Ministeriële regeling · BWBR0049544
Regeling stimulering schoon en emissieloos bouwen voor medeoverheden
Gelet op artikel 17, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, artikel 3, eerste lid, onderdeel a en b, artikel 4, eerste en tweede lid, en 5, van de Kaderwet subsidies I en M en artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van de Wet Mobiliteitsfonds en artikel 2, derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;
BESLUIT:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,V.L.W.A.HeijnenIn deze regeling wordt verstaan onder:
aanvrager: gemeente, provincie of waterschap;
bouwmachine:
- a.
bouwwerktuig:
- 1°.
mobiele machine;
- 2°.
vervoerbare industriële uitrusting; of
- 3°.
voertuig, niet bestemd voor personen- of goederenvervoer over de weg; en
- 4°.
welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel A; of
- 1°.
- b.
hulpfunctie:
- 1°.
machine die is gemonteerd op het chassis van een weg- of spoorvoertuig of een drijvend werktuig; en
- 2°.
welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel B; of
- 1°.
- c.
bouwvoertuig:
- 1°.
voertuig met de in het kentekenregister vastgelegde voertuigkwalificatie N2 of N3 en met de carrosseriecode 9, 10, 15, 16, 26, 27 en 28 of de aanduiding voor speciale doeleinden SF en indien het voertuigcategorie N2 betreft vanaf een gewicht van 4.250 kg; en
- 2°.
welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel C; en
- 1°.
- d.
indien elektrisch aangedreven beschikkende over een continu elektrisch vermogen van 8 kilowatt of hoger; en
- e.
bestemd is of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het verrichten van bouwwerkzaamheden in de open lucht;
- a.
bouwwerkzaamheden: werkzaamheden die zich richten op de nieuwbouw, het onderhoud, de verbouw of het slopen en verwijderen van een onroerende zaak of een gedeelte daarvan, met inbegrip van werkzaamheden gericht op de inrichting van de openbare ruimte in de directe omgeving van een onroerende zaak, met uitzondering van groenonderhoud;
CPV-code: Common Procurement Vocabulary, de code voor alle mogelijke soorten overheidsopdrachten voor diensten, leveringen en werken, die aanbestedende diensten gebruiken bij Europese aanbestedingen;
emissieloos: zonder uitlaatemissie van NOx, roetdeeltjes en broeikasgassen, uitgezonderd CO2 die vrijkomt bij gebruik van niet fossiele waterstofdragers in een brandstofcel;
inzetdag: dag waarbij een bouwmachine voor minimaal twee uur per etmaal wordt ingezet;
inzetplan emissieloos materieel: een opgave van de voor de bouwwerkzaamheid in te zetten emissieloze bouwmachines en vaartuigen en het aantal inzetdagen;
Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
ontvanger: aanvrager aan wie een rijksbijdrage is toegekend;
rijksbijdrage: een specifieke uitkering of een subsidie op grond van deze regeling;
vaartuig: binnenvaartschip of drijvend werktuig als bedoeld in de richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG.
De artikelen, 6, eerste en vierde lid, 11, 12, aanhef en onder c, g en i, 14, eerste en vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c en f, tweede lid, 18 en, voor zover het een rijksbijdrage aan een waterschap betreft artikel 15, tweede lid, aanhef en onder b, artikel 24, eerste, derde en vierde lid en artikel 25, van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing op een rijksbijdrage die op grond van deze regeling wordt verstrekt.
Het doel van deze regeling is het stimuleren van medeoverheden om emissieloos bouwmaterieel toe te passen bij aanbestedingen, daartoe het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen te ondertekenen en daarmee bij te dragen aan doelen op het gebied van stikstofreductie, klimaat en gezondheid.
De Minister kan een rijksbijdrage verstrekken voor kosten van de inzet van emissieloze bouwmachines en emissieloze vaartuigen bij aanbestede bouwwerkzaamheden ten behoeve van een publieke taak waarvoor de aanvrager financieel verantwoordelijk is.
Kosten waarvoor reeds een specifieke uitkering of een andere subsidie door het Rijk, een provinciebestuur of een gemeentebestuur is verstrekt aan de aanvrager voor de inzet van emissieloos bouwmaterieel bij de bouwwerkzaamheid of waarvoor reeds gebruik is gemaakt van Europese subsidies voor de inzet van emissieloos bouwmaterieel bij de bouwwerkzaamheid komen niet voor een rijksbijdrage in aanmerking.
Het totale rijksbijdrageplafond voor de gehele looptijd van de regeling bedraagt in totaal € 216.000.000 inclusief btw.
Het jaarlijkse rijksbijdrageplafond bedraagt:
- a.
voor het jaar 2024: € 18.000.000 inclusief btw;
- b.
voor het jaar 2025:
- 1°.
€ 51.000.000 inclusief btw voor de kosten van de inzet van emissieloze bouwmachines en emissieloze vaartuigen bij aanbestede bouwwerkzaamheden ten behoeve van aanleg, verbetering, beheer en onderhoud en bediening van infrastructuur als bedoeld in de Wet Mobiliteitsfonds, die door een provincie, gemeente of waterschap wordt beheerd;
- 2°.
€ 20.000.000 inclusief btw voor kosten van de inzet van emissieloze bouwmachines en emissieloze vaartuigen bij aanbestede werkzaamheden die niet onder het tweede lid, onderdeel b, onderdeel 1°, vallen.
- 1°.
De verdeling van het rijksbijdrageplafond, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onderdeel 2°, vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen met dien verstande dat:
- a.
indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt;
- b.
indien de Minister op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, hij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vaststelt door middel van loting.
Indien op 1 mei 2025 het rijksbijdrageplafond in het tweede lid, onderdeel b, onderdeel 2°, nog niet voor 80% bereikt is, kan het nog beschikbare geld gebruikt worden voor de kosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onderdeel 1°.
Indien het rijksbijdrageplafond in het tweede lid, onderdeel b, onderdeel 1°, op enig moment in 2025 volledig bereikt is, kan het rijksbijdrageplafond in het tweede lid, onderdeel b, onderdeel 2°, gebruikt worden voor de kosten genoemd in het tweede lid, onderdeel b, onderdeel 1°.
In bijlage 2 bij deze regeling is voor elke aanvrager een jaarlijks individueel uitkeringsplafond bepaald bestaande uit het bedrag van de rijksbijdrage dat voor de aanvrager ten hoogste beschikbaar is voor de in bijlage 2 genoemde periode dat jaarlijks wordt geactualiseerd.
Nieuwe ondertekenaars van het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen worden in bijlage 2 bij de regeling vanaf het volgende jaar opgenomen indien zij dit convenant voor 20 augustus van enig jaar ondertekend hebben.
Aanvragers kunnen gedurende de in artikel 7, tweede lid, genoemde aanvraagperiode gebruik maken van het jaarlijkse individuele uitkeringsplafond, bedoeld in het zesde lid. Het bedrag van het jaarlijkse individuele uitkeringsplafond dat over blijft komt na deze aanvraagperiode te vervallen.
In het jaar dat het totale rijksbijdrageplafond wordt bereikt, wordt het beschikbare bedrag evenredig verdeeld over de medeoverheden die het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen hebben ondertekend.
In afwijking van het negende lid hebben nieuwe toetreders tot het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen in het betreffende jaar voorrang boven medeoverheden die reeds een jaarlijks individueel uitkeringsplafond hebben ontvangen.
De hoogte van de rijksbijdrage exclusief btw wordt bepaald volgens de tabellen in bijlage 3.
De som van de uitgekeerde rijksbijdragen per aanvrager gedurende de looptijd van de regeling bedraagt ten hoogste € 5.000.000 inclusief de gemaakte kosten aan btw.
Een rijksbijdrage wordt op aanvraag verstrekt.
Een aanvraag voor een rijksbijdrage kan bij de Minister worden ingediend:
- a.
voor het jaar 2024 vanaf 16 april tot en met 20 augustus;
- b.
voor het jaar 2025 vanaf 14 januari tot en met 12 september.
Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld aanvraagformulier.
Per aanvraag kan voor één bouwwerkzaamheid een rijksbijdrage worden aangevraagd.
De aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens:
- a.
een korte omschrijving van de bouwwerkzaamheid waarvoor de aanvraag wordt ingediend;
- b.
de CPV-code waarop de bouwwerkzaamheid hoofdzakelijk betrekking heeft;
- c.
de financiële omvang van de bouwwerkzaamheid;
- d.
indien van toepassing het bedrag aan compensabele btw;
- e.
de geplande start- en einddatum van de bouwwerkzaamheid;
- f.
een inzetplan emissieloos materieel met daarop vermeld uitsluitend bouwmachines die zijn vermeld in bijlage 1 of vaartuigen, die emissieloos zijn en die, indien elektrisch aangedreven, beide een continu elektrisch vermogen hebben van 8 kilowatt of hoger;
- g.
het bankrekeningnummer waarop het rijksbijdragebedrag dient te worden gestort.
