Beleidsregel · BWBR0052630
Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving verontreinigd papier- en metaalafval 2026
Gelet op artikel 1 van het Besluit aanwijzing toezichthouders fysieke leefomgeving en artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
BESLUIT:
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,namens deze,De Inspecteur-Generaal Leefomgeving en Transport,M.C.WassenaarIn deze beleidsregel wordt verstaan onder:
aanhangende olie: olie die resteert nadat oliehoudend ijzer- en staal(ferro) schroot en non-ferro schroot gedurende ten minste 48 uur bij een temperatuur die hoger is dan 15 graden Celsius is uitgelekt;
bestuursrechtelijke handhaving: bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens de EVOA 2024 gestelde verplichtingen als opgedragen aan de minister bij artikel 18.2b, eerste lid, onderdeel d, en vierde lid, van de Wet milieubeheer in samenhang met artikel 18.4 van de Omgevingswet en Hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht;
EVOA 2006:Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU 2006, L 190);
EVOA 2024:Verordening (EU) nr. 2024/1157, van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1013/2006;
huishoudelijk afval (Y46): afvalstof als bedoeld in bijlage V, deel 2, lijst A onder Y46 van de EVOA 2024;
gevaarlijke afvalstof: afvalstof die een of meer van de in bijlage III bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen genoemde gevaarlijke eigenschappen bezit;
ILT: Inspectie Leefomgeving en Transport;
inspecteur: toezichthouder als bedoeld in artikel 5.11 van de Algemene wet bestuursrecht die werkzaam is bij de ILT en toezicht houdt op de naleving van de EVOA;
Kaderrichtlijn afvalstoffen:Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen;
niet-ingedeelde afvalstof: afvalstof als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, c, d, e of f van de EVOA 2024;
partij: hoeveelheid afval, die uit het oogpunt van haar wijze van opslag of vervoer en uit het oogpunt van (deel)proces van oorsprong als eenheid wordt beschouwd.
Ter bepaling of een partij met andere componenten verontreinigd of samengesteld papierafval, bestaande uit:
- –
ongebleekt papier en karton of gegolfd papier en golfkarton;
- –
overig papier en karton, hoofdzakelijk gemaakt van gebleekt chemisch pulp, dat niet in bulk is gekleurd;
- –
papier en karton, hoofdzakelijk gemaakt van gebleekt mechanisch pulp, bijvoorbeeld kranten, tijdschriften en soortgelijk drukwerk;
- –
overig papierafval, met inbegrip van gelamineerd karton en ongesorteerd afval, of
- –
een mengsel van papierafval bestaande uit de eerste drie opsommingstreepjes,
in het kader van de bestuursrechtelijke handhaving kan worden aangemerkt als papierafval als bedoeld in bijlage III(A) en zoals omschreven bij code B3020 van bijlage V van de EVOA, controleert de inspecteur of het betrokken afval voldoet aan de criteria in het tweede tot en met het vijfde lid. Indien de inspecteur constateert dat de partij papierafval niet voldoet aan deze criteria, wordt de partij als een niet-ingedeelde afvalstof gekwalificeerd.
Papierafval bevat geen gevaarlijke afvalstoffen, waaronder ziekenhuisafval, infectieus afval of afvalstoffen vallend onder Y46 huishoudelijk afval.
Papierafval is ontdaan van:
- a.
etensresten en ander organisch restmateriaal; en
- b.
zichtbaar verbrand materiaal.
Papierafval bevat maximaal twee gewichtsprocent aan andere componenten dan papier.
Het gehalte aan vocht in papierafval bedraagt maximaal twaalf gewichtsprocent.
Ter bepaling of een partij met andere componenten verontreinigd of samengesteld ijzer- en staal (ferro) schroot en non-ferro schroot in het kader van de bestuursrechtelijke handhaving kan worden aangemerkt als metaalafval als bedoeld in bijlage III en zoals omschreven bij code B1010 en B1050 van bijlage V van de EVOA, alsmede ter bepaling of dergelijk schroot kan worden aangemerkt als het op bijlage IIIA van de EVOA genoemde mengsel van afvalstoffen vallend onder de codes B1010 en B1050, controleert de inspecteur of het betrokken afval voldoet aan de criteria in het tweede tot en met het vierde lid. Indien de inspecteur constateert dat de partij schroot niet voldoet aan deze criteria, wordt de partij als een niet-ingedeelde afvalstof gekwalificeerd.
IJzer- en staal (ferro) schroot en non-ferro schroot bevat geen:
- a.
explosieve materialen, zoals munitie, springstoffen, gesloten gascilinders en dergelijke;
- b.
radioactieve stoffen, splijtstoffen of ertsen als bedoeld in artikel 1 van de Kernenergiewet;
- c.
gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van aanhangende olie die maximaal 0,5 mg/kg PCB per congeneer 28, 52, 101, 118, 138, 153 of 180 bevat;
- d.
met Chroom-VI houdende verf behandeld metaalafval.
IJzer- en staal (ferro) schroot en non-ferro schroot is ontdaan van:
- a.
PVC, afkomstig van onder meer kabels en elektrische of elektronische apparaten;
- b.
CFK-houdend PUR-schuim;
- c.
elektronische en elektrische apparaten, tenzij deze zijn gedepolueerd volgens de eisen in de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparaten en volledig uit (non-) ferro metaal bestaan;
- d.
teermastiek;
- e.
niet schud-, schrap- of schraapleeg zijnde verpakkingen;
- f.
koudemiddelen.
IJzer- en staal (ferro) schroot en non-ferro schroot bevat maximaal tien gewichtsprocent aan andere componenten dan ijzer- en staal (ferro) schroot en non-ferro schroot.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 21 mei 2026.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving verontreinigd papier- en metaalafval 2026.
De Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving verontreinigd papier-, kunststof- en metaalafval 2022 wordt op 21 mei 2026 ingetrokken.