U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 04-05-2024.

Ministeriële regeling · BWBR0049658

Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024–2030

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 2 mei 2024, nr. IENW/BSK-2024/133084, houdende vaststelling van de tijdelijke regels inzake uitkeringen voor bodemsaneringen voor de periode 2024 tot en met 2030 (Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024–2030)Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024–2030De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, onderdeel b, 4, eerste en tweede lid, en 5, onderdelen a tot en met h, van de Kaderwet subsidies I en M juncto 17, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet en op artikel 2, derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,V.L.W.A.Heijnen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Het doel van deze regeling is om door middel van het verstrekken van uitkeringen bevoegde gezagen Wbb, bevoegde gezagen Ow, colleges verantwoordelijk voor de kwaliteit van het grondwater en waterschappen als bevoegd gezagen regionale waterbodems onder de Omgevingswet wat betreft waterbodems die onder de historische spoedopgaven vallen, in staat te stellen om in de periode van 2024 tot en met 2030 een aantal taken op het gebied van bodemsanering goed af te ronden en nieuwe bodemkwaliteitsopgaven te signaleren en daarop te reageren met een passende aanpak.

Een uitkering kan worden verleend voor activiteiten als bedoeld in deze regeling die zijn gestart:

mits die activiteiten zijn opgenomen in de aanvraag voor de desbetreffende uitkering en aan de bestedingsvoorwaarden, bedoeld in de artikelen 14, 22, 26 en 30 wordt voldaan.

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit subsidies I en M kan de minister afwijzend beslissen op een aanvraag om een uitkering als bedoeld in deze regeling, indien voor de activiteiten uit anderen hoofde Rijksmiddelen zijn of zullen worden verleend dan wel kunnen worden verleend.

Uitkeringen die worden verleend ten laste van een begroting die niet is vastgesteld of goedgekeurd, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.

Een historische spoedopgave betreft een historische spoedopgave als bedoeld in de Wet bodembescherming, zijnde een verontreiniging die grotendeels is ontstaan voor 1 januari 1987 of voor 1 juli 1993 indien het asbest betreft en betreft de start, voortzetting, afbouw of afronding door het bevoegd gezag Wbb van de aanpak van historische spoedsaneringen als bedoeld in het convenant bodem en ondergrond, bestaande uit:

Indien de aanpak van het element diffuus verspreid lood, bedoeld in artikel 15, eerste lid, een sanering van particuliere tuinen betreft, waarbij een wijkgerichte aanpak het uitgangspunt is, volkstuinen of een ontwikkelingslocatie betreft, bedraagt een uitkering maximaal 50% van de kosten voor een leeflaagsanering die kan bestaan uit afgraven, ophogen dan wel aanvullen met grond of een combinatie daarvan tot een diepte van maximaal 0,5 meter. Kosten voor het aanbrengen van verharding worden niet vergoed.

Een uitkering voor het opstellen van een plan voor de aanpak van het toekomstbestendig omgaan met nazorg bedraagt maximaal € 50.000,–, exclusief compensabele btw.

Verantwoording over de besteding van een uitkering dan wel de middelen die uit een uitkering zijn ontvangen vindt plaats overeenkomstig:

Wijzigt de Tijdelijke Regeling specifieke uitkering bodem overbruggingsjaar 2021, Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 2022 en Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 2023.

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024–2030.