Ministeriële regeling · BWBR0004256

Tijdelijke subsidieregeling jeugdhulpverlening

Wijzigingen Officiële bron
Tijdelijke subsidieregeling jeugdhulpverleningTijdelijke subsidieregeling jeugdhulpverleningDe minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,

Besluit:

Rijswijk22 december 1987De minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, L. C.Brinkman

Voor de toepassing van het bij deze regeling bepaalde wordt verstaan onder:

a.de minister:

de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;

b.jeugdige:

een persoon die:

c.jeugdhulpverlening:

activiteiten gericht op het bij jeugdigen voorkomen verminderen of opheffen van problemen of stoornissen van lichamelijke, geestelijke, sociale of pedagogische aard die hun ontwikkeling naar volwassenheid ongunstig kunnen beïnvloeden;

d.steunfunctie:

een aanbod van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van jeugdhulpverlening;

e.voorziening:

een aanbod van jeugdhulpverlening of een steunfunctie;

f.uitvoerder:

degene die een voorziening in stand houdt;

g.voorziening van residentiële hulpverlening:

een voorziening waarbij een jeugdige wordt opgenomen in een tehuis waarin dag en nacht hulp wordt geboden.

h.voorziening van semi-residentiële hulpverlening:

een voorziening waarbij een jeugdige regelmatig gedurende een deel van een etmaal in een daartoe bestemde inrichting verblijft;

i.voorziening van ambulante hulpverlening:

een voorziening, anders dan bedoeld onder g en h.

j.erkenningsregeling:

de Erkenningsregeling vrijwillige plaatsingen jeugdhulpverlening (Stcrt. 1987, 140);

k.erkende ambulante instelling:

een ambulante instelling die is erkend op grond van de erkenningsregeling;

l.de begeleidingscommissie:

de Begeleidingscommissie jongeren bouwen voor jongeren ingesteld bij Besluit van de minister van 22 december 1988, DJB-U-3752.

Een voorziening komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de uitvoerder:

Subsidie wordt slechts verleend voorzover de wetgever de nodige gelden heeft toegestaan.

Het verslag van de werkzaamheden geeft een duidelijk inzicht in de aard en de omvang van de werkzaamheden die in het desbetreffende boekjaar zijn verricht. De verrichte werkzaamheden worden vergeleken met de voorgenomen werkzaamheden die in de begroting en het beleidsplan tot uitdrukking zijn gebracht.

Een beslissing tot beëindiging of vermindering van het subsidie, anders dan in verband met beleidswijzigingen, wordt slechts genomen nadat de uitvoerder in de gelegenheid is gesteld terzake te worden gehoord.

Ten behoeve van een voorziening kan een investeringssubsidie worden verleend in de kosten van de bouw of verbouw van een accommodatie, volgens het in dit hoofdstuk bepaalde.

Een subsidie als bedoeld in artikel 13a wordt slechts verleend indien:

De artikelen 9 en 10 zijn ten aanzien van de subsidieverlening als bedoeld in artikel 13a, van overeenkomstige toepassing.

Van de aanvang en de beëindiging van hulpverlening in een voorziening van residentiële hulpverlening wordt door de desbetreffende uitvoerder onmiddellijk mededeling gedaan aan de minister, door toezending van volledig ingevulde door de minister vastgestelde formulieren.

Een uitvoerder van een voorziening van residentiële hulpverlening verleent op verzoek van degene die voor de plaatsing verantwoordelijk is, aan een jeugdige ten aanzien van wie een maatregel van kinderbescherming is getroffen die tot plaatsing bij een voorziening van residentiële hulpverlening strekt of die haar noodzakelijk maakt, de desbetreffende hulp, tenzij hij voor de jeugdige geen plaats heeft.

Aan ambtenaren van de Directie Jeugdbeleid en van de Accountantsdienst van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, alsmede aan andere door de minister aan te wijzen ambtenaren, worden door de uitvoerder alle inlichtingen verschaft, die nodig zijn voor een juiste vervulling van hun taak en voor een juiste uitvoering van deze regeling.

De minister kan van deze regeling afwijken, indien daar dringende redenen voor zijn en stringente toepassing van deze regeling naar zijn oordeel tot kennelijke onbillijkheden zou leiden.

Ten aanzien van een jeugdige die op 31 december 1987 in een voorziening van residentiële hulpverlening is geplaatst, is artikel 17, eerste lid, tot de dag waarop de plaatsing wordt beeindigd doch uiterlijk tot 1 januari 1990 niet van toepassing.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1988 en kan worden aangehaald als Tijdelijke subsidieregeling jeugdhulpverlening.

