Ministeriële regeling · BWBR0051453

Mandaatbesluit BZK 2025

Wijzigingen Officiële bron
Mandaatbesluit BZK 2025Mandaatbesluit BZK 2025De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

handelend in overeenstemming met de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Digitalisering en Koninkrijksrelaties) en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Herstel Groningen);

gelet op artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst;

vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit BZK:

Origineel slotformulier en ondertekening

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.J.M.Uitermark

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Mandaat wordt niet verleend met betrekking tot:

Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die, gelet op het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499), behoren tot het werkterrein van de secretaris-generaal.

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

De secretaris-generaal verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, met uitzondering van de in artikel 3.4, derde lid, beschreven situatie, na advies van de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving, de directeur FEZ en de directeur P&O.

Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal worden diens taken, met uitzondering van de taken op het gebied van bedrijfsvoering en organisatieaangelegenheden, uitgeoefend door één van de directeuren-generaal van de directoraten-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat, Koninkrijksrelaties en Digitalisering en Overheidsorganisatie, naar anciënniteit van de benoeming in de functie van directeur-generaal. De plaatsvervangend secretaris-generaal vervangt de secretaris-generaal voor de taken op het gebied van de bedrijfsvoering en organisatieaangelegenheden.

Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal en de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende functionarissen en dienstonderdelen.

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de plaatsvervangend secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

Aan de directeur-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de directeur-generaal en de onder de directeur-generaal ressorterende functionarissen en dienstonderdelen.

Het mandaat van de directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie omvat tevens:

Het mandaat van de directeur-generaal is niet van toepassing op:

Aan de algemeen directeur wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de algemeen directeur en de onder de algemeen directeur ressorterende functionarissen.

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de algemeen directeur in ieder geval betrekking op:

Het mandaat van de algemeen directeur is niet van toepassing op:

Aan de directeur wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de directeur en de onder de directeur ressorterende functionarissen en dienstonderdelen.

Het mandaat van de directeur FEZ omvat tevens:

Het mandaat van de directeur P&O omvat tevens:

Het mandaat van de directeur Ambtenaar en Organisatie omvat tevens:

Het mandaat van de directeur Inkoop-, Facilitair- en Huisvestingbeleid Rijk omvat tevens:

1. De maximumbedragen voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven, als vermeld in bijlage 1 van dit besluit, zijn niet van toepassing op de in dit hoofdstuk verleende mandaten.

De uitoefening van een mandaat geschiedt met inachtneming van:

In gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist de bewindspersoon, de secretaris-generaal of de directeur-generaal over de doorverlening van zijn mandaat.

Wijziging van dit besluit geschiedt op initiatief van de directeur P&O na advies van de directeur FEZ en de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving.

Het Mandaatbesluit BZK 2023 wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2025.

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit BZK 2025.

Maximumbedragen voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven, als bedoeld in de artikelen 5.6, eerste lid, 6.4, eerste en vierde lid, en 7.6 eerste en vijfde lid, van het Mandaatbesluit BZK 2025.

Bedragen zijn per (meerjarige) verplichting, in euro’s en inclusief BTW.

Deze bijlage is niet van toepassing op het Rijksvastgoedbedrijf. Deze bijlage is ook niet van toepassing op de dienst Nationaal Coördinator Groningen, voor zover het beslissingen betreft die zien op de taakuitvoering van de dienst Nationaal Coördinator Groningen (zie artikel 6.2a Mandaatbesluit BZK 2025).

1 De functiebenaming directeur SSO-CN, zoals in deze bijlage 1 opgenomen, is in lijn met het Organisatiebesluit BZK 2025. De werktitel behorend bij deze functie betreft Directeur-generaal SSO-CN.