Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 4 december 2002, houdende regels met betrekking tot de bevoegdheid tot het geven van verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen en de daartoe aan de bevoegde personen te stellen eisen (Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer)Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeerWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 20 september 2001, nr. DGG/J-01/006295, Directoraat-Generaal Goederenvervoer, Stafafdeling Wetgeving, bestuurlijke en juridische zaken;

Gelet op artikel 9 van de Scheepvaartverkeerswet;

De Raad van State gehoord (advies van 9 november 2001, nr. W09.01.0492/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 27 november 2002, nr. HDJZ/SCH/2002–53, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage4 december 2002BeatrixDe Minister van Verkeer en Waterstaat,R. H. de Boer de negende januari 2003De Minister van Justitie,J. P. H. Donner

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De personen die verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen geven anders dan bedoeld in artikel 3, kunnen slechts worden aangewezen indien zij naar het oordeel van het bevoegd gezag beschikken over voldoende kundigheid of werkervaring, dan wel indien zij naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende opleiding hebben genoten.

De ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die in het bezit is van een vaarbekwaamheidsbewijs politie alsmede van een groot vaarbewijs of van een groot patent, is bevoegd tot het geven van verkeersaanwijzingen anders dan bedoeld in artikel 3, aan de schipper van een schip dat zich bevindt op de scheepvaartwegen waarop het Binnenvaartpolitiereglement, het Scheepvaartreglement Eemsmonding, het Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas, het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990, het Scheepvaartreglement territoriale zee of het