstreerd voor het meten van vervormingen van spiegeloppervlakken.

Modellering van de opto-mechanische dynamica van de interferometer: De toestand van de interferometer hangt het sterkst af van de positie en oriëntatie van de spiegels. De regelkringen voor deze vrijheidsgraden kunnen worden beïnvloed door veranderingen in de vorm van de bundel. Stralingsdrukeffecten veroorzaken extra koppelingen tussen de optica en hun mechanische ophangsystemen, wat leidt tot een nauw gekoppeld systeem dat meer dan 10 km lang is en optische, mechanische en elektronische regelsystemen koppelt. De meeste systemen zijn zeer niet-lineair en gekoppeld via meerdere kanalen, tenzij het systeem zich al in een stabiele toestand bevindt in een zeer klein volume van de beschikbare parameterruimte. Vanwege dit specifieke type optische en opto-mechanische koppeling dat inherent is aan de ET interferometers, kunnen we geen modelagnostische inferentiemethoden gebruiken, maar zijn we afhankelijk van gedetailleerde numerieke modellen van de hardware. Door nauw samen te werken met de Virgo- en LIGO-detectoren moeten we modellen ontwikkelen die correct overeenkomen met de gemeten gegevens van de belangrijkste typen fouten gerelateerd aan spiegeloppervlaktedefecten.

Contactloze compensatie van spiegelvervormingen: In de huidige detectoren gebruiken we ruimtelijk gestuurde verwarming van de spiegels om thermisch geïnduceerde defecten te compenseren. Verschillende soorten actuatoren zijn speciaal ontwikkeld voor gebruik in interferometers voor zwaartekrachtsgolven, zoals ringvormige verwarmers, gesegmenteerde verwarmingsarrays en CO2-lasers die een programmeerbaar warmteprofiel op het spiegeloppervlak kunnen leveren. Sommige van deze systemen kunnen verder ontwikkeld worden voor ET-HF, dat gesmolten siliciumdioxide optica gebruikt bij kamertemperatuur. Maar voor ET-LF, met de hoofdspiegels op een cryogene temperatuur onder 20 Kelvin (hierna: K), kan dezelfde benadering niet worden gebruikt. We moeten een nieuw contactloos schema ontwikkelen voor golffrontcompensatie in cryogene omgevingen.

Adaptieve optiek in hulpsystemen: de optische hulpsystemen rond de hoofdinterferometer maken gebruik van optische telescopen, periscopen, Faraday isolatoren, enzovoort-. Elk optisch defect in deze systemen kan de signalen van de hoofdinterferometers maskeren. We zijn bijvoorbeeld van plan om kleine-bundel stuurinrichtingen te gebruiken om de optische bundels gecentreerd te houden op optische sensoren, zelfs als de oriëntatie van de hoofdspiegels verandert. Deze systemen moeten deel uitmaken van een gecombineerd systeem dat golffrontvervormingen en uitlijnfouten in hulpoptieken kan compenseren. In de meeste hulpsystemen is de straal van de optische bundel aanzienlijk kleiner dan in de hoofdinterferometer (een paar mm tot een paar cm) en we verwachten dat bekende technieken uit de adaptieve optica gebruikt kunnen worden in deze systemen.

Oppervlaktekwaliteit van optiek met vrije vorm: de huidige optiek voor detectoren voor zwaartekrachtgolven is afhankelijk van de nieuwste polijsttechnieken die beschikbaar zijn voor bolvormige oppervlakken. In de afgelopen decennia hebben we een uitgebreide kennis ontwikkeld over cilindrische substraten met supergepolijste sferische oppervlaktevormen. Voor sommige toepassingen zou vrije-vorm optiek echter interessante voordelen bieden, bijvoorbeeld door de footprint van hulpsystemen te verkleinen of door compactere bundel-expander-telescopen in de hoofdinterferometers mogelijk te maken. We moeten een demonstratiemodel ontwikkelen om de prestaties van moderne vrije-vorm optica te testen door de hele keten heen: vanaf het formuleren van eisen, fabricage, validatie en bedieningsgemak.

