Ministeriële regeling · BWBR0010360

Regeling communicatie en afmetingen rijksbinnenwateren

Wijzigingen Officiële bron
Regeling houdende nadere voorschriften voor de scheepvaart aangaande melden, uitluisteren en communiceren op de binnenwaterenRegeling communicatie en afmetingen rijksbinnenwaterenDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 4, eerste lid, van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement en op artikel 9.07 van het Binnenvaartpolitiereglement;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,T.Netelenbos

In deze regeling wordt verstaan onder:

Voor zover de schipper, een andere plaats of een andere persoon zich via elektronische weg meldt, geschiedt dit overeenkomstig de meest recente Standaard voor het elektronisch melden in de binnenvaart, zoals gepubliceerd door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart.

De schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, meldt wanneer de vaart op een vaarweggedeelte dat deel uitmaakt van bijlage 1 gedurende meer dan twee uur wordt onderbroken, het begin en het einde van deze onderbreking aan de dichtstbijzijnde IVS-post.

De gegevens genoemd in artikel 2, tweede lid, onder a, b en c, worden door de schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onverminderd het in artikel 2 bepaalde, gemeld op het ter plaatse aangeduide marifoonkanaal bij het passeren van een sluis en bij een met teken B.11 uit bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement aangeduid meldpunt.

De bevoegde autoriteit kan een meldplicht vaststellen en wat deze inhoudt voor bunkerschepen en bilgeboten zoals gedefinieerd onder 1.2.1 van het reglement dat als bijlage bij het ADN is gevoegd, evenals schepen voor dagtochten.

De schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in bijlage 2, dat vaart op een vaarweggedeelte genoemd in die bijlage, meldt zich, onverminderd het in artikel 2 bepaalde, overeenkomstig hetgeen in die bijlage is aangegeven.

Andere schepen dan bedoeld in artikel 2, eerste lid, luisteren tijdens de vaart op een vaarweggedeelte genoemd in bijlage 2, uit en communiceren op het in die bijlage aangegeven marifoonkanaal.

De vaarwegen, en de daarop toegestane grootste lengte, breedte en diepgang van een schip of samenstel, bedoeld in artikel 9.02, eerste lid van het Binnenvaartpolitiereglement, zijn opgenomen in bijlage 3 van deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 1999.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling communicatie en afmetingen rijksbinnenwateren.

Regio Rotterdam

De vaarwegen benedenstrooms van km 991.7 van de Nieuwe Maas en van km 998 van de Oude Maas

Regionale Verkeerscentrale Dordrecht

Wantij, van Prins Hendrikbrug tot de Beneden Merwede

Regionale Verkeerscentrale Dordrecht

Regionale Verkeerscentrale Dordrecht

Operationele voormelding

Regionale Verkeerscentrale Dordrecht

Vertrekkende en verhalende zeeschepen

Regio Amsterdam

De vaarwegen ten westen van km 26.5 van het afgesloten IJ tot aan de kustlijn en behorende tot het beheersgebied van de Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noorzeekanaalgebied.

Verkeerscentrale Schellingwoude

Verkeerspost Wijk bij Duurstede

sector Maarssen: Amsterdam-Rijnkanaal km 28,6 tot km 36,5

Verkeerspost Wijk bij Duurstede

Verkeerspost Wemeldinge

Operationele melding Oosterschelde-stroomgebied

Waddenzee

Administratieve voormelding Waddenzee buiten de VTS-gebieden

Operationele melding Waddenzee buiten:

Verkeerscentrale Terschelling

Verkeerspost Schiermonnikoog

Verkeerspost Tiel

Verkeerspost Nijmegen

1 Bij waterstand = -0,60 m NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan -0,60 m NAP.

1 Op het pand Geldersche IJssel – Eefde (voorpand) evenveel minder dan 2,80 m als de buitenwaterstand sluis Eefde lager is dan NAP + 3,20 m.

