Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 5 april 2024, nr. IENW/BSK-2024/91785, houdende regels voor het verstrekken van een rijksbijdrage voor schoon en emissieloos bouwen (Regeling stimulering schoon en emissieloos bouwen voor medeoverheden)Regeling stimulering schoon en emissieloos bouwen voor medeoverhedenDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 17, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, artikel 3, eerste lid, onderdeel a en b, artikel 4, eerste en tweede lid, en 5, van de Kaderwet subsidies I en M en artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van de Wet Mobiliteitsfonds en artikel 2, derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,V.L.W.A.Heijnen

In deze regeling wordt verstaan onder:

De artikelen, 6, eerste en vierde lid, 11, 12, aanhef en onder c, g en i, 14, eerste en vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c en f, tweede lid, 18 en, voor zover het een rijksbijdrage aan een waterschap betreft artikel 15, tweede lid, aanhef en onder b, artikel 24, eerste, derde en vierde lid en artikel 25, van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing op een rijksbijdrage die op grond van deze regeling wordt verstrekt.

Het doel van deze regeling is het stimuleren van medeoverheden om emissieloos bouwmaterieel toe te passen bij aanbestedingen, daartoe het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen te ondertekenen en daarmee bij te dragen aan doelen op het gebied van stikstofreductie, klimaat en gezondheid.

Uitsluitend aanvragen die voldoen aan de volgende voorwaarden worden in behandeling genomen:

Een besluit tot verlening vermeldt in ieder geval:

Een rijksbijdrage ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De Minister verstrekt bij het besluit tot verlening, bedoeld in artikel 9, een voorschot van 100%, dat binnen vier weken na de beschikking tot verlening wordt betaald.

Gemeenten en provincies leggen verantwoording af over de besteding van de rijksbijdrage op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

De Minister publiceert uiterlijk op 1 oktober 2029 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de rijksbijdrage in de praktijk.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stimulering schoon en emissieloos bouwen voor medeoverheden.

A1.1 asfaltzaag, betonzaag (rijdend)

A1.2 asfaltspreidmachine, asfaltwerkmachine

A1.3 asfaltvoorlader

A1.4 ballastafwerkmachine

A1.5 bestratingsmachine (zelfrijdend)

A1.6 beton- of mortelmachine, paver, mobiele 3D-printer

A1.7 beton- of bentonietpomp (standalone)

A1.8 bodemstabiliseerder

A1.9 bulldozer

A1.10 emulsiespuitwagen

A1.11 freesmachine voor asfalt of beton

A1.12 mobiele meetapparatuur voor de bouw (zoals sondeermachine, sondeertruck, sondeerrups, valgewicht)

A1.15 gietasfaltketel

A1.16 graaflaadcombinatie

A1.17 grader, wegschaaf

A1.18 funderingsmachine (gemotoriseerd materieel): heimachine, (damwand) drukmachine, trilstelling, vibrostelling

A1.19 hoogwerker (zelfrijdend of getrokken) vanaf 56 kW

A1.20 kabeltreklier

A1.21 mobiele boorinstallatie, grondboormachine, mobiele (anker) boorinstallatie, grondboormachine, gestuurde boringmachine, boorrups

A1.22 mobiele compressor

A1.23 mobiele graafmachine (niet zijnde 'overslagmachine')

A1.24 mobiele kraan (zoals telescoopkraan, torenkraan, rupshijskraan, ruwterreinkraan, draadkraan, minihijskraan, dragline-kraan)

A1.25 mobiele lopende band (transportband), zelf aangedreven mobiel modulair transportsysteem

A1.26 mobiele puinbreekinstallatie

A1.27 mobiele zeefinstallatie, grondzeef

A1.28 mobiele overslagmachine, rupsoverslagmachine, overslagkraan (niet zijnde statisch en bekabeld elektrisch)

A1.29 rupsdumper

A1.30 rupsgraafmachine

A1.31 ruw terrein heftruck 4x4 aangedreven

A1.32 schranklader

A1.33 shovel, laadschop, wiellader op banden of rups

A1.34 shuttle buggy

A1.35 sleepgraver, dragline

A1.36 sloopkraan

A1.37 teer- of asfaltsproeier

A1.38 tractor of vergelijkbaar multifunctioneel bouwwerktuig, met motorvermogen vanaf 19 kW

A1.39 veegmachine met motorvermogen vanaf 56 kW

A1.40 verreiker (star of roterend)

A1.41 vlindermachine (uitsluitend ride-on)

A1.42 wals (klein, knik-, rol-, banden-, grond-, tril-)

A1.43 waterwagen bij asfalt- en freeswerkzaamheden

A1.44 (weg)markeringsmachine

A1.45 wieldumper

A1.46 boomverplantingsmachine

A1.47 mobiele wasinstallatie op een bouwlocatie

A2.2 aggregaat op wind- of zonne-energie voor off-grid stroomvoorziening

A2.3 aggregaat op waterstof of waterstofdragers voor off-grid stroomvoorziening

A2.4 hydraulisch aggregaat

A2.5 lasaggregaat

A2.6 lichtmastaggregaat of lichtmast (zelf aangedreven)

A2.7 batterijpakket voor off-grid stroomvoorziening vanaf 50 kWh op een bouwlocatie of behorende bij een bouwwerktuig

A2.8 trilplaat, trilblok, stamper

A2.9 mobiele (vuil)-waterpomp

A2.10 pompen voor baggeren (zoals DOP-pomp, jetpomp, booster-baggerstation)

A2.11 vervallen

A2.12 vliegwiel als vermogensvoorziening

A2.13 laadstation vanaf 20 kW

A2.14 mobiele waterstof tankvoorziening

B1. elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet-loodhoudend batterijpakket voor aandrijving van de opbouw van een voertuig, oplegger of spoorvoertuig (inclusief vrachtautorailvoertuig), zijnde een:

B1.1 autolaadkraan

B1.2 betonmixer

B1.3 betonpomp

B1.4 binnenlader

B1.5 boor

B1.6 front-end cylinder

B1.7 haakarm

B1.8 kabelsysteem

B1.9 kettingsysteem

B1.10 onderwaartse cylinder

B1.11 portaalarmsysteem

B1.12 mobiele kraan (zoals telescoopkraan, torenkraan, rupshijskraan, ruwterreinkraan, draadkraan, minihijskraan)

B1.13 hoogwerker vanaf 46 kW

B1.14 blaas- en zuigsysteem voor zand, grind en schelpen

B3. elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet loodhoudend batterijpakket voor aandrijving van een hulpfunctie op een vaartuig, niet de voortstuwing, zijnde een:

B3.1 grondpers

B3.2 hei-installatie op een heischip

B3.3 kraan

C1. betonmixer (carrosseriecode 15)

C2. betonpompvoertuig (carrosseriecode 16)

C3. boorwagen (carrosseriecode 28)

C4. hoogwerker (carrosseriecode 27)

C5. kieptruck (carrosseriecode 10)

C6. kraanwagen (carrosseriecode 26 of aanduiding SF)

C7. voertuig met haakarm (carrosseriecode 9)

C8. overige vrachtwagens ingezet voor bouwwerkzaamheden

De medeoverheden die hieronder genoemd zijn bij het betreffende jaar hebben allen het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen ondertekend voor 20 augustus van het voorgaande jaar. Daardoor komen de volgende medeoverheden in aanmerking voor een rijksbijdrage op grond van deze regeling in de genoemde jaren.

Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Eindhoven, Harderwijk, ’s-Hertogenbosch, Leiden, Nijmegen, Rotterdam, Tilburg en Utrecht.

Drenthe, Flevoland, Friesland, Gelderland, Groningen, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Overijssel, Utrecht, Zeeland en Zuid-Holland.

Aa en Maas, Amstel Gooi en Vecht, Brabantse Delta, De Dommel, Drents Overijsselse Delta, Hollandse Delta, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Hoogheemraadschap van Delfland, Hoogheemraadschap van Rijnland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Hunze en Aa’s, Noorderzijlvest, Rijn en IJssel, Rivierenland, Scheldestromen, Vallei en Veluwe, Vechtstromen, Limburg, Fryslân en Zuiderzeeland.

Almere, Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Asten, Amsterdam, Arnhem, Breda, Brummen, Den Haag, Doetinchem, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Geldrop-Mierlo, Gouda, Haarlem, Harderwijk, Heemstede, Heerlen, Helmond, Heusden, ’s-Hertogenbosch, Leiden, Leusden, Losser, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rotterdam, Tilburg, Utrecht, Voorst, Waadhoeke, Waalre, Waalwijk, IJsselstein, Zaanstad en Zeist.

Drenthe, Flevoland, Friesland, Gelderland, Groningen, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Overijssel, Utrecht, Zeeland en Zuid-Holland.

Aa en Maas, Amstel Gooi en Vecht, Brabantse Delta, De Dommel, Drents Overijsselse Delta, Hollandse Delta, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Hoogheemraadschap van Delfland, Hoogheemraadschap van Rijnland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Hunze en Aa’s, Noorderzijlvest, Rijn en IJssel, Rivierenland, Scheldestromen, Vallei en Veluwe, Vechtstromen, Limburg, Fryslân en Zuiderzeeland.

Almere, Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Apeldoorn, Asten, Amsterdam, Arnhem, Berg en Dal, Bergen, Bergen op Zoom, Beuningen, Beverwijk, Bloemendaal, Breda, Brummen, Bunnik, Castricum, De Bilt, De Fryske Marren, De Ronde Venen, Den Haag, Dijk en Waard, Doesburg, Doetinchem, Dongen, Dordrecht, Druten, Duiven, Ede, Eindhoven, Enschede, Geldrop-Mierlo, Gouda, Groningen, Haarlem, Haarlemmermeer, Harderwijk, Hattem, Heemskerk, Heemstede, Heerenveen, Heerlen, Heiloo, Hellendoorn, Helmond, Hengelo, Heusden, ’s-Hertogenbosch, Hilversum, Hoorn, Kampen, Leiden, Leusden, Lingewaard, Losser, Medemblik, Meppel, Montfoort, Nijmegen, Oosterhout, Oudewater, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rotterdam, Terschelling, Tilburg, Tytsjerksteradiel, Uitgeest, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Velsen, Vijfheerenlanden, Voorst, Waadhoeke, Waalre, Waalwijk, Wageningen, Westervoort, Woerden, Woudenberg, IJsselstein, Zaanstad, Zandvoort, Zeist en Zevenaar.

Drenthe, Flevoland, Friesland, Gelderland, Groningen, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Overijssel, Utrecht, Zeeland en Zuid-Holland.

Aa en Maas, Amstel Gooi en Vecht, Brabantse Delta, De Dommel, Drents Overijsselse Delta, Hollandse Delta, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Hoogheemraadschap van Delfland, Hoogheemraadschap van Rijnland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Hunze en Aa’s, Noorderzijlvest, Rijn en IJssel, Rivierenland, Scheldestromen, Vallei en Veluwe, Vechtstromen, Limburg, Fryslân en Zuiderzeeland.

1 Vermogen van de (som van) elektromotoren in bouwmachines of vaartuigen, of van de brandstofcel of waterstofmotor in een aggregaat op waterstof of waterstofdragers voor off-grid stroomvoorziening (A2.3), of voor een vliegwiel als vermogensvoorziening (A2.12).

1 De aanvraag kan worden gedaan voor DC laadstations met een vermogen vanaf 20 kW bestaande uit een of meer laadpunten. Het vermogen van een DC laadstation bij een modulair systeem, waarbij sprake is van een fysieke scheiding tussen laadstations en vermogenskast, is gebaseerd op de som van het geïnstalleerd vermogen dat parallel maximaal geleverd kan worden door de vermogenskast.

2 De aanvraag kan worden gedaan voor AC laadstations met een vermogen vanaf 20 kW, die voor de bouwwerkzaamheid nieuw op of bij de bouwlocatie zijn geïnstalleerd of deel uitmaken van een laadhub voor bouwprojecten.

3 Het aantal inzetdagen voor deze categorie wordt bepaald door te rekenen vanaf de eerste inzetdag van de in de betreffende bouwwerkzaamheid te laden machines tot en met de laatste inzetdag van de in de betreffende bouwwerkzaamheid te laden machines.