Wijzigingen Officiële bron
Regeling financiële ondersteuning fracties en groepen Tweede Kamer 2023Regeling financiële ondersteuning fracties en groepen Tweede Kamer 2023

In deze Regeling wordt verstaan onder:

De bijdrage wordt in twaalf maandelijkse termijnen als voorschot aan de stichting betaald, tenzij het Presidium anders besluit.

In alle gevallen waarin niet bij of krachtens deze Regeling is voorzien, besluit het Presidium.

De Griffier, of een door de Griffier daartoe gemachtigde ambtenaar van de Tweede Kamer, is namens het Presidium verantwoordelijk voor de uitvoering van deze Regeling.

De Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer 2014 wordt ingetrokken.

Deze Regeling treedt in werking met ingang van een door de Kamer te bepalen tijdstip.

Deze Regeling wordt aangehaald als: Regeling financiële ondersteuning fracties en groepen Tweede Kamer 2023.

MODELSTATUTEN

Naam en zetel

Artikel 1

1.1. De stichting draagt de naam: Stichting ter ondersteuning Tweede Kamer [fractie/groep].

1.2. Zij heeft haar zetel in de gemeente 's-Gravenhage.

Doel

Artikel 2

2.1. De stichting heeft – met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 – ten doel:

Vermogen

Artikel 3

3.1. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door:

3.2. Het vermogen van de stichting mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:

Bestuur: samenstelling, benoeming en defungeren

Artikel 4

4.1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van ten minste drie (3) natuurlijke personen. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.

4.2. Tot bestuurder kunnen slechts worden benoemd leden van de Fractie. Het Presidium, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van het Reglement van Orde (het Presidium), kan voor iedere afzonderlijke benoeming ontheffing verlenen van deze kwaliteitseis. Deze ontheffing wordt in elk geval verleend indien de Fractie uit minder dan drie (3) leden bestaat.

4.3. Indien het Presidium ontheffing verleent van de kwaliteitseis, bedoeld in artikel 4.2, dan geldt dat:

4.4. De bestuurders worden – met inachtneming van artikel 4.2 en, voor zover toepasselijk, artikel 4.3 – benoemd door het bestuur.

4.5. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan, dan wel in de plaats van de beide laatsten een secretaris-penningmeester.

4.6. Bestuurders worden benoemd voor de tijd van ten hoogste vier (4) jaren en treden af volgens een door het bestuur vast te stellen rooster van aftreden; een volgens het rooster aftredende bestuurder is onmiddellijk herbenoembaar. De in een tussentijdse vacature benoemde bestuurder neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.

4.7. Een bestuurder defungeert:

4.8. De bestuurder van wie het ontslag, bedoeld in artikel 4.7 onder f., aan de orde is, dient voor het te nemen besluit tot ontslag gehoord te worden.

4.9. Een besluit tot ontslag als bedoeld in artikel 4.7 onder f. behoeft ten minste twee derden (2/3) van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het bestuur waarin ten minste twee derden (2/3) van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in een vergadering van het bestuur niet ten minste twee derden (2/3) van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede (2e) vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee (2) en niet later dan vier (4) weken na de eerste (1e) vergadering, in welke tweede (2e) vergadering rechtsgeldig omtrent dit ontslag kan worden besloten met een meerderheid van ten minste twee derden (2/3) van de uitgebrachte stemmen, mits in deze vergadering ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Bij de oproeping tot de tweede (2e) vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit tot dit ontslag kan worden genomen in een vergadering waarin slechts de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd behoeft te zijn. Het bepaalde in artikel 8.4, tweede volzin, is op een besluit tot ontslag als bedoeld in artikel 4.7 onder f. niet van toepassing.

4.10. In geval van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuurders, met dien verstande dat indien er slechts twee (2) bestuurders in functie zijn het bestuur niet bevoegd is tot het nemen van een besluit tot ontslag als bedoeld in artikel 4.7 onder f. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders of de enig bestuurder, berust het bestuur tijdelijk bij een of meer door het Presidium – voor zover mogelijk in overleg met de Fractie – aan te wijzen personen.

4.11. Bestuurders melden nevenfuncties vooraf aan het bestuur. Minimaal jaarlijks worden de nevenfuncties in het bestuur besproken.

