Regeling · BWBR0001879

Rijksoctrooiwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 7 november 1910, tot regeling van het octrooirecht voor uitvindingenRijksoctrooiwetWij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is het octrooirecht voor uitvindingen voor het Rijk in Europa en voor de koloniën en bezittingen in andere werelddeelen te regelen:

Zoo is het, dat Wij den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize het Looden 7den November 1910.WILHELMINA.De Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel,A. S. TALMA.De Minister van Justitie,E. R. H. REGOUT.De Minister van Koloniën,DE WAAL MALEFIJT.zes en twintigsten November 1910.De Minister van Justitie,E. R. H. REGOUT.

Aan hem, die een nieuw voortbrengsel of een nieuwe werkwijze heeft uitgevonden, wordt op zijn aanvrage octrooi verleend.

Vervallen

Geen octrooi wordt verleend voor voortbrengselen of werkwijzen, waarvan het openbaar worden strijdig zou zijn met de openbare orde of de goede zeden.

Elke aanvrage om octrooi mag slechts op een enkele uitvinding betrekking hebben of op een groep van uitvindingen, die zodanig onderling verbonden zijn, dat zij op een enkele algemene uitvindingsgedachte berusten. Nadere voorschriften dienaangaande kunnen bij algemene maatregel van Rijksbestuur worden vastgesteld.

Onverminderd de artikelen 9, 10 en 11, wordt de aanvrager als uitvinder beschouwd.

Vervallen

De aanvrager heeft geen aanspraak op octrooi, voor zover de inhoud zijner aanvrage aan hetgeen reeds door een ander vervaardigd of toegepast werd of wel aan beschrijvingen, tekeningen of modellen van een ander, zonder diens toestemming, ontleend is. Deze laatste behoudt, voor zoveel hetgeen ontleend werd voor octrooi vatbaar is, zijn aanspraak op octrooi. Voor de toepassing van artikel 2, derde en vierde lid, op het onderwerp van een aanvrage, ingediend door degene aan wie ontleend is, blijft de door de ontlener ingediende aanvrage buiten beschouwing.

Indien een voortbrengsel of een werkwijze is uitgevonden door verscheidene personen, die volgens een afspraak tezamen hebben gewerkt, hebben zij gezamenlijk aanspraak op octrooi.

Vervallen

De aanvragen om octrooi worden gericht tot, en octrooi wordt verleend door de Octrooiraad.

De rangorde der rechten, die voortvloeien uit de inschrijving in registers van de Octrooiraad van andere stukken dan aanvragen om octrooi, wordt bepaald door de datum, waarop zodanig stuk bij de Octrooiraad ter inschrijving is ingekomen.

Voor de Octrooiraad kunnen als gemachtigde slechts optreden personen die op grond van artikel 23b van de Rijksoctrooiwet 1995 gerechtigd zijn als gemachtigde voor het Bureau voor de industriële eigendom op te treden. Het bij of krachtens hoofdstuk 2, paragraaf 1a, van de Rijksoctrooiwet 1995 bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het uitoefenen van het beroep van gemachtigde voor de Octrooiraad.

Alle stukken, gericht tot en uitgaande van de Octrooiraad, zijn vrij van zegel en van de formaliteit van registratie.

Indien het Bureau voor de industriële eigendom gedurende de laatste dag van enige ingevolge deze Rijkswet door of jegens de Octrooiraad in acht te nemen termijn is gesloten, wordt die termijn voor de toepassing van deze Rijkswet verlengd tot het einde van de eerstvolgende dag, waarop het Bureau wederom is geopend.

De Octrooiraad treedt op als aangewezen bureau in de zin van artikel 2, onder (xiii), van het Samenwerkingsverdrag, indien de aanvrager ingevolge Hoofdstuk I van dat Verdrag het Koninkrijk heeft aangewezen en uit de aanvrage blijkt, dat hij voor het Koninkrijk een overeenkomstig deze Rijkswet verleend octrooi wenst te verkrijgen.

De Octrooiraad treedt op als gekozen bureau in de zin van artikel 2, onder (xiv), van het Samenwerkingsverdrag, indien het Koninkrijk door de aanvrager ingevolge Hoofdstuk II van dat Verdrag is gekozen en de Octrooiraad tevens als aangewezen bureau als bedoeld in artikel 19C optreedt.

Bij de aanvrage is een bewijs over te leggen, dat een bedrag, waarvan de hoegrootheid nader bij algemene maatregel van Rijksbestuur wordt vastgesteld, bij het Bureau voor de industriële eigendom is gestort.

Eerst bij inzending van het bewijs, dat een bedrag, dat ingevolge deze Rijkswet of het octrooireglement geëist wordt, is gestort, worden de aanvrage en de andere stukken, waarvoor het bedrag verschuldigd is, geacht te zijn ingediend.

Vervallen

Nadere voorschriften ter uitvoering van de bepalingen van deze en de volgende afdelingen worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld; bij die maatregel worden onder andere geregeld:

Indien de Staat zelf houder van een octrooiaanvrage is en Onze Minister van Defensie aan de Octrooiraad mededeelt, dat de inhoud daarvan in het belang van de verdediging van het Koninkrijk of zijn bondgenoten geheim moet blijven, worden de terinzagelegging en openbaarmaking der aanvrage opgeschort, totdat Onze genoemde Minister aan de Octrooiraad mededeelt, dat de inhoud der aanvrage niet langer geheim behoeft te blijven.

De houder van een Europees octrooi, die niet in Nederland woont, is verplicht hier te lande domicilie te kiezen en daarvan schriftelijk mededeling te doen aan de Octrooiraad, welke keuze van kracht blijft, behoudens schriftelijk ter kennis van de Octrooiraad te brengen wijziging van het gekozen domicilie. Indien ten tijde van de in artikel 29N, eerste lid, bedoelde aantekening in het openbare register niet aan de hiervoren omschreven verplichting is voldaan, geeft de Octrooiraad hiervan binnen veertien dagen kennis aan de octrooihouder onder vermelding van de datum waarop deze aantekening is gedaan. Het octrooi vervalt indien na verloop van drie maanden na deze datum niet alsnog aan de in de eerste volzin omschreven verplichting is voldaan. De Octrooiraad doet van dit verval aantekening in het eerder bedoelde register en maakt daarvan melding in het in artikel 25, eerste lid, bedoelde blad.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het uitsluitend recht van de octrooihouder strekt zich niet uit tot:

Vervallen

Het octrooi blijft behoudens het bepaalde in de navolgende artikelen van kracht tot het verstrijken van een termijn van twintig jaren te rekenen van de dag van indiening van de aanvrage die tot het octrooi heeft geleid.

Vervallen

Van alle rechterlijke uitspraken in zake octrooirecht wordt door de griffier van het gerecht, door hetwelk die uitspraak werd gedaan, binnen één maand kosteloos een los afschrift gezonden aan de Octrooiraad, en, indien het een Europees octrooi betreft, aan het Europees Octrooibureau, bedoeld in het Europees Octrooiverdrag.

In de Nederlandse Antillen en in Aruba kan een Bureau voor de industriële eigendom worden ingesteld. Deze bureaus zijn instellingen van die landen.

Door het betrokken Bureau wordt artikel 22 toegepast, met dien verstande, dat op de aanvrage als tijdstip van indiening de datum, waarop zij bij het betrokken Bureau is binnengekomen, wordt vermeld.

Nadat de aanvrage door de Octrooiraad is ontvangen, wordt deze in een register onder doorlopend nummer ingeschreven.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In Nederland kan bij de wet en in de Nederlandse Antillen en Aruba kan bij landsverordening worden verklaard, dat de in deze Rijkswet vervatte onderlinge regeling dient te worden beëindigd. Met ingang van het derde kalenderjaar na dat van afkondiging van zodanige wet of landsverordening verkrijgt deze Rijkswet in Nederland de staat van wet en in de Nederlandse Antillen en Aruba de staat van landsverordening.