1 Schepen die gebruik maken van de hefopening in de spoor- en verkeersbrug Zutphen (km 928,150) moeten rekening houden met de volgende beperkingen: a. de bodem ligt op ca. NAP +0,50 m, d.w.z. ongeveer 0,50 m hoger dan overigens in dat riviervak; b. de bodembreedte op NAP +0,50 m is slechts 8 m; c. eerst op ca NAP +2,50 m is een breedte van 12 m aanwezig; d. bij doorvaart hiervan is een sterke waterspiegeldaling mogelijk.

2 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

3 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP. De drempeldiepte van de Meppelerdiep-brug ligt op NAP –3,50 m. De keersluis in Zwartsluis wordt gesloten bij een waterstand hoger dan NAP +0,50 m en bij een waterstand lager dan NAP –0,50 m.

1 Of zoveel minder dan de buiten- of de binnenwaterstand lager is dan NAP +7,20 m.

1 Bij een waterstand van NAP –0,50 m of hoger of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP –0,50 m.

2 Bij waterstand = -0,60 m NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan -0,60 m NAP.

1 Bij een waterstand van NAP -0,60 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan -0,60 NAP.

2 Bij een waterstand van NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

1 Bij een waterstand van NAP –0,60 m op het Amsterdam-Rijnkanaal of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP –0,60 m.

2 Bij een waterstand van NAP –0,60 m op het Lekkanaal of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP –0,60 m.

3 Bij een waterstand van NAP +1,35 m of hoger of zoveel minder als de waterstand op de Lek bij de Koninginnensluis is.

1 Bij een waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP. Bij gesloten Algerakering is het gebruik van de naastgelegen schutsluis door een schip of samenstel langer dan 110 m niet mogelijk.

2 Bij een waterstand t.o.v. NAP, of zoveel hoger of zoveel minder dan de waterstand t.o.v. NAP.

3 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

4 Uitsluitend ledige schepen.

5 Het voortbewegen van zee-pontons met behulp van sleepboten met een tros verbonden en/of in combinatie met een duwboot, voldoende om goed te kunnen manoeuvreren en veilig aan het scheepvaartverkeer te kunnen deelnemen.

1 Bij een waterstand hoger dan of gelijk aan NAP –0,75 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP –0,75 m.

2 Bij een waterstand hoger dan of gelijk aan NAP –0,55 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP –0,55 m met dien verstande dat deze diepgang slechts is toegestaan voor schepen die vanaf de Westerschelde komen met als directe bestemming loswal ‘Kaai 85’ te Schore, alsmede voor schepen die vertrekken vanaf deze loswal met als directe bestemming Westerschelde.

3 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

4 Bij waterstand Oosterschelde-zijde NAP –1,50 m of hoger.

5 Kielspeling 10% van de waterdiepte.

1 Sluis Linne. Of zoveel minder dan de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP +16,95 m.

2 Sluis Roermond. Of zoveel minder dan de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP +14,20 m.

3 Sluis Grave. Maas tussen Grave (boven de sluis) en km 182 (brug A50) een maximale toegelaten diepgang van 3,20 m of zoveel meer dan de waterstand bij Grave-Beneden hoger is dan NAP +5,20 m.

4 Sluis Lith, zuidkolk. Bij een waterstand NAP +1 m of zoveel minder dan de buitenwaterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP +1 m.

5 Sluis Lith, noordkolk. Bij een waterstand van NAP of zoveel minder dan de buitenwaterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP of zoveel minder dan de waterstand in het boventoeleidingskanaal lager is dan NAP +4,50 m.

6 Bij een waterstand NAP +1 m of zoveel minder dan de waterstand bij sluis St. Andries v.w.b. de Maaszijde lager is dan NAP +1 m dan wel v.w.b. de Waalzijde lager is dan NAP +2 m.

7 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

8 Bij een waterstand van NAP +0,70 m of zoveel minder als de waterstand minder is dan NAP +0,70 m.

Naam: