Ministeriële regeling · BWBR0006914

Reisregeling buitenland

Wijzigingen Officiële bron
Reisregeling buitenlandReisregeling buitenlandDe Minister van Binnenlandse Zaken,

Gelet op het Reisbesluit buitenland;

Besluit:

's-Gravenhage12 september 1994 De Minister van Binnenlandse Zaken, Voor deze,De Directeur-generaal Management en Personeelsbesleid,H.A.P.M.Pont

Schadevergoedingen van een reismaatschappij waarop als gevolg van vertragingen tijdens de dienstreis aanspraak kan worden gemaakt, komen ten goede aan het Rijk. De betrokkene verleent het bevoegd gezag de medewerking die redelijkerwijs van hem mag worden verwacht bij het te gelde maken van die aanspraken.

Voordelen, verkregen uit loyaliteitsprogramma’s, die rechtstreeks voortvloeien uit het maken van dienstreizen komen ten goede aan het Rijk, tenzij de betrokkene met inachtneming van door het bevoegd gezag gegeven aanwijzingen deze inzet ten behoeve van volgende dienstreizen.

De tegemoetkoming als bedoeld in artikel 12 van het besluit bedraagt de helft van de naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk gemaakte kosten van aanschaf van kleding en uitrusting. Per kalenderjaar kan de tegemoetkoming voor aangeschafte kleding en uitrusting maximaal € 453,78 bedragen, waarvan € 226,89 voor gebieden met tropische warmte en € 226,89 voor gebieden met polaire koude.

Een aantal van deze gebieden wordt in de bij deze regeling gevoegde bijlage II genoemd.

De maximumvergoeding van kosten voor verlies, diefstal of beschadiging van bagage als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van het besluit bedraagt € 2.268,90 per dienstreis.

Artikel 1b, tweede tot en met vijfde lid, en artikel 4a, eerste lid, zijn niet van toepassing op vervoersbewijzen die voor 1 januari 2017 door het bevoegd gezag aan betrokkene zijn verstrekt of door hem zijn geboekt.

Deze regeling, die met de toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking op 1 oktober 1994.

Deze regeling wordt aangehaald als: Reisregeling buitenland.