Bestuur: taak en bevoegdheden

Artikel 5

5.1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. De bestuurders zullen zich in hun handelen, nalaten daaronder begrepen, mede laten leiden door de van tijd tot tijd geldende Regeling.

5.2. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen.

5.3. Bestuurders ontvangen voor de door hen in die hoedanigheid voor de stichting verrichte werkzaamheden geen beloning, middellijk noch onmiddellijk. Onder beloning wordt niet verstaan:

Bestuur: vertegenwoordiging

Artikel 6

6.1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.

6.2. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan de voorzitter tezamen met de secretaris of de penningmeester dan wel, indien beide laatstbedoelde functies in één (1) persoon zijn verenigd, tezamen met de secretaris-penningmeester.

6.3. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van volmacht aan één (1) of meer bestuurders, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

Bestuur: vergaderingen

Artikel 7

7.1. Vergaderingen van het bestuur worden gehouden zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee (2) van de overige bestuurders een vergadering bijeenroepen, doch ten minste eenmaal per jaar.

7.2. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur geschiedt schriftelijk door de in artikel 7.1 bedoelde personen, dan wel namens deze door de secretaris van het bestuur op een termijn van ten minste zeven (7) dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen.

7.3. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep dan wel deed bijeenroepen. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige bestuurders vóór het tijdstip van de vergadering schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten.

7.4. Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de bestuurders en degenen die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd.

7.5. Een bestuurder is bevoegd zich ter vergadering te doen vertegenwoordigen door een medebestuurder. De volmacht hiertoe dient schriftelijk te zijn verleend. Aan de eis van schriftelijkheid van de volmacht wordt voldaan indien de volmacht elektronisch is vastgelegd. De volmacht tot vertegenwoordiging werkt niet privatief. Een bestuurder kan slechts één (1) medebestuurder ter vergadering vertegenwoordigen.

7.6. Vergaderingen kunnen voorts op afstand worden gehouden met toepassing van elektronische communicatiemiddelen waaronder begrepen een conference call of een videoconferentie, mits iedere bestuurder via het elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en kan deelnemen aan de beraadslaging.

7.7. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding; tot dat ogenblik wordt het voorzitterschap waargenomen door de ter vergadering aanwezige bestuurder die het langst als zodanig fungeert.

Bestuur: besluitvorming

Artikel 8

8.1. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergadering worden gehouden, met dien verstande dat op verzoek van een of meer bestuurders stemmingen over personen schriftelijk geschieden.

8.2. Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden alle besluiten van het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

8.3. Iedere bestuurder is bevoegd tot het uitbrengen van één (1) stem. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan beslist het lot. Indien bij verkiezing tussen meer dan twee (2) personen door niemand van hen een volstrekte meerderheid is verkregen, wordt herstemd tussen de twee (2) personen die het grootste aantal stemmen kregen, zo nodig na tussenstemming.

8.4. Tenzij in deze statuten anders wordt bepaald, kan het bestuur slechts geldige besluiten nemen in een vergadering waarin ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in een vergadering minder dan de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede (2e) vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee (2) en niet later dan vier (4) weken na de eerste (1e) vergadering, in welke tweede (2e) vergadering ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders rechtsgeldig kan worden besloten omtrent de onderwerpen welke in de eerste (1e) vergadering op de agenda waren geplaatst doch waarover in die vergadering bij ontbreken van het quorum niet kon worden besloten. Bij de oproeping tot de tweede (2e) vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen onafhankelijk van het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.

8.5. Het door de voorzitter van de vergadering ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

8.6. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden door de secretaris of door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon notulen gehouden. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en worden ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist van die vergadering ondertekend.

8.7. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in vergadering besluiten nemen, mits alle bestuurders in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en zij allen schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen deze wijze van besluitvorming te verzetten. Een besluit is alsdan genomen zodra de vereiste meerderheid van alle bestuurders zich schriftelijk vóór het voorstel heeft verklaard. Van een buiten vergadering genomen besluit wordt door de secretaris van het bestuur een relaas opgemaakt, dat in de eerstvolgende vergadering wordt vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist van die vergadering wordt ondertekend. Het aldus vastgestelde relaas wordt tezamen met de in de eerste zin van artikel 8.7 bedoelde stukken bij de notulen gevoegd.

8.8. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Deze bestuurder wordt niet meegerekend bij de bepaling van het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders met betrekking tot het desbetreffende bestuursbesluit.

8.9. Wanneer op grond van het bepaalde in de eerste volzin van artikel 8.8 geen enkele bestuurder aan de beraadslaging en besluitvorming kan deelnemen, wordt het besluit alsnog genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. In dat geval is de tweede volzin van artikel 8.8 niet van toepassing.

Egalisatiereserve: Uitkeringenregister

Artikel 9

9.1. Het bestuur is verplicht een egalisatiereserve te vormen met inachtneming van het bepaalde in de Regeling.

9.2. Een uit de balans en de staat van baten en lasten van de stichting blijkend positief dan wel negatief exploitatieresultaat komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.

9.3. De eventueel van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd. Eventueel verschuldigde rente wordt ten laste van de egalisatiereserve gebracht.

9.4. De egalisatiereserve mag niet het bedrag overschrijden zoals opgenomen in de Regeling. Bij een overschrijding als bedoeld in de vorige volzin, is de stichting het verschil verschuldigd aan de Staat.

9.5. De egalisatiereserve wordt aangehouden bij een te goeder naam en faam bekend staande bancaire of financiële instelling met een vergunning van De Nederlandsche Bank N.V. en dient vrij opneembaar te zijn.

9.6. Het bestuur houdt een register bij waarin de namen en adressen van alle personen worden opgenomen aan wie een uitkering is gedaan die niet meer bedraagt dan vijfentwintig procent (25%) van het voor uitkering vatbare bedrag in een bepaald boekjaar, alsmede het bedrag van de uitkering en de datum waarop deze uitkering is gedaan.

Boekjaar en jaarstukken

Artikel 10

10.1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.

10.2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.

10.3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting, inclusief de toelichting daarop, te maken en op papier te stellen. Het bestuur zal, alvorens tot de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten over te gaan, deze stukken, inclusief de toelichting daarop, doen onderzoeken door een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent in de zin van artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die is aangewezen door het bestuur. Deze deskundige brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur en geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een controleverklaring. De balans en de staat van baten en lasten, inclusief de toelichting daarop, en de controleverklaring voldoen in elk geval aan het hieromtrent bepaalde in de Regeling. Bij de aanstelling van voormelde registeraccountant of accountant-administratieconsulent door het bestuur bedingt het bestuur dat de accountant aan de Auditdienst Rijk, bedoeld in artikel 1.1 van de Comptabiliteitswet 2016, alle informatie verschaft die hij verlangt en voor de uitoefening van zijn controlewerkzaamheden nodig acht.

10.4. Na vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten door het bestuur worden deze stukken, inclusief de toelichting daarop, door het bestuur, vergezeld van het verslag van de accountant en de controleverklaring, toegezonden aan het Presidium.

10.5. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven (7) jaar te bewaren.

Reglementen

Artikel 11

11.1. Het bestuur is bevoegd reglementen, waarin nadere regels worden gegeven over het functioneren van de stichting en haar bestuur, vast te stellen, te wijzigen of op te heffen.

11.2. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van reglementen is het bepaalde in artikel 12.2 en artikel 12.3, van overeenkomstige toepassing.

Statutenwijziging

Artikel 12

12.1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Fractie en van het Presidium.

12.2. Een besluit van het bestuur tot statutenwijziging behoeft een meerderheid van twee derden (2/3) van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het bestuur waarin ten minste twee derden (2/3) van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in een vergadering van het bestuur waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is voormeld quorum niet aanwezig, dan wordt een tweede (2e) vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee (2) en niet later dan vier (4) weken na de eerste (1e) vergadering, in welke tweede (2e) vergadering rechtsgeldig kan worden besloten met een meerderheid van twee derden (2/3) van de uitgebrachte stemmen, mits in deze vergadering ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Bij de oproeping tot de tweede (2e) vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit tot statutenwijziging kan worden genomen in een vergadering waarin slechts de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd behoeft te zijn. Het bepaalde in artikel 8.4, tweede volzin, is op een besluit tot statutenwijziging niet van toepassing.

12.3. Bij de oproeping tot de vergadering waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee (2) weken.

12.4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is bevoegd deze akte te doen verlijden.

12.5. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister.

Ontbinding en vereffening

Artikel 13

13.1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden, met dien verstande dat in geval de Fractie ophoudt te bestaan ook het Presidium bevoegd is tot ontbinding van de stichting te besluiten, in welk geval – in afwijking van artikel 13.3 – het Presidium de vereffenaars van het vermogen van de stichting benoemt.

13.2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in artikel 12.1, artikel 12.2 en artikel 12.3, eerste volzin en derde volzin, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de goedkeuring van de Fractie niet is vereist indien deze heeft opgehouden te bestaan.

13.3. Voor zover de rechter geen andere vereffenaars heeft benoemd, worden de bestuurders vereffenaars van het vermogen van de ontbonden stichting.

13.4. De vereffenaars doen aan het handelsregister opgaaf van de ontbinding alsmede van hun optreden als zodanig en van de gegevens over henzelf die van een bestuurder worden verlangd.

13.5. Het overschot na vereffening komt toe aan de Staat. In het besluit tot ontbinding wordt tevens aangewezen een bewaarder voor de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting.

13.6. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".

13.7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven (7) jaren nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder berusting van de in het ontbindingsbesluit aangewezen bewaarder.

Slotbepaling

Artikel 14

14.1. Voor de eerste maal wordt het bestuur bij deze akte benoemd.

14.2. Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op **.

[Dit artikel 14 opnemen bij oprichting van de stichting. Als eerste boekjaar een kort boekjaar opnemen.]

EINDE STATUTEN

Regeling financiële ondersteuning fracties en groepen Tweede Kamer 2023 (de Regeling)

Hoofdstuk 1 Uitgangspunten

De Regeling is met ingang van 4 juli 2023 in werking getreden. De Regeling is van toepassing vanaf het verantwoordingsjaar 2023.

Bij het opstellen van dit controleprotocol is rekening gehouden met de schrijfwijzer accountantsprotocollen, opgesteld door de werkgroep Controleprotocollen (de COPRO ) van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants. De COPRO bestaat uit vertegenwoordigers van openbare accountantskantoren en de Auditdienst Rijk.

Doelstelling

De doelstelling van de Regeling is dat de stichting (Ontvanger) een bijdrage (i.e. financiële middelen) ontvangt van de Tweede Kamer (Verstrekker) ter dekking van kosten of uitgaven van personele en materiële aard, met als doel het functioneren van de bij de stichting behorende fractie of groep te bevorderen.

Het bestuur van een stichting dient voor 1 juli van elk kalenderjaar bij het Presidium (i.e. de Stafdienst Financieel-Economische Zaken van de Tweede Kamer) een door het bestuur van de stichting ondertekende verantwoording in. De bij het Presidium in te dienen verantwoording van de stichting dient (i) overeenkomstig het verantwoordingsmodel en de statuten van de betreffende stichting te zijn opgesteld, (ii) overeenkomstig dit controleprotocol door de accountant te zijn onderzocht en (iii) van een controleverklaring te zijn voorzien.1 Het bestuur van de stichting dient dit controleprotocol en het verantwoordingsmodel aan de accountant ter beschikking te stellen1. Het Presidium dient vervolgens voor 1 november van elk kalenderjaar de definitieve bijdrage van een stichting over het voorgaande jaar vast te stellen en de door het bestuur van de stichting ingediende verantwoording goed te keuren.2

De doelstelling van de controleverklaring van de accountant is het verschaffen van zekerheid bij de verantwoording dat de verantwoording in alle van materieel belang zijnde aspecten is opgesteld in overeenstemming met de Regeling, waaronder begrepen het in hoofdstuk 2 van het controleprotocol opgenomen referentiekader,3 op basis waarvan het Presidium de bijdrage definitief kan vaststellen.

Definities

Tenzij anders in dit controleprotocol is bepaald, hebben termen, woorden en uitdrukkingen die in dit controleprotocol worden gebruikt, de betekenis die daaraan wordt gegeven in artikel 1 van de Regeling (Definities). Hieronder wordt in aanvulling op de definities uit de Regeling voor een aantal begrippen een definitie gegeven.

Procedure

Het proces van het opstellen van de verantwoording tot het aanbieden daarvan aan het Presidium en termijnen die daarbij worden gehanteerd zijn;

Communicatie en contactpersonen

De Griffier is namens het Presidium verantwoordelijk voor de uitvoering van de Regeling.10 In materiële zin is de Stafdienst Financieel-Economische Zaken van de Tweede Kamer, team Business Control, belast met de uitvoering van de Regeling.

Dat betekent dat informatie over de Regeling, het normenkader, de procedure, het aanleveren van documenten (verantwoording en controleverklaring), et cetera is in te winnen bij;

de Stafdienst Financieel-Economische Zaken, team Business Control, via het volgende mailadres: bc@tweedekamer.nl

Hoofdstuk 2 Aanpak onderzoek

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op een aantal aandachtspunten bij de controle, de relevante wet- en regelgeving, de toleranties en foutdefinities die voor het onderzoek van de accountant gelden.

Controleaanpak

De accountant voert zijn controlewerkzaamheden uit in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden (in het bijzonder Standaard 805) en dit accountantsprotocol. De accountant is zelfstandig verantwoordelijk voor het plannen en uitvoeren van voldoende controlewerkzaamheden ter verkrijging van voldoende en geschikte controle-informatie ter onderbouwing van zijn oordeel over de verantwoording; Tweede Kamer geeft in dit controleprotocol alleen een aantal aandachtspunten mee voor de controle. De bijdrage die de stichting ontvangt heeft als doel het functioneren van de bij de stichting behorende fractie of groep te bevorderen en dient ter dekking van personele en materiële kosten of uitgaven conform de bestemming, bedoeld in artikel 4 van de Regeling en artikel 3 van de modelstatuten. Voor een nadere uitleg over het begrip “het functioneren van de fractie of groep te bevorderen” en het normenkader, wordt verwezen naar de toelichting bij de Regeling.

In dat kader gaat de aandacht uit naar;

Referentiekader

De relevante wet- en regelgeving is:

(*) Een stichting die voor meer dan 50% van de totale beschikbare middelen wordt gesubsidieerd door een aanbestedende dienst, wordt zelf ook een aanbestedende dienst (Aanbestedingswet 2012 – artikel 8 lid 2).

De accountant stelt vast dat:

Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid

De controle behoort zodanig te worden ingepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de verantwoording geen afwijkingen (fouten) van materieel belang bevat. Indien laatstgenoemd begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, moet uitgegaan worden van een betrouwbaarheid van 95%.

Een goedkeurende controleverklaring impliceert dat, gegeven de eerdergenoemde betrouwbaarheid, in de verantwoording geen afwijkingen (fouten) en in de controle geen onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Het referentiekader is opgenomen in hoofdstuk 2 van dit controleprotocol.

Het totaalbedrag van de kosten van de stichting volgens de verantwoording over het betreffende kalenderjaar, vormt de omvangsbasis waarop de toleranties van onderstaande tabel moeten worden toegepast. Voor de strekking van de controleverklaring gelden de volgende toleranties:

Indien de accountant zowel fouten in de verantwoording als onzekerheden in de controle aantreft, dan weegt hij deze bij zijn oordeelsvorming altijd in onderlinge samenhang.

Omgaan met geconstateerde fouten

Voor fouten die worden geconstateerd tijdens de controle geldt dat deze, voor zover dat mogelijk is, worden gecorrigeerd.

Hoofdstuk 3 Controleverklaring

Conform de bepalingen in de Regeling en de basisgedachte die ten grondslag ligt aan het anders inrichten van de controle, verwacht het Presidium een controleverklaring die voldoet aan de standaard NV COS 805. Hiertoe is een model van de controleverklaring opgesteld, die als bijlage bij dit controleprotocol is gevoegd.

Zoals bij de doelstelling van dit controleprotocol in hoofdstuk 1 is aangegeven, omvat de controleverklaring niet alleen een oordeel of de verantwoording in alle van materieel belang zijnde aspecten is opgesteld in overeenstemming met de Regeling, maar ook een oordeel over (i) de rechtmatige besteding door de stichting van de ontvangen bijdrage, (ii) de juistheid van de stand van de egalisatiereserve van de stichting en (iii) de volledigheid van zowel schulden van EUR 25.000 of meer (berekend per crediteur) als van giften van EUR 4.500 of meer (berekend per schenker/gever). Deze zaken worden expliciet benoemd in de controleverklaring, opdat het oordeel van de accountant helder is.

