Wijzigingen Officiële bron
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar arrestantenbewakers/-verzorgers Koninklijke marechaussee 2002 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar arrestantenbewakers/-verzorgers Koninklijke marechaussee 2002 De Minister van Justitie,

Gelezen het verzoek van de bevelhebber der Koninklijke marechaussee van 19 maart 2002, kenmerk AOP/2002/20575;

Gelet op artikel 142, eerste lid, onder b, en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;

Besluit:

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad geplaatst.

Binnen zes weken na publicatie van dit besluit kan een belanghebbende daartegen een bezwaarschrift indienen bij de Minister van Justitie, Postbus 20301, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn gemotiveerd.

Den Haag15 april 2002De Minister van Justitie, namens deze,de directeur-generaal Rechtshandhaving, C.W.M. Dessens

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Maximaal 63 burgerambtenaren werkzaam bij de Koninklijke marechaussee en werkzaam als arrestantenbewakers/-verzorgers zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

De Commandant van de Koninklijke marechaussee brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:

De buitengewoon opsporingsambtenaar is, zodra hij met goed gevolg de opleiding beroepsvaardigheden Koninklijke marechaussee heeft voltooid, bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

De buitengewoon opsporingsambtenaar kan, zodra hij met goed gevolg de opleiding beroepsvaardigheden Koninklijke marechaussee heeft voltooid, gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met:

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar arrestantenbewakers/-arrestantenverzorgers Koninklijke marechaussee 1997 wordt ingetrokken.

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid geacht te zijn akten en legitimatiebewijzen of overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 23 april 2002 en vervalt met ingang van 23 april 2007.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar arrestantenbewakers/-verzorgers Koninklijke marechaussee 2002.