Binnen dit domein is er een aantal specifieke uitdagingen waarbij de inbreng van het bedrijfsleven is gewenst. Deze uitdagingen zien er als volgt uit:

Detectoren van zwaartekrachtgolven gebruiken krachtige laserstralen om de kilometerslange afstand tussen supergepolijste spiegels te meten. Het interferometrische proces vergelijkt twee bundels voor een differentiële meting. Om de interferometer de extreme gevoeligheid te laten bereiken die voor ET wordt beoogd, moeten de optische verliezen in het systeem niveaus van tientallen ppm bereiken en moet het golffront van de hoofdlaser onvervormd blijven om contrastdefecten op een vergelijkbaar niveau te bereiken. Hieronder staat een nadere toelichting.

Delen van het optische systeem in ET kunnen meerdere Megawatt (hierna: MW) continu laservermogen aan. Restabsorptie zorgt ervoor dat de optische testmassa's opwarmen en mechanisch vervormen, wat op zijn beurt leidt tot golffrontvervormingen en hoger optisch verlies door verstrooiing. Om dit effect te beperken, voorzien we een feedbacksysteem met gesloten lus dat continu de kwaliteit van de optische bundel meet en contactloze activering gebruikt om de vervorming van de testmassa's te corrigeren.

Soortgelijke systemen zijn ontwikkeld voor de huidige detectoren LIGO en Virgo, en we kunnen profiteren van ontwikkelingen in adaptieve optica op andere gebieden. We worden echter geconfronteerd met extra uitdagingen die specifiek zijn voor onze toepassingen: de vereiste golffrontnauwkeurigheid voor de hoofdbundel ligt op een niveau waarop gewone golffrontsensoren niet volstaan. Ruimtelijk opgeloste fase- en intensiteitsmetingen bij radiofrequenties en een hoge temporele en ruimtelijke resolutie zijn vereist. Daarnaast vereist de interpretatie van de sensorgegevens een gedetailleerd model van het dynamische gedrag van een complex opto-mechanisch systeem. De stralingsdruk van de laserbundel vormt een sterke elastische koppeling tussen de spiegels, waardoor een zeer complex opto-mechanisch systeem ontstaat dat zich uitstrekt over de gehele 10 km van ET. Zogenaamde parametrische instabiliteiten kunnen zich onder specifieke omstandigheden ontwikkelen en resonanties van de gekoppelde opto-mechanische resonatoren opwekken.

Last but not least hebben we alleen ervaring met contactvrije golffrontcorrectie bij kamertemperatuur, terwijl voor sommige systemen in ET een dergelijke actuatie nodig kan zijn bij of in de buurt van spiegels bij cryogene temperaturen (10K).

In een aantal gerelateerde projecten is reeds vooronderzoek gedaan naar deze technologie:

Deze bijlage hoort bij de artikelen 8 en 11 van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

Openstelling- Vacuümtechnologie

De openstellingstermijn, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope voor het technologiedomein Vacuümtechnologie loopt vanaf 25 oktober 2024 tot en met 28 november 2024 om 23:59 uur. Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope bedraagt € 2.000.000,00. De uiterste einddatum voor afronding van projecten binnen dit domein is 30 juni 2027.

Uitwerking technologiedomein Vacuümtechnologie

1. Introductie

Voor de Einstein Telescope (hierna: ET) is ongeveer 120 kilometer vacuümbuis nodig met een binnendiameter van 1 meter om laserstralen ongestoord tussen spiegels te laten kaatsen.

De huidige detectoren gebruiken roestvrij staal (AISI 304L) voor hun 3 tot 4 kilometer lange buizen, met een diameter van 0,7 tot 0,9 meter en een wanddikte van 3 tot 4 millimeter. Deze werken bij een totale vacuümdruk van 10-8 millibar (hierna: mbar).

Als deze technologie wordt opgeschaald naar de ET zal dat resulteren in een duur arm-vacuümsysteem. Daarnaast heeft ET strengere ultrahoogvacuüm (hierna: UHV) eisen.

Binnen dit domein staat de zoektocht naar alternatieven voor dit vacuümsysteem centraal. Parallel wordt er bij andere instituten – waaronder CERN – nader onderzoek gedaan.

