Ministeriële regeling · BWBR0049387
Tijdelijke aanwijzing rechtbank Zeeland-West-Brabant voor enkelvoudige strafzaken in eerste aanleg van de rechtbank Rotterdam
Gelet op artikel 46a van de Wet op de rechterlijke organisatie;
Gehoord de Raad voor de rechtspraak;
Gehoord het College van procureurs-generaal;
BESLUIT
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage5 februari 2024De Minister voor Rechtsbescherming,F.M.WeerwindVoor de behandeling van enkelvoudige strafzaken die aanhangig zijn gemaakt bij de rechtbank Rotterdam, wordt de rechtbank Zeeland-West-Brabant aangewezen als rechtbank waarvan de zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen tijdelijk mede worden aangemerkt als zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen van de rechtbank Rotterdam, als bedoeld in artikel 46a, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2024 en vervalt met ingang van 1 maart 2027.
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke aanwijzing rechtbank Zeeland-West-Brabant voor enkelvoudige strafzaken in eerste aanleg van de rechtbank Rotterdam.