Hoofdstuk 4 Beheer en Vaststellen controleprotocol

Dit controleprotocol is opgesteld door de Stafdienst Financieel-Economische Zaken en vastgesteld door de Tweede Kamer.

Het controleprotocol geldt sinds de controle van de verantwoording over boekjaar 2023. Het Presidium is bevoegd tot wijziging van dit controleprotocol (en het verantwoordingsmodel).17 Het Presidium deelt iedere wijziging van dit controleprotocol (of verantwoordingsmodel mee) aan de Tweede Kamer.

Aan het bestuur van

Stichting <naam>

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT

Ons oordeel

Wij hebben de bijgevoegde verantwoording over boekjaar 202[*] van Stichting <naam> (hierna: de Stichting) te Den Haag (hierna: de verantwoording) in het kader van de Regeling financiële ondersteuning fracties en groepen Tweede Kamer 2023 (hierna: de Regeling) gecontroleerd.

Naar ons oordeel18:

De verantwoording bestaat uit:

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en hoofdstuk 2 van het controleprotocol vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de verantwoording’.

Wij zijn onafhankelijk van de Stichting zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Benadrukking van de basis voor financiële verslaggeving en beperking in gebruik

Wij vestigen de aandacht op de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en de keuzes die het bestuur van de Stichting (hierna: het Bestuur) daarbij heeft gemaakt. De verantwoording is opgesteld door de Stichting voor het Presidium, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (hierna: het Presidium) met als doel de Stichting in staat te stellen te voldoen aan artikel 14 van de Regeling. Hierdoor is de verantwoording mogelijk niet geschikt voor een ander doel. Onze controleverklaring is derhalve uitsluitend bestemd voor het Bestuur en voor het Presidium en dient niet te worden gebruikt door anderen. Ons oordeel is niet aangepast als gevolg van deze aangelegenheid.

Verantwoordelijkheden van het Bestuur voor de verantwoording

Het Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de verantwoording in overeenstemming met de de relevante wet- en regelgeving zoals opgenomen in het in hoofdstuk 2 van het controleprotocol opgenomen referentiekader.

In dit kader is het Bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het Bestuur noodzakelijk acht om het opstellen van de verantwoording en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de verantwoording

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controleinformatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze verantwoording nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben, waar relevant, professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het controleprotocol, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

Wij communiceren met het Bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

<Plaats en datum>

<ONDERTEKENING>

Model verantwoording fractie- of groepskosten jaar 202[*] i

Balans per 31 december 202[*]

<BALANS>

Toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor de verantwoording

<tekst>

Toelichting op de balans per 31 december 202[*] en de staat van baten en lasten 202[*]

<tekst>

i Overeenkomstig artikel 10.1 van de modelstatuten valt het boekjaar van de stichting samen met het kalenderjaar.

ii In de Regeling wordt onder ‘bijdrage’ verstaan: "de financiële middelen, berekend overeenkomstig artikel 3, die elk kalenderjaar door de Tweede Kamer worden verstrekt aan een stichting ten behoeve van de bij de stichting behorende fractie of groep;"

iii Toelichting, in relatie tot artikel 7 lid 2 en 3 van de Regeling financiële ondersteuning fracties en groepen Tweede Kamer 202[*]:

"...

iv Bij een overschot van het exploitatieresultaat resulteert dit in D+/+C en bij een tekort van het exploitatieresultaat resulteert dit in D-/-C.

v In deze verantwoording wordt een overzicht opgenomen van de giften van in totaal € 4.500 of meer die de stichting in het kalenderjaar heeft ontvangen, met daarbij de naam en het adres van de gever, het bedrag of de waarde van de bijdrage en de datum van de gift;

vi In deze verantwoording wordt een overzicht opgenomen van de schulden ultimo boekjaar van € 25.000 of meer, met daarbij de naam en de het adres van de crediteur onderscheidenlijk geldverstrekker en, indien van toepassing, de gegevens van de instelling.