2. Uitdaging van het vacuümsysteem

De hoofdvraag luidt: ‘Hoe bouwen we de 120 kilometer UHV vacuümbuizen voor de armen van de ET, die aan alle eisen voldoen?’

Specifiek gaat het om de industrialisatie en proof-of-concept van een kostenefficiënte productie- en ondergrondse installatiestrategie, voor de vacuümsystemen van de ET op basis van een corrugated buisontwerp. Bij een corrugated buisconcept wordt uit plaatmateriaal een gegolfde vorm gemaakt om de buis te verstevigen en waardoor de wanddikte dunner kan zijn.

Hierbij moet rekening worden gehouden met het reduceren van de kosten ten opzichte van een conventioneel AISI 304L buissysteem, de doorlooptijden, de reductie met betrekking tot lifecycle-analyse uitkomsten en risico’s. Hierop zijn, onder andere maar niet uitsluitend, het uitstookproces voor het reduceren van restgassen, de reinheidseisen van oppervlakken en de betrouwbaarheid van eventuele lassen van grote invloed. Een algehele systeemintegratie is cruciaal, niet alleen met het oog op de kosten, maar ook met het oog op de vereiste lange levensduur van minstens 50 jaar met idealiter weinig onderhoud.

De Einstein Telescope Organisatie heeft een contract met CERN voor de ontwikkeling van de UHV-buizen. In dit contract is afgesproken dat CERN het Technisch Design Rapport schrijft, een prototype bouwt en test, workshops organiseert en contact onderhoudt met de collega’s die werken aan de Cosmic Explorer (toekomstige gravitatiegolfdetector in de US). Binnen dit project wordt door CERN nog volop gewerkt aan verschillende werkpakketten. Resultaten vanuit de werkpakketten zullen na goedkeuring worden gedeeld.

CERN is echter een wetenschappelijke onderzoeksfaciliteit. CERN heeft veel ervaring met grote projecten, maar voor de fabricage en installatie van 120 kilometer vacuümbuis is kennis vanuit de industrie nodig. Die kennis is belangrijk om de maakbaarheid en industrialisatie van de vacuümbuis verder te ontwikkelen.

3. Specifieke doelstelling voor dit domein

De vacuümbuizen moeten voldoen aan de eisen die zijn opgesteld in het document: ‘Einstein Telescope beampipe requirements’ (ET-0385A-24, 2024; te downloaden via www.einsteintelescopeforbusiness.nl). In dit document staan bijvoorbeeld de eisen over de maximale restgasdrukken in de buis en eisen over het afvangen van lichtvervuiling door schotten, veroorzaakt door het weerkaatsen van de laser tegen restgassen, deeltjes en andere vervuiling.

Andere onderwerpen zijn de diameter van de buis, de werkcondities onder de grond en de uitlijning van de buis. Voortvloeiend uit dit pakket van eisen volgen impliciete eisen op bijvoorbeeld maakbaarheid en betrouwbaarheid.

Binnen dit domein zijn er een aantal specifieke uitdagingen waarbij de inbreng van het bedrijfsleven is gewenst. Deze uitdagingen zijn:

Een ontwerp van de corrugated buis is beschikbaar, maar dit ontwerp kan aangepast worden als dat een verbetering voor de productie en/of installatie oplevert. Ferritisch roestvrij staal AISI 441 / X2CrTiNb18 wordt op dit moment als voorkeursmateriaal beschouwd, omdat verwacht wordt dat dit een substantiële kostenbesparing kan opleveren (Carlo Scarcia, ‘Study of selected mild steels for application in vacuum systems of future gravitational wave detectors,’ Journal of Vacuum Science and Technology, 5 augustus 2024). Roestvrij staal AISI 304L wordt beschouwd als alternatief en back-up materiaal.

Er zijn – in overleg – mogelijkheden tot samenwerking met en testen bij CERN.

4. Gerelateerde documentatie en projecten

Naast de reeds genoemde documentatie, zijn er diverse rapporten waarin meer informatie is te vinden:

In een aantal gerelateerde projecten is vooronderzoek gedaan naar de uitdagingen: