Wijzigingen Officiële bron
Wet loonbelasting BES, tijdelijk besluit achterwege laten inhouding bij minimumloonWet loonbelasting BES, tijdelijk besluit achterwege laten inhouding bij minimumloon

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit bevat een goedkeuring waardoor inhoudingsplichtigen onder voorwaarden kunnen afzien van inhouding van loonheffing bij werknemers die het minimumloon verdienen.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag19 juli 2024De Staatssecretaris van Financiën,namens deze,H.G.RoodbeenHoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken

Voor het belastingjaar 2024 is de belastingvrije som van artikel 24, tweede lid, van de Wet IB BES gebaseerd op het minimumloon uit de Wet minimumlonen BES. Daarbij is rekening gehouden met de verhoging van het minimumloon per 1 juli 2024. Het doel van deze koppeling is, vereenvoudigd weergegeven, zeker te stellen dat een werknemer die het minimumloon verdient geen belasting verschuldigd zal zijn. De verhoging van het minimumloon per 1 juli 2024 in combinatie met de toepassing van de loonbelastingtabellen kan er onder omstandigheden toe leiden dat er loonheffing moet worden ingehouden, terwijl er op jaarbasis geen inkomensheffing verschuldigd is. Door de werking van de teruggaafdrempel bestaat niet in alle gevallen recht op teruggaaf van de te veel ingehouden loonheffing.

De koppeling tussen de belastingvrije som en het minimumloon heeft als achtergrond zeker te stellen dat de in 2024 doorgevoerde verhoging van het minimumloon niet deels fiscaal zal worden afgeroomd1.

De belastingvrije som uit de Wet IB BES geldt op jaarbasis. Op basis van de Wet LB BES wordt de in te houden loonheffing bepaald door middel van loonbelastingtabellen. In deze loonbelastingtabellen is de belastingvrije som op jaarbasis evenredig verdeeld over de tijdvakken. Bij een werknemer die het gehele jaar het minimumloon verdient leidt de techniek en toepassing van de loonbelastingtabellen ertoe dat in de eerste helft van het jaar een deel van de belastingvrije som onbenut blijft, terwijl in de tweede helft van het jaar loonheffing moet worden ingehouden. Deze inhouding betreft enkele dollars per maand.

Een werknemer met een werkweek van niet meer dan 40 uur die het gehele jaar het minimumloon verdient en daarnaast geen andere inkomsten heeft, zal geen inkomensheffing verschuldigd zijn door toepassing van de belastingvrije som. Te veel ingehouden loonheffing kan doorgaans worden teruggevraagd door het doen van een aangifte inkomensheffing. Op basis van artikel 41b, tweede lid, van de Wet IB BES geldt echter een teruggaafdrempel van $ 84. De werknemer, als hiervoor bedoeld, komt daardoor mogelijk niet in aanmerking voor een teruggaaf, met als gevolg dat feitelijk alsnog een deel van het minimumloon wordt belast. Dit gevolg is bij de totstandkoming van de regeling niet onderkend.

Gelet op doel en strekking van de regeling en de specifieke omstandigheden van de doelgroep acht ik het hiervoor beschreven gevolg ongewenst. Daarom keur ik met toepassing van artikel 8.19, onderdeel b, van de BELBES (hardheidsclausule) het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat een inhoudingsplichtige ten aanzien van bepaalde werknemers kan afzien van de inhouding van loonheffing.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende 3 voorwaarden:

Ten overvloede merk ik op dat deze goedkeuring ziet op de inhouding van loonheffing en niet doorwerkt naar de inkomensheffing. Wordt ten aanzien van een werknemer die aan vorenstaande voorwaarden voldoet onverhoopt toch ingehouden, dan zal de inspecteur op verzoek meewerken aan een teruggave. De verschuldigde inkomensheffing wordt regulier volgens de Wet IB BES, de Wet algemene ouderdomsverzekering BES, de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES en het Besluit zorgverzekering BES vastgesteld.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2024.

Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2025.