Uitsluitend aanvragen die voldoen aan de volgende voorwaarden worden in behandeling genomen:
- a.
de aanvrager heeft het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen getekend;
- b.
de werkzaamheid betreft een bouwwerkzaamheid ten behoeve van een publieke taak waarvoor de aanvrager financieel verantwoordelijk is;
- c.
de eerste inzet bij de bouwwerkzaamheid van de in het inzetplan emissieloos materieel genoemde bouwmachines of vaartuigen is uiterlijk vijf maanden voor de aanvraagdatum gestart.
Een besluit tot verlening vermeldt in ieder geval:
- a.
de bouwwerkzaamheid waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend;
- b.
het bedrag van de rijksbijdrage;
- c.
indien van toepassing het bedrag dat betrekking heeft op de compensabele btw-component en, indien van toepassing, dat toegevoegd is aan het BTW-compensatiefonds;
- d.
de wijze waarop het bedrag van de rijksbijdrage is bepaald;
- e.
de periode waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend; en
- f.
indien het een rijksbijdrage van minder dan € 25.000,- betreft aan een waterschap: de datum waarop de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld.
Een rijksbijdrage ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De bouwwerkzaamheid start uiterlijk binnen 12 maanden na verlening en is uiterlijk binnen vier jaar na verlening van de rijksbijdrage afgerond.
Per aanvraag kan eenmalig één jaar uitstel aangevraagd worden van de start of afronding van de bouwwerkzaamheid bij de Minister.
Zodra bekend is bij de aanvrager dat de inzet van het emissieloos bouwmaterieel zodanig anders is in de praktijk dat daardoor de berekende kosten, zoals berekend op basis van het inzetplan emissieloos materieel conform bijlage 3, minimaal 10% lager uitvallen dan waarvoor een vergoeding is verstrekt bij de verlening, dient de ontvanger hiervan melding te doen bij de Minister.
Uiterlijk drie maanden na afronding van de bouwwerkzaamheid worden de ervaringen, resultaten en knelpunten gedeeld met de Minister volgens een door de Minister vastgesteld formulier.
De aanvrager verleent binnen een door de Minister te stellen termijn medewerking aan een door de Minister ingesteld evaluatieonderzoek.
De Minister verstrekt bij het besluit tot verlening, bedoeld in artikel 9, een voorschot van 100%, dat binnen vier weken na de beschikking tot verlening wordt betaald.
Gemeenten en provincies leggen verantwoording af over de besteding van de rijksbijdrage op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
De Minister stelt de rijksbijdrage voor provincies en gemeenten vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de eindverantwoording, bedoeld in artikel 13 heeft plaatsgevonden.
De Minister stelt een rijksbijdrage voor een waterschap van minder dan € 25.000,- ambtshalve vast.
Waterschappen dienen voor een rijksbijdrage van € 25.000,- of meer de aanvraag tot subsidievaststelling bij de Minister in.
Een besluit tot vaststelling vermeldt in ieder geval:
- a.
het bedrag van de vastgestelde rijksbijdrage;
- b.
het betaalde voorschot;
- c.
wanneer van toepassing, het terug te vorderen bedrag.
De Minister publiceert uiterlijk op 1 oktober 2029 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de rijksbijdrage in de praktijk.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 april 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op een rijksbijdrage die voor die datum is aangevraagd.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stimulering schoon en emissieloos bouwen voor medeoverheden.
A1.1 asfalt- / betonzagen (rijdend)
A1.2 asfaltspreidmachine / asfaltwerkmachine
A1.3 asfaltvoorlader
A1.4 ballastafwerkmachine
A1.5 bestratingsmachine (zelfrijdend)
A1.6 beton- of mortelmachine / paver / mobiele 3D printer
A1.7 beton- of bentonietpomp (stand-alone)
A1.8 bodemstabiliseerder
A1.9 bulldozer
A1.10 emulsiespuitwagen
A1.11 freesmachine voor asfalt of beton
A1.12 sondeermachine / sondeertruck / sondeerrups
A1.15 gietasfaltketel
A1.16 graaflaadcombinatie
A1.17 grader / wegschaaf
A1.18 funderingsmachine (gemotoriseerd materieel): heimachine / (damwand) drukmachine / trilstelling / vibrostelling
A1.19 hoogwerker (zelfrijdend of getrokken) vanaf 56 kW
A1.20 kabeltreklier
A1.21 mobiele boorinstallatie/grondboormachine/ mobiele (anker) boorinstallatie /grondboormachine / gestuurde boring machine / boorrups
A1.22 mobiele compressor
A1.23 mobiele graafmachine (niet zijnde 'overslagmachine')
A1.24 mobiele kraan (telescoopkraan, torenkraan, rupshijskraan, ruwterreinkraan, draadkraan, minihijskraan, dragline-kraan)
A1.25 mobiele lopende band (transportband), zelf aangedreven mobiel modulair transportsysteem
A1.26 mobiele puinbreekinstallatie
A1.27 mobiele zeefinstallatie/grondzeef
A1.28 mobiele overslagmachine, rupsoverslagmachine, overslagkraan (niet zijnde statisch en bekabeld elektrisch)
A1.29 rupsdumper
A1.30 rupsgraafmachine
A1.31 ruw terrein heftruck 4x4 aangedreven
A1.32 schranklader
A1.33 shovel, laadschop, wiellader op banden of rups
A1.34 shuttle buggy
A1.35 sleepgraver/dragline
A1.36 sloopkraan
A1.37 teer-/asfaltsproeier
A1.38 tractor met motorvermogen vanaf 19 kW
A1.39 veegmachine met motorvermogen vanaf 56 kW
A1.40 verreiker (star of roterend)
A1.41 vlindermachine (uitsluitend ride-on)
A1.42 wals (klein, knik-, rol-, banden-, grond-)
A1.43 waterwagen bij asfalt en frees
A1.44 (weg)markeringsmachine
A1.45 wieldumper
A1.46 boomverplantingsmachine
A2.2 aggregaat op wind- of zonne-energie voor off-grid stroomvoorziening (niet hybride met verbrandingsmotor)
A2.3 aggregaat voor off-grid stroomvoorziening aangedreven door waterstof of
waterstofdragers
A2.4 hydraulisch aggregaat
A2.5 lasaggregaat
A2.6 lichtmastaggregaat/lichtmast (zelf aangedreven)
A2.7 stationair batterijpakket voor off-grid stroomvoorziening vanaf 50 kWh
A2.8 trilplaat / trilblok / stamper
A2.9 mobiele (vuil)-waterpomp
A2.10 pompen voor baggeren (DOP-pomp, jetpomp, booster-baggerstation)
A2.11 verwisselbaar batterijpakket vanaf 50 kWh behorend bij een bouwwerktuig
A2.12 vliegwiel als vermogensvoorziening
A2.13 DC (gelijkstroom) laadstation
B1. elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet-loodhoudend accupakket voor aandrijving van de opbouw van een voertuig, oplegger of spoorvoertuig (inclusief vrachtautorailvoertuig), zijnde een:
B1.1 autolaadkraan
B1.2 betonmixer
B1.3 betonpomp
B1.4 binnenlader
B1.5 boor
B1.6 front-end cylinder
B1.7 haakarm
B1.8 kabelsysteem
B1.9 kettingsysteem
B1.10 onderwaartse cylinder
B1.11 portaalarmsysteem
B1.12 mobiele kraan (telescoopkraan, torenkraan, rupshijskraan, ruwterreinkraan, draadkraan, minihijskraan)
B3. elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet loodhoudend accupakket voor aandrijving van hulpfunctie op een vaartuig, niet de voortstuwing, zijnde een:
B3.1 grondpers
B3.2 hei-installatie op een heischip
B3.3 kraan
C1. betonmixer (carrosseriecode 15)
C2. betonpompvoertuig (carrosseriecode 16)
C3. boorwagen (carrosseriecode 28)
C4. hoogwerker (carrosseriecode 27)
C5. kieptruck (carrosseriecode 10)
C6. kraanwagen (carrosseriecode 26 of aanduiding SF)
C7. voertuig met haakarm (carrosseriecode 9)
Op de volgende plafondbedragen kan de aanvrager in 2025 aanspraak maken. De uitkeringen (inclusief btw) die zijn verleend op grond van artikel 5, tweede lid, onderdeel b, onderdeel 1° als 2° tellen allemaal mee voor het jaarlijkse individuele uitkeringsplafond. Aanvragers kunnen gedurende de aanvraagperiode vermeld in artikel 7, tweede lid, aanvragen indienen ten laste van dit plafondbedrag. De medeoverheden in onderstaande tabel hebben allen het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen voor 20 augustus 2024 ondertekend.
