Ministeriële regeling · BWBR0006124

Kostenregeling Pensioen- en spaarfondsenwet 1993

Wijzigingen Officiële bron
Kostenregeling Pensioen- en spaarfondsenwet 1993Kostenregeling Pensioen- en spaarfondsenwet 1993De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 26 van de Pensioen- en spaarfondsenwet,

Besluit:

's-Gravenhage30 augustus 1993 de Staatssecretaris voornoemd, J.Wallage

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

a.wet:

de Pensioen- en spaarfondsenwet;

b.fonds:

een pensioen- of spaarfonds waarop de wet van toepassing is;

heffingsgrondslag:

de som van premies en directe beleggingsopbrengsten, beide zoals omschreven in staat 3.200, 3.201, 3.210 en 3.211 van Bijlage A behorende bij artikel 2 lid 4 van het Besluit staten pensioenfondsen, met dien verstande dat de directe beleggingsopbrengsten worden bepaald op het bedrag voor aftrek van de afschrijving van de geactiveerde overrente;

kosten:

de kosten die verband houden met de uitvoering van de taken en bevoegdheden van de Pensioen- & Verzekeringskamer op grond van de wet, daaronder begrepen hetgeen redelijkerwijs nodig is voor het vormen van een werkkapitaal.

In afwijking van artikel 3, tweede lid:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1993.

Deze regeling wordt aangehaald als: Kostenregeling Pensioen- en spaarfondsenwet 1993.