Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregels van de Minister voor Rechtsbescherming, de voorzitter van het CAK, de Directeur-Generaal Dienst Uitvoering Onderwijs, de Inspecteur-Generaal Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de Inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, de Directeur-Generaal van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, en de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, van 1 mei 2024, nr. 5456165, betreffende betalingsregelingen bij rijksincassovorderingen (Beleidsregels betalingsregelingen Rijk 2024 II)Beleidsregels betalingsregelingen Rijk 2024 IIDe Minister voor Rechtsbescherming, de voorzitter van het CAK, de Directeur-Generaal Dienst Uitvoering Onderwijs DUO, de Inspecteur-Generaal Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de Inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, de Directeur-Generaal van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten:

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Rechtsbescherming,F.M.WeerwindDe voorzitter van het CAK,J.H.OuwehandDe Directeur-Generaal Dienst Uitvoering Onderwijs DUO,H.A.HarmsmaDe Inspecteur-Generaal Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit,G.J.C.M.BakkerDe Directeur-Generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland,A.ChohoDe voorzitter van de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,M.R.P.M.CampsDe Inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur,A.T.A.J. vanDijk

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

Het CJIB kan betalingsregelingen treffen met betrekking tot:

Bij de behandeling van een verzoek om een betalingsregeling kan het CJIB van de betalingsplichtige verlangen dat hij gegevens overlegt met betrekking tot diens inkomen of vermogen ter onderbouwing van diens betalingsonmacht of diens betalingscapaciteit.

Bij de beoordeling van een verzoek om een betalingsregeling betrekt het CJIB zo veel mogelijk alle openstaande vorderingen als bedoeld in artikel 1:3. Het CJIB betrekt in de beoordeling tevens welke vorm als betalingsregeling het meest geschikt is en ten aanzien van welke vorderingen de betalingsregeling zal gelden.

Bij het toestaan van een betalingsregeling kunnen in ieder geval als voorwaarden worden gesteld dat:

De inning en incasso door middel van de inzet van andere middelen door het CJIB voor de vorderingen waarvoor de betalingsregeling is getroffen, wordt opgeschort voor de duur van die betalingsregeling.

In bijzondere gevallen kunnen vorderingen als bedoeld in artikel 1:3 na het tot stand komen van een betalingsregeling in die betalingsregeling worden gevoegd.

Bij het toestaan van een betalingsregeling wordt de betalingsplichtige geïnformeerd over:

Indien de betalingsplichtige het termijnbedrag van een betalingsregeling niet binnen de gestelde termijn betaalt, stuurt het CJIB eenmalig een betalingsherinnering met het verzoek het termijnbedrag alsnog te voldoen. In de betalingsherinnering wordt aangegeven dat het CJIB binnen de eerstvolgende termijn zowel het alsdan te betalen termijnbedrag, als het bedrag dat eerder niet is betaald, moet hebben ontvangen.

Ten aanzien van vorderingen als bedoeld in artikel 1:3 waarvan de inning of incasso dan wel beiden aan het CJIB is overgedragen verwijzen de DUO, het CAK, de NVWA, de RDI, de RVO en het UWV de betalingsplichtige naar het CJIB voor informatie over het treffen van een betalingsregeling. Zij verwijzen eveneens naar het CJIB bij vragen dan wel klachten over betalingsregelingen die de betalingsplichtige heeft lopen bij het CJIB of over verzoeken om betalingsregelingen die zijn afgewezen door het CJIB.

Indien een betalingsregeling betrekking heeft op vorderingen van meerdere partijen als bedoeld in artikel 1:3, verdeelt het CJIB de van de betalingsplichtige ontvangen bedragen telkens over deze partijen naar evenredigheid van het totaalbedrag aan bij hen openstaande vorderingen.

Het CJIB kan bij de verdeling en bestemming van ontvangen bedragen afwijken van de artikelen 5:1 en 5:2, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.

De betalingsregeling eindigt van rechtswege indien alle openstaande vorderingen zijn voldaan binnen de gestelde termijn of deeltermijnen.

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 juli 2024.

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels betalingsregelingen Rijk 2024 II.