Wijzigingen Officiële bron
Gewijzigd besluit redelijk rendement warmteleveranciersGewijzigd besluit redelijk rendement warmteleveranciers

Uitwerking van de methode van het redelijk rendement voor warmteleveranciers over de periode 2018–2022 en 2023–2025 ten behoeve van de rendementstoets warmte

Den Haag15 mei 2025Autoriteit Consument & Marktnamens deze,M.R.LeijtenBestuurslid

Nationaliteit obligatie

Looptijd obligatie

Referentieperiode

Bodemwaarde risicovrije rente

Hoogte risicovrije rente

Historische en toekomstige gegevens

Geografische locatie

Meetkundig en rekenkundig gemiddelde

Bepaling marktrisicopremie

Conclusie

Vergelijkingsgroep

Statistische aspecten regressies

Datafrequentie en marktimperfecties in de data

Autocorrelatie en heteroskedasticiteit

Bepaling equity bèta

Stap 1: berekening equity bèta’s van peers

Stap 2: bepaling van de asset bèta

Stap 3: berekening equity bèta van warmteleveranciers

87. De kostenvoet vreemd vermogen betreft de vergoeding die vreemd vermogensverschaffers van warmteleveranciers eisen voor het ter beschikking stellen van hun vermogen. De kostenvoet vreemd vermogen is van belang voor het bepalen van het redelijk rendement op basis van de WACC, aangezien de WACC het gewogen gemiddelde is van de kostenvoet vreemd vermogen en de kostenvoet eigen vermogen.

Zienswijze 1: ‘‘Het normrendement mag niet met terugwerkende kracht worden toegepast’’

Samenvatting zienswijze

Reactie ACM

Zienswijze 2: ‘‘De ACM moet rekening houden met de governance van het warmtebedrijf’’

Samenvatting zienswijze

Reactie ACM

Hoogte en looptijd van de WACC

Zienswijze 3: ‘‘De ACM heeft de WACC voor warmteleveranciers te laag vastgesteld’’

Samenvatting zienswijze

Reactie ACM

Zienswijze 4: ‘‘Looptijd van de WACC’’

Samenvatting zienswijze

Reactie ACM

Diversiteit en de vergelijkingsgroep

Zienswijze 5: ‘‘De ACM heeft bij het vaststellen van de WACC onvoldoende rekening gehouden met de diversiteit in de warmtesector’’

Samenvatting zienswijze

Reactie ACM

Zienswijze 6: ‘‘De ACM gebruikt een vergelijkingsgroep die niet representatief is voor de risico’s van warmtebedrijven in Nederland’’

Samenvatting zienswijze:

Reactie ACM

Zienswijze 7: ‘‘De ACM moet de sectoren binnen de vergelijkingsgroep anders wegen’’

Samenvatting zienswijze

Reactie ACM

Marktrisicopremie

Zienswijze 8: ‘‘De marktrisicopremie wordt door de ACM onderschat’’

Samenvatting zienswijze

Reactie ACM

Risicovrije rente

Zienswijze 9: ‘‘De gehanteerde risicovrije rente sluit niet aan bij de huidige situatie’’

Samenvatting zienswijze

Reactie ACM

Kostenvoet vreemd vermogen

Zienswijze 10: ‘‘De ACM moet verduidelijken welke kostenvoet vreemd vermogen zij hanteert en hoe vaak zij de rentecomponent in de kostenvoet vreemd vermogen gaat herzien’’

Samenvatting zienswijze

Reactie ACM

Asymmetrisch reguleringsrisico

Zienswijze 11: ‘‘De ACM moet rekening houden met het bestaan van een asymmetrisch reguleringsrisico’’

1 Zoals hierna in deze paragraaf wordt toegelicht hebben deze zienswijzen geleid tot een wijziging in de van de rendementstoets.

Samenvatting zienswijze

Reactie ACM

Rentestijgingen

Zienswijze 12: ‘‘De ACM moet rekening houden met rentestijgingen tijdens de reguleringsperiode’’

1 Zoals hierna toegelicht hebben deze zienswijzen geleid tot een wijziging in de Beleidsregel van de rendementstoets.

Samenvatting zienswijze

Reactie ACM

Vennootschapsbelasting

Zienswijze 13: ‘‘Het percentage vennootschapsbelasting is te laag’’

Samenvatting zienswijze

Reactie ACM

Zienswijze wijzigingen als gevolg van beroepsprocedure

Zienswijze 14: ‘‘Het verschil tussen de theoretische KVV en de daadwerkelijke KVV moet worden gebruikt als opslag op de KEV.’’

Samenvatting Zienswijze

Reactie ACM

Zienswijze 15: ‘‘Het onderzoek naar de KVV dient te worden gevalideerd door een onafhankelijke deskundige.’’

Samenvatting zienswijze:

Reactie ACM

Zienswijze 16: ‘’De ACM moet een generieke opslag voor innovatieve/niet-routinematige investeringen opnemen’’

Samenvatting zienswijze:

Reactie ACM

Zienswijze 17: ‘‘De periode van de opslag voor asymmetrisch reguleringsrisico moet aansluiten bij de reguleringstermijn van 5 jaar’’

Samenvatting zienswijze:

Reactie ACM