Regeling · BWBR0009725
Bijstandsbesluit adreslozen
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 mei 1998, Directie Bijstandszaken, Nr. BZ/AV/98/11802a;
Gelet op artikel 63, derde lid, van de Algemene bijstandswet;
De Raad van State gehoord (advies van 25 mei 1998, no. W12.98.0198);
Gezien het nader rapport Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 juni 1998, Directie Bijstandszaken, Nr. BZ/AV/98/9995A;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage24 juni 1998 Beatrix De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A. P. W. Melkert de dertigste juni 1998 De Minister van Justitie, W. SorgdragerVoor de verlening van bijstand aan belanghebbenden zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden aangewezen de gemeenten opgenomen in de bijlage onder A van het Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid.
De bijstand, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend door burgemeester en wethouders van de gemeente waar de belanghebbende zich op het moment van zijn aanvraag bevindt.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 1998.
Dit besluit wordt aangehaald als: Bijstandsbesluit adreslozen.