Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 18 juni 1990, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 60, vierde lid, van de Wet op de jeugdhulpverleningBesluit kwaliteitsregels en taken voogdij- en gezinsvoogdij-instellingenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 20 december 1989, Directie Jeugdbescherming en Reclassering, nr. 907 JR 89;

Gelet op artikel 60, vierde lid, van de Wet op de jeugdhulpverlening;

De Raad van State gehoord (advies van 4 april 1990, nr. W03.89.0723);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 13 juni 1990, Directie Jeugdbescherming en Reclassering, nr. 19278 JR 90;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

’s-Gravenhage18 juni 1990BeatrixDe Staatssecretaris van Justitie,A. Kostode twaalfde juli 1990De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

De statuten van de instelling alsmede de daarin aangebrachte wijzigingen, worden terstond aan Onze minister ter kennis gebracht.

De instelling maakt slechts gebruik van diensten van een persoon die anders dan als beroepskracht werkzaam is, indien deze:

De instelling is zeven maal vierentwintig uren per week onmiddellijk beschikbaar voor de taakuitoefening overeenkomstig haar doelstelling.

De voogdij-instelling houdt geregeld en behoorlijk toezicht op de jeugdige en op de aan hem bestede zorg. Zij houdt zich op de hoogte van de ontwikkeling van de jeugdige.

Indien de voogdij-instelling met natuurlijke of rechtspersonen afspraken maakt over door hen te verrichten taken, worden die werkzaamheden, alsmede de tijd aan de uitvoering daarvan besteed en de wijze van verantwoording schriftelijk vastgelegd.

Een voogdij-instelling belast één of meer beroepskrachten met de werkbegeleiding van andere beroepskrachten en van degenen die niet als beroepskracht werkzaam zijn.

Vervallen

Indien de gezinsvoogdij-instelling bij de beëindiging van haar taak nazorg zal verlenen aan jeugdigen, worden de aard en de duur hiervan in overleg met de jeugdige schriftelijk vastgelegd.

De gezinsvoogdij-instelling bevordert dat afspraken worden gemaakt over de toegang tot politiebureaus en justitiële jeugdinrichtingen inzake aldaar door patroons, gezinsvoogden en toezichthouders te brengen bezoeken aan jeugdigen die worden verdacht van of zijn veroordeeld wegens een strafbaar feit.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1990.

Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit kwaliteitsregels en taken voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen.