Ministeriële regeling · BWBR0050228
Tijdelijke aanwijzing gerechtshoven Amsterdam en ’s-Hertogenbosch voor hogerberoepszaken strafrecht van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Gelet op artikel 62a van de Wet op de rechterlijke organisatie;
Gehoord de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal;
BESLUIT
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.
’s-Gravenhage13 september 2024De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D.StruyckenVoor de behandeling in hoger beroep van strafzaken die aanhangig zijn gemaakt bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, worden het gerechtshof Amsterdam en het gerechtshof ’s-Hertogenbosch aangewezen als gerechtshoven waarvan de zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen tijdelijk mede worden aangemerkt als zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2024 en vervalt met ingang van 1 oktober 2027.
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke aanwijzing gerechtshoven Amsterdam en ’s-Hertogenbosch voor hogerberoepszaken strafrecht van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.