Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad van 19 december 2000 houdende richtsnoeren voor de advisering inzake de representativiteit van het organisatorische draagvlak van bedrijfslichamen (Besluit advisering representativiteit bedrijfslichamen)Besluit advisering representativiteit bedrijfslichamenDe Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad;

Gelet op artikel 68 van de Wet op de bedrijfsorganisatie;

Gelet op artikel 2 van de Delegatieverordening Bestuurskamer (RE 7/1994);

Besluit:

Den Haag 19 december 2000H.H.F.WijffelsvoorzitterJ.W.Nelsonsecretaris

Het in dit besluit bepaalde vindt toepassing bij advisering door de Bestuurskamer over de instelling alsmede de uitbreiding van de werkingssfeer van bedrijfslichamen, daaronder voor de toepassing van dit besluit mede begrepen organen als bedoeld in artikel 88a van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Als voldoende representatieve organisatorische vertegenwoordiging aan ondernemerszijde, bedoeld in artikel 2, wordt aangemerkt:

De beoordeling van de representativiteit van het organisatorische draagvlak binnen een bedrijfslichaam geschiedt in elk geval voorafgaand aan de instelling van een bedrijfslichaam en vervolgens telkens na het verstrijken van een periode van vier jaar.

De Bestuurskamer vraagt de organisaties van ondernemers onderscheidenlijk van werknemers tijdig de voor zijn advisering benodigde gegevens. De Bestuurskamer kan ter verificatie van verstrekte gegevens verzoeken een accountantsverklaring over te leggen.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit advisering representativiteit bedrijfslichamen.