Ministeriële regeling · BWBR0049333
Regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake het EMU-saldo
Handelende in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
Gelet op artikel 3 van de Wet houdbare overheidsfinanciën;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst,M.L.A. vanRijDe definities van artikel 1 van de Wet houdbare overheidsfinanciën zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling.
Het collectieve aandeel van de decentrale overheden gezamenlijk in het EMU-saldo, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, wordt voor de jaren 2024 tot en met 2026 vastgesteld op -0,5 procent van het bruto binnenlands product.
Het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo, bedoeld in artikel 2, wordt uitgesplitst naar:
- a.
een aandeel voor de provincies gezamenlijk dat voor 2024 tot en met 2026 wordt vastgesteld -0,10 procent van het bruto binnenlands product;
- b.
een aandeel voor de gemeenten gezamenlijk dat voor 2024 tot en met 2026 wordt vastgesteld -0,34 procent van het bruto binnenlands product;
- c.
een aandeel voor de waterschappen gezamenlijk dat dat voor 2024 tot en met 2026 wordt vastgesteld -0,06 procent van het bruto binnenlands product.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2024, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2024.