Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 1 mei 1975, houdende voorschriften betreffende het veeartsenijkundig toezicht op veemarktenBesluit voorschriften veeartsenijkundig toezicht op veemarktenWij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en Visserij van 14 februari 1975, No. J 363, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;

Gelet op artikel 5 van de Veewet;

De Raad van State gehoord (advies van 5 maart 1975, no. 17);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 23 april 1975, No. J 607, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk1 mei 1975JulianaDe Minister van Landbouw en Visserij,Van der Stee.de vijfde juni 1975De Minister van Justitie,Van Agt

In dit besluit wordt verstaan onder:

Op het voorterrein moet ten minste één afzonderlijke, goed afsluitbare, doelmatig ingerichte ruimte aanwezig zijn voor de afzondering van zieke, wrakke en gewonde dieren.

Indien op het veemarktterrein met een tussenruimte van in de regel een maand of korter veemarkt wordt gehouden, moet

Het is niet toegestaan vee op de marktplaats aan te voeren anders dan binnen het daartoe bij de verordening aangewezen tijdvak, met dien verstande, dat aanvoer vroeger dan een half uur na zonsopgang slechts is toegestaan, indien op het veemarktterrein een installatie aanwezig is welke voldoende kunstlicht voor de keuring levert.

Het is niet toegestaan:

Het is niet toegestaan vee op de marktplaats te brengen of te houden dan nadat bij een tevoren van gemeentewege verrichte keuring is gebleken dat tegen toelating geen bezwaren bestaan.

Artikel 5: 20 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de met de keuring belaste dierenarts.

Het brengen van vee naar de marktplaats is slechts toegestaan op bij de verordening aangegeven wijze en langs daarbij aangewezen toegangen, met dien verstande, dat de aanvoer van

Zieke, gewonde en wrakke dieren en dieren, die op grond van de uitslag van de keuring niet tot de marktplaats zijn toegelaten, dienen, totdat zij worden afgevoerd, te worden ondergebracht in een in artikel 4 bedoelde ruimte.

Degene, die vee op het veemarktterrein aanvoert of anderszins onder zijn hoede heeft, dient ieder ongeval, ieder duidelijk geval van ziekte, ieder dreigend sterfgeval en ieder sterfgeval dat zich onder deze dieren voordoet onverwijld te melden aan de met de keuring belaste dierenarts.

Het is niet toegestaan reeds gebruikt strooisel op de marktplaats te brengen, of anders dan van gemeentewege, daarvan weg te voeren.

De aanvoer van en de handel in huiden en vellen is op de marktplaats niet toegestaan.

In bijzondere gevallen kunnen door of vanwege het gemeentebestuur, in overeenstemming met de inspecteur, één of meer gedeelten van het voorterrein worden aangewezen voor het opstellen van vee ten behoeve van de verkoop.

Op vorenbedoeld gedeelte of vorenbedoelde gedeelten van het voorterrein zijn de bepalingen van dit besluit, welke op de marktplaats betrekking hebben, van toepassing.

De inspecteur is bevoegd in verband met het dreigen, optreden of heersen van een besmettelijke veeziekte bijzondere voorschriften betreffende het veeartsenijkundig toezicht te geven.

Het besluit van 23 februari 1922, Stb. 76, tot uitvoering van artikel 5 van de Veewet, wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking twee jaren na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het is geplaatst.