Regeling · BWBR0052573
Besluit bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en Veiligheid van 10 oktober 2025, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 6784255;
Gelet op de artikelen 9, zesde lid, 12 en 17 van de Wet bestuursrechtelijke aanpak voor online kinderpornografisch materiaal;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 10 december 2025, nr. W16.25.00308/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie en Veiligheid van 7 april 2026, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 7316212;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage16 april 2026Willem-AlexanderDe Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. vanWeelde vierentwintigste april 2026De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. vanWeelIn dit besluit wordt verstaan onder:
Indien de Autoriteit besluit tot openbaarmaking van een beschikking tot oplegging van een bestuurlijke boete of een beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom, wordt de beschikking, bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk artikel 8, eerste lid, van de wet, door de Autoriteit geplaatst op een website met informatie van de Autoriteit.
Onderdelen van de beschikking, bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk artikel 8, eerste lid, van de wet, die persoonsgegevens, bedrijfsnamen of bedrijfsgegevens van derden bevatten, worden niet op de website gepubliceerd.
De beschikking, bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk artikel 8, eerste lid, van de wet, en de gegevens, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van de wet, blijven drie jaar na de datum van het besluit tot openbaarmaking beschikbaar op de website.
De mogelijke reactie van de geadresseerde in verband met de openbaarmaking van zijn gegevens zal worden gevoegd bij de beschikking, bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk artikel 8, eerste lid, van de wet, op de website met informatie van de Autoriteit.
In geval van een reactie zal deze bestaan uit de mededeling dat de geadresseerde het eens of oneens is met de openbaarmaking van zijn gegevens.
De Autoriteit beëindigt de plaatsing van de beschikking, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en de daarbij behorende gegevens, bedoeld in artikel 2, derde lid, onverwijld indien:
- a.
het besluit tot openbaarmaking wordt ingetrokken; of
- b.
het besluit tot openbaarmaking dan wel de beschikking tot oplegging van een bestuurlijke boete of last onder dwangsom door de bestuursrechter onherroepelijk is vernietigd.
De Autoriteit bewaart het kinderpornografisch materiaal waarover zij de beschikking heeft gekregen in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2 van de wet, en de daarbij behorende persoonsgegevens, waaronder de gegevens, bedoeld in artikel 10 van de wet, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn in verband met de strafvordering of de bestuursrechtelijke procedure, niet langer dan voor die doeleinden noodzakelijk is en ieder geval niet langer dan een jaar nadat een door de Autoriteit genomen besluit naar aanleiding van het betreffende kinderpornografisch materiaal onherroepelijk is geworden.
De Autoriteit bewaart het kinderpornografisch materiaal waarover zij de beschikking heeft gekregen in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2 van de wet, en de daarbij behorende persoonsgegevens, waaronder de gegevens, bedoeld in artikel 10 van de wet, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn in verband met de taak, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, van de wet, niet langer dan voor die taak noodzakelijk en ieder geval niet langer dan 20 jaar.
Ten aanzien van de persoonsgegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, voorziet de Autoriteit in informatiebeveiligingsbeleid waarin is vastgelegd op welke wijze invulling wordt gegeven aan de daarvoor geldende normen, waaronder in ieder geval de meest recente door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde richtlijnen voor informatiebeveiliging bij de rijksoverheid.
De Autoriteit voorziet in maatregelen waarmee de toegang tot en het gebruik van de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, op zorgvuldige wijze wordt geregeld en strikt beperkt is tot personen die deze gegevens nodig hebben voor de uitvoering van de taak van de Autoriteit, bedoeld in artikel 2 van de wet.
De toegang tot en het gebruik van de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden vastgelegd langs elektronische weg (gelogd). De gegevens die in verband met het loggen worden vastgelegd, worden uitsluitend gebruikt voor controledoeleinden.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
De artikelen 9 en 12 van de wet treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal.