Ministeriële regeling · BWBR0052073
Eindejaarsregeling 2025
Handelende wat artikel 13 van de Wet op de loonbelasting 1964 betreft in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op de artikelen 1.5, 6.17, 6.18, 6.26 en 10.6ter van de Wet inkomstenbelasting 2001, de artikelen 6, 13, 28, 28a en 38p van de Wet op de loonbelasting 1964, artikel 12 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, artikel 13ab van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, artikel 1.2 van de Wet bronbelasting 2021, de artikelen 35b, 35d en 35e van de Successiewet 1956, artikel 32g van de Wet op de omzetbelasting 1968, de artikelen 8, 10 en 10a van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, artikel 6:1 Algemene douanewet, artikel 95 van de Wet op de accijns, de artikelen 17, 31 en 47 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, artikel 2a van het Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de artikelen 2, 3, 3a, 6 en 39 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 25, 26, 31 en 70ca van de Invorderingswet 1990, artikel 11 van het Uitvoeringsbesluit identificatie- en rapportagevoorschriften Common Reporting Standard en artikel XI van Overige fiscale maatregelen 2026;
Besluit:
De Staatssecretaris van Financiën,E.H.J.HeijnenDe Staatssecretaris van Financiën,S.Th.P.H.Palmen-SchlangenWijzigt de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011.
Wijzigt de Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990.
Wijzigt de Regeling gegevensuitvraag loonaangifte.
Wijzigt de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
Wijzigt de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting.
Ingeval artikel 9, eerste lid, onderdeel g, van de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting toepassing vindt en de omzetting, bedoeld in dat onderdeel, voor 1 januari 2026 plaatsvond, wordt de periode, bedoeld in dat onderdeel, voor de erflater of schenker gesteld op een jaar, onderscheidenlijk vijf jaren.
Wijzigt de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968.
Wijzigt de Uitvoeringsregeling motorrijtuigenbelasting 1994.
Wijzigt de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.
Wijzigt de Algemene douaneregeling.
Wijzigt de Uitvoeringsregeling accijns.
Wijzigt de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Wijzigt de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994.
Wijzigt de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003.
Wijzigt de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst.
Wijzigt de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004.
Wijzigt de Regeling aanwijzing rechtsgebieden Common Reporting Standard.
- 1.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat artikel I, onderdelen B, onder 1, subonderdeel a, C, eerste zin, en D, en artikel VI, onderdeel D, onder 5, eerste zin, 7, eerste zin, 8, eerste zin, en 9, eerste zin, en artikel X terugwerken tot en met 1 januari 2025.
- 2.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel VIII in werking op 1 april 2026.
- 3.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel IX in werking op het tijdstip waarop artikel 30 van de Wet vrachtwagenheffing in werking treedt.
- 4.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel XVIII in werking op het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 6 oktober 2023 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en enige andere wetten in verband met de invoering van regels voor het verlenen van toelating voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten) (Kamerstukken 36 446) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt.
Deze regeling wordt aangehaald als: Eindejaarsregeling 2025.