Regeling · BWBR0003062

Besluit vergoedingen Opiumverloven

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 18 oktober 1976, houdende regelen met betrekking tot vergoedingen voor OpiumverlovenBesluit vergoedingen OpiumverlovenWij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne van 29 september 1976, DG Vgz/GMI, no. 44 796;

Gelet op de artikelen 5, tweede lid, en 6, eerste lid, van de Opiumwet (Stb. 1976. 425);

De Raad van State gehoord (advies van 13 oktober 1976, nr. 18);

Gezien het nader rapport van onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne van 15 oktober 1976, DG Vgz/GMI, nr. 45 117;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

Soestdijk18 oktober 1976JulianaDe Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,I. Vorrinkde zesentwintigste oktober 1976De Minister van Justitie,Van Agt

Ter zake van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 5, tweede lid, en 6, eerste lid, van de Opiumwet gelden de volgende regelen:

Ons besluit van 9 december 1955 (Stb. 575) wordt ingetrokken.

Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit vergoedingen Opiumverloven".

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 23 juni 1976 (Stb. 424) in werking treedt.