Beleidsregel · BWBR0051624
Beleidsregel goedkeuringsprocedure regelingen Kiesraad
Gelet op artikelen A 7, A 11, vierde lid, N 10, derde lid, N 29, vierde lid, Na 14, vijfde lid, Na 31, derde lid, O 7, derde lid, O 20, derde lid, P 1e, zevende lid, P 1f, zesde lid, P 22, derde lid, T 11, vijfde lid, W 1, zesde lid, W 2, derde lid, en W 4, tweede lid van de Kieswet;
Besluit:
De beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage21 september 2025De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,F.RijkaartDe Kiesraad verzoekt voor het vastgestelde bestuursreglement, als bedoeld in artikel 11 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen juncto artikel A 7 van de Kieswet, om de goedkeuring van de minister.
De Kiesraad voegt bij het verzoek om goedkeuring als bedoeld in artikel 1 toe:
- a.
het bestuursreglement; en
- b.
een toelichting op het bestuursreglement.
De minister kan de goedkeuring onthouden wanneer:
- a.
niet is voldaan aan het in artikel 2 gestelde;
- b.
het bestuursreglement in strijd is met het recht; of
- c.
het bestuursreglement naar het oordeel van de minister een goede taakuitoefening door de Kiesraad kan belemmeren. Hiervan is in ieder geval sprake als de functiescheiding zoals neergelegd in artikel A 3, tweede en derde lid, van de Kieswet niet is geborgd.
De Kiesraad verzoekt voor de vastgestelde regels, als bedoeld in artikel A 11, vierde lid van de Kieswet, om de goedkeuring van de minister.
De Kiesraad voegt bij het verzoek om goedkeuring als bedoeld in artikel 4 toe:
- a.
de regels; en
- b.
een toelichting op de regels.
De minister kan de goedkeuring onthouden, wanneer:
- a.
niet is voldaan aan het in artikel 5 gestelde;
- b.
de regels geen betrekking hebben op onvoorziene omstandigheden; of
- c.
de regels niet zien op de wijze waarop stembureaus, als bedoeld in artikel A 10 van de Kieswet, moeten handelen; of
- d.
de regels te lang van kracht zijn; of
- e.
de regels in strijd met het recht zijn.
De Kiesraad verzoekt voor de vastgestelde modellen, tot vaststelling waarvan hij op grond van de Kieswet bevoegd is, om de goedkeuring van de minister.
De Kiesraad voegt bij het verzoek om goedkeuring als bedoeld in artikel 7 toe:
- a.
de modellen; en
- b.
een toelichting op de modellen.
De minister kan de goedkeuring van de door de Kiesraad vastgestelde modellen onthouden bij strijd met het recht. De minister kan de goedkeuring tevens onthouden als niet is voldaan aan het in artikel 8 gestelde.
De minister beslist zo snel mogelijk op het verzoek als bedoeld in artikel 4.
Indien de minister niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn een beslissing neemt, wordt de goedkeuring geacht te zijn verleend.
De minister kan de in het tweede lid genoemde termijn eenmalig met vier weken verlengen, mits hij dit voor het verstrijken van de oorspronkelijke termijn schriftelijk en gemotiveerd aan de Kiesraad meedeelt.
Indien de minister aanvullende informatie noodzakelijk acht, wordt de termijn opgeschort vanaf de dag waarop de minister hierom verzoekt tot de dag waarop de gevraagde informatie volledig is ontvangen. De opschorting wordt schriftelijk aan de Kiesraad meegedeeld.
Een wijziging van deze beleidsregel wordt voorafgaand aan de vaststelling met de Kiesraad besproken.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel goedkeuringsprocedure regelingen Kiesraad.
Deze beleidsregel treedt in werking wanneer de Wet kwaliteitsbevordering uitvoering verkiezingsproces (Stb. 2025, 270) in werking treedt.