Ministeriële regeling · BWBR0051739

Tijdelijke mbo-verduurzamingsregeling

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 10 november 2025, nr. IENW/BSK-2025/274529, houdende vaststelling van regels voor subsidie ter stimulering van inzet van duurzaamheidscoördinatoren 2026–2029 (Tijdelijke mbo-verduurzamingsregeling) [KetenID WGK028158]Tijdelijke mbo-verduurzamingsregelingDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 4, 6, zesde lid, 7, derde lid, 8, eerste lid, 10, eerste, tweede en vierde lid, 13, 16, 22, tweede lid, en 23, derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu,A.A.Aartsen

In deze regeling wordt verstaan onder:

De verstrekking van subsidies op grond van deze regeling heeft als doel het borgen en versterken van duurzaamheid en circulariteit in mbo-instellingen middels de aanstelling van een of meerdere duurzaamheidscoördinatoren.

De Minister kan, gelet op artikel 2, op aanvraag van het bevoegd gezag van een mbo-instelling subsidie verstrekken voor het invoeren of uitbreiden van de inzet van een of meer duurzaamheidscoördinatoren die ten minste drie en ten hoogste drieënhalf jaar als duurzaamheidscoördinator voor de aanvrager werkzaam zullen zijn, voor:

De subsidie bedraagt 75% van de in aanmerking komende kosten, met een maximum van € 285.000, voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 3.

De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op basis van de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie indien een mbo-instelling reeds een subsidie op grond van deze regeling heeft ontvangen.

De regels, bedoeld in artikel 15, derde lid, van het Kaderbesluit, inzake een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 zijn van toepassing op subsidies van € 125.000 of meer.

De Minister verstrekt voorschotten volgens de volgende systematiek:

De Minister publiceert voor 1 januari 2032 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en vervalt met ingang van 1 januari 2031, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor laatstbedoelde datum zijn aangevraagd.

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke mbo-verduurzamingsregeling.

Het projectplan voor de werkzaamheden van de duurzaamheidscoördinator is een essentieel onderdeel van uw aanvraag. De inhoudelijke beoordeling van uw voorstel vindt plaats op basis van de informatie die u daar verschaft en de eventuele bijlagen waar u naar verwijst.

Voor het projectplan geldt dat het beantwoorden van de daarin opgenomen vragen verplicht is.

Vraag 1: Welke werkzaamheden gaat de duurzaamheidscoördinator concreet uitvoeren?

U kunt hiervoor gebruik maken van de in deze bijlage opgenomen lijst met werkzaamheden. Daarbij dienen de werkzaamheden te passen binnen de rolomschrijving van de duurzaamheidscoördinator en dienen werkzaamheden die niet zijn opgenomen in de in deze bijlage opgenomen lijst met werkzaamheden, naar aard en inhoud aan te sluiten bij de lijst met werkzaamheden.

Vraag 2: Wat is de globale planning van die werkzaamheden voor de duur van de projectperiode?

U kunt dit uitsplitsen voor de verschillende jaren van het project: welke werkzaamheden verricht de duurzaamheidscoördinator in het eerste jaar en welke werkzaamheden komen er in latere jaren van het project bij?

Vraag 3: Hoe beoogt u de voortzetting van de werkzaamheden van de duurzaamheidscoördinator na afloop van de projectperiode te borgen?

Hierbij dient u inzicht te geven in de manier waarop u borgt dat de werkzaamheden van de duurzaamheidscoördinator na de projectperiode worden voortgezet, bijvoorbeeld door het opstellen van een strategische visie voor de verdere integratie van duurzaamheid binnen de school.

Indien er op de mbo-instelling nog geen duurzaamheidscoördinator is aangesteld, volstaat een globaal overzicht en beschrijving van de werkzaamheden en een voorlopige planning. De subsidieverlening zal dan de verplichting bevatten dat het projectplan binnen het eerste jaar na aanstelling van een duurzaamheidscoördinator nader wordt uitgewerkt.

Rolomschrijving van een duurzaamheidscoördinator

De inzet van de duurzaamheidscoördinator draagt indirect bij aan de taken van het bestuur en de onderwijsinstelling, met name op het gebied van kwaliteit, strategisch beleid en de toekomstige ontwikkeling van de onderwijsorganisatie. De duurzaamheidscoördinator speelt een essentiële rol in de verdere integratie van duurzaamheid en circulariteit binnen het onderwijs, wat kan bijdragen aan het bereiken van bredere institutionele en strategische doelstellingen.

De inzet van een duurzaamheidscoördinator op instellingsniveau betreft primair het structureel in de onderwijspraktijk verankeren van duurzaamheid en circulariteit. Een duurzaamheidscoördinator stimuleert initiatieven en zet ze in gang, afgestemd op de specifieke behoeften en vraag van de instelling, met als doel de instelling toekomstbestendiger te maken. De duurzaamheidscoördinator is een aanjager binnen de instelling, krijgt verantwoordelijkheid om verder met duurzaamheid aan de slag te gaan en heeft mandaat om duurzame initiatieven te bedenken, te coördineren en te borgen in de verschillende lagen van een onderwijsinstelling. Hierbij valt te denken aan het bestuurlijk niveau, managementniveau en operationeel niveau. Op basis van de scope en verantwoordelijkheden van de functie is het wenselijk een duurzaamheidscoördinator aan te stellen in schaal 11 of hoger (CAO mbo).

Voor de breedte van duurzaamheid hanteert de duurzaamheidscoördinator de Sustainable Development Goals (SDG’s).1 De zeventien doelen zijn een mondiaal kompas voor uitdagingen en vraagstukken rondom extreme armoede, (gender)ongelijkheid en klimaatverandering. Naast de SDG’s richt de duurzaamheidscoördinator zich ook op het toepassen van circulariteit volgens de R-ladder.2 In de context van de onderwijspraktijk kan dit op verschillende manieren worden geïntegreerd, zoals afvalrecycling, circulair inkopen of het stimuleren van circulair gedrag bij medewerkers en studenten. De Whole School Approach3 is daarbij een raamwerk dat ruimte biedt om vanuit diverse invalshoeken na te denken over duurzaamheid, daar waar passend bij de behoefte en vraag van een school.

De werkzaamheden zijn erop gericht dat de duurzaamheidscoördinator na afloop van de projectperiode heeft gezorgd voor een stevige basis voor de structurele borging van duurzaamheid en circulariteit binnen de onderwijspraktijk. Daarbij zijn duurzaamheid en circulariteit ten minste geïntegreerd in de visie en het strategisch koersplan van de school, waardoor er voor de komende jaren duidelijke richting is voor het beleid van de instelling op deze onderwerpen.

Lijst met werkzaamheden

Een verplicht onderdeel van de duurzaamheidscoördinator is het jaarlijks deelnemen aan de SustainaBul MBO peer-review en de daarbij horende werkzaamheden. Daarnaast volgt hieronder een lijst van werkzaamheden die door een duurzaamheidscoördinator uitgevoerd kunnen worden. Deze lijst dient als voorbeeld en is niet uitputtend. De aanvrager stelt zelf een projectplan op met de geplande werkzaamheden van de duurzaamheidscoördinator binnen de projectperiode, passend bij de vraag en behoefte van de instelling.

Opties. Een duurzaamheidscoördinator: