Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 5 juli 2025, nr. 2025-0000394063, houdende regels met betrekking tot verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten in de Metropoolregio Eindhoven ten behoeve van het versnellen van de bouw van betaalbare woningen in een kwalitatief goede leefomgeving (Regeling specifieke uitkering woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven)Regeling specifieke uitkering woningbouwversnelling Metropoolregio EindhovenDe Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, onder a, en 3 van het Besluit van 29 oktober 2022, houdende het stellen van regels over het verstrekken van specifieke uitkeringen aan gemeenten of provincies voor activiteiten die passen in het rijksbeleid met betrekking tot het bouwen, het wonen en de woonomgeving (Stb. 2022, 452);

Besluit:

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G.Keijzer

In deze regeling wordt verstaan onder:

Deze regeling heeft tot doel om door middel van een specifieke uitkering aan MRE-gemeenten bij te dragen aan:

De specifieke uitkering bedraagt ten minste € 125.000 en ten hoogste het aantoonbare financiële tekort van een MRE-gemeente op de voor het project noodzakelijke publieke investeringen van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, verminderd met de publieke opbrengsten verbonden aan het project en de financiële bijdrage, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d.

De Toetsingscommissie Woningbouwimpuls, genoemd in artikel 7, eerste lid, van het Besluit Woningbouwimpuls 2020, is belast met het adviseren van de minister over de toepassing van artikel 7, tweede lid.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven.

Beoordelingscriteria en weging

De totaalscore van een aanvraag wordt als volgt bepaald: elk hoofdcriterium krijgt een deelscore op een schaal van 1 tot 10. De totaalscore van een aanvraag is de deelscore noodzaak * 0,3 + deelscore effectiviteit * 0,5 + deelscore efficiëntie * 0,2.

In dit criterium staat de beoordeling van de noodzaak van de aangevraagde specifieke uitkering centraal. Daarbij wordt gekeken naar de realiteit en marktconformiteit van het opgevoerde financiële tekort en de gevraagde bijdrage die daaruit voortkomt. De beoordeling van dit onderdeel omvat in hoeverre daadwerkelijk sprake is van een tekort, hoe goed dit tekort is onderbouwd, of de gehanteerde uitgangspunten passen bij het beleid en marktconform zijn en in welke mate binnen de projectkaders zowel kwalitatief en financieel is geoptimaliseerd.

Aan de hand van dit criterium wordt bepaald in hoeverre een project aansluit bij de doelstellingen van de regeling. Daarbij wordt gekeken naar de hardheid van de plannen, zoals de huidige status van het proces, de nog te doorlopen planologische procedures en de mate van zekerheid dat het project bij een positief besluit doorgaat, tijdig van start gaat en voortvarend wordt gerealiseerd. Hiernaast wordt gekeken naar het absolute aantal en relatieve aandeel betaalbare woningen en studenteneenheden binnen het project, de instrumenten die zijn ingezet om de woningen langjarig betaalbaar te houden en de doelgroepen voor wie de woningen bestemd zijn. De inzet van instrumenten, zoals parallel plannen of een (regionale) versnellingstafel kunnen bijdragen aan de haalbaarheid van het project.

Op basis van dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre sprake is van een gerichte en doelmatige inzet van financiële middelen. De beoordeling richt zich op de proportionaliteit van de aangevraagde specifieke uitkering ten opzichte van het aantal te realiseren woningen. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de gemiddelde bijdrage per woning, de verhouding tussen de aangevraagde specifieke uitkering en de gemeentelijke bijdrage, alsmede de investeringskosten binnen het project die niet kunnen worden toegerekend.