Aanvrager | Plafondbedrag incl. btw |
Gemeenten | |
Almere | € 1.000.000 |
Alphen aan den Rijn | € 1.000.000 |
Amersfoort | € 1.000.000 |
Asten | € 1.000.000 |
Amsterdam | € 1.000.000 |
Arnhem | € 1.000.000 |
Breda | € 1.000.000 |
Brummen | € 1.000.000 |
Den Haag | € 1.000.000 |
Doetinchem | € 1.000.000 |
Dordrecht | € 1.000.000 |
Eindhoven | € 1.000.000 |
Enschede | € 1.000.000 |
Geldrop-Mierlo | € 1.000.000 |
Gouda | € 1.000.000 |
Haarlem | € 1.000.000 |
Harderwijk | € 1.000.000 |
Heemstede | € 1.000.000 |
Heerlen | € 1.000.000 |
Helmond | € 1.000.000 |
Heusden | € 1.000.000 |
‘s-Hertogenbosch | € 1.000.000 |
Leiden | € 1.000.000 |
Leusden | € 1.000.000 |
Losser | € 1.000.000 |
Nijmegen | € 1.000.000 |
Overbetuwe | € 1.000.000 |
Renkum | € 1.000.000 |
Rotterdam | € 1.000.000 |
Tilburg | € 1.000.000 |
Utrecht | € 1.000.000 |
Voorst | € 1.000.000 |
Waadhoeke | € 1.000.000 |
Waalre | € 1.000.000 |
Waalwijk | € 1.000.000 |
IJsselstein | € 1.000.000 |
Zaanstad | € 1.000.000 |
Zeist | € 1.000.000 |
Provincies | |
Drenthe | € 1.000.000 |
Flevoland | € 1.000.000 |
Friesland | € 1.000.000 |
Gelderland | € 1.000.000 |
Groningen | € 1.000.000 |
Limburg | € 1.000.000 |
Noord-Brabant | € 1.000.000 |
Noord-Holland | € 1.000.000 |
Overijssel | € 1.000.000 |
Utrecht | € 1.000.000 |
Zeeland | € 1.000.000 |
Zuid-Holland | € 1.000.000 |
Waterschappen | |
Aa en Maas | € 1.000.000 |
Amstel, Gooi en Vecht | € 1.000.000 |
Brabantse Delta | € 1.000.000 |
De Dommel | € 1.000.000 |
Drents Overijsselse Delta | € 1.000.000 |
Hollandse Delta | € 1.000.000 |
Hoogheemraadschap De Stichtste Rijnlanden | € 1.000.000 |
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier | € 1.000.000 |
Hoogheemraadschap van Delfland | € 1.000.000 |
Hoogheemraadschap van Rijnland | € 1.000.000 |
Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard | € 1.000.000 |
Hunze en Aa’s | € 1.000.000 |
Noorderzijlvest | € 1.000.000 |
Rijn en IJssel | € 1.000.000 |
Rivierenland | € 1.000.000 |
Scheldestromen | € 1.000.000 |
Vallei en Veluwe | € 1.000.000 |
Vechtstromen | € 1.000.000 |
Limburg | € 1.000.000 |
Fryslân | € 1.000.000 |
Zuiderzeeland | € 1.000.000 |
Vermogensklasse1 | Mini (8 ≥ kW < 19) | Klein (19 ≥ kW < 56) | Middelgroot (56 ≥ kW < 130) | Groot (≥ 130 kW) |
Bedrag per inzetdag exclusief btw van machine-inzet | € 30 | € 54 | € 240 | € 450 |
1 Vermogen van (som van) elektromotoren in bouwmachines, of van brandstofcel of waterstofmotor in aggregaat voor off-grid stroomvoorziening aangedreven door waterstof of waterstofdragers (A2.3), of voor vliegwiel als vermogensvoorziening (A2.12).
Bedrag per kWh nominale batterijcapaciteit per inzetdag exclusief btw | € 0,40 |
Vermogen van DC laadstation1 | 20 ≥ kW < 50 | 50 ≥ kW < 150 | 150 ≥ kW < 225 | 225 ≥ kW < 350 | 350 ≥ kW < 600 | ≥ 600 kW |
Bedrag per inzetdag2 exclusief btw van laadstationinzet | € 13 | € 32 | € 93 | € 138 | € 208 | € 352 |
1 Het vermogen van een DC laadstation bij een modulair systeem, waarbij sprake is van een fysieke scheiding tussen laadstations en vermogenskast, is gebaseerd op de som van het geïnstalleerd vermogen dat parallel maximaal geleverd kan worden door de vermogenskast.
2 Het aantal inzetdagen voor deze categorie wordt bepaald door te rekenen vanaf de eerste inzetdag van de in het betreffende bouwwerkzaamheid te laden machines tot en met de laatste inzetdag van de in het betreffende bouwwerkzaamheid te laden machines.