I

Een uitvoerder van een voorziening van residentiële hulpverlening stelt binnen zes weken na de plaatsing van een jeugdige in zijn voorziening een hulpverleningsplan op, dat is afgestemd op de psycho-sociale problemen van de jeugdige en dat uitgaat van de omschrijving van de doelstelling van de hulpverlening, bedoeld in artikel 9, eerste lid van de erkenningsregeling. Het hulpverleningsplan wordt schriftelijk vastgelegd. Het bevat in ieder geval:

1

Begripsomschrijving: Onder dagcentrum voor schoolgaande jeugd wordt verstaan een voorziening van jeugdhulpverlening waarin en van waaruit aan jeugdigen en de gezinnen waartoe zij behoren gedurende een deel van het etmaal behandeling en begeleiding wordt geboden. Het gaat daarbij om psycho-sociale problemen, waarbij sprake is van een in aanleg zodanig problematische ontwikkeling van de jeugdige of een zodanig ernstige ontwrichte opvoedings- en gezinssituatie dat behandeling en begeleiding geboden is. De jeugdige bezoekt een onderwijsinstelling of heeft een andere structurele dagbesteding.

De dagcentra voor schoolgaande jeugd worden onderscheiden in:

2

Toelating tot en voortzetting van hulpverlening

3

Eisen met betrekking tot het personeel

4

OpeningstijdenEen dagcentrum voor schoolgaande jeugd is ten minste vijf dagen per week geopend en is gedurende ten minste acht uren per dag bereikbaar. Een dagcentrum is op openingsdagen in ieder geval geopend in aansluiting op de schooltijden tot na het avondeten.

Een dagcentrum kan ten hoogste vijf weken per jaar gesloten zijn, waarvan ten hoogste vier weken aaneengesloten.

5

Verblijf in groepen: De jeugdigen verblijven in het dagcentrum voor schoolgaande jeugd in de regel in vaste groepen.

6

Huisvesting:

7

Het hulpverleningsproces: De hulpverlening omvat ten minste de volgende functies:

8

Bescherming persoonlijke levenssfeer Een dagcentrum voor schoolgaande jeugd draagt er zorg voor dat de persoonlijke levenssfeer van de jeugdige, zijn ouders en de andere bij de hulpverlening betrokken personen zo goed mogelijk wordt beschermd.

9

Maximum omvang: De maximum omvang van een dagcentrum bedraagt 27 plaatsen.

10

Registratie: Een dagcentrum voor schoolgaande jeugd houdt een cliëntenregistratie bij.

11

Samenwerking:

Voor de medische kleuterdagverblijven gelden de eisen opgenomen in het Besluit eisen voor erkenning van medische kleuterdagverblijven (Stcrt. 1986, nr. 140).

Voor de medische kindertehuizen gelden de eisen opgenomen in het Besluit normen en voorwaarden voor de erkenning van medische kindertehuizen als inrichting in de zin van de Algemene wet bijzondere ziektekosten (Stcrt. 1970, nr. 141).

I Dagcentra voor schoolgaande jeugd

I Algemeen

De bedrijfseconomische minimumcapaciteit is vastgesteld op 10 plaatsen d.w.z. dat voor deze 10 plaatsen een vaste norm geldt ad. f 402 085 per jaar.

Voor elke plaats boven de 10 worden variabele kosten toegekend ad. f 28 518 per jaar. Voor elke plaats minder dan 10 worden de variabele kosten ad. f 28 518 per jaar in mindering gebracht of wordt per plaats een korting toegepast op de vaste norm van 10% per jaar. Indien de voorziening is gehuisvest in huurpanden, zal een korting plaatsvinden op de post ‘onderhoudskosten gebouwen’ van 50%.

2.1 De normering van de personele kosten

De berekening van de in de norm opgenomen personele kosten is geschied op basis van een toegerekende standaardformatie per plaats per jaar.

De dagcentra hebben de mogelijkheid om verschuivingen in de standaardformatie aan te brengen. Binnen de standaardformatie zijn de volgende functies te onderscheiden:

2.1.1 hulpverlenende functies

2.1.2 niet-hulpverlenende functies

2.1.3 directiefunctionarissen

2.1.1 Voor wat betreft de hulpverlenende functies is de standaardformatie per verzorgingsjaar:

2.1.2 Voor wat betreft de niet-hulpverlenende functies is de standaardformatie per verzorgingsjaar:

2.1.3 Voor wat betreft de directiefunctionarissen is de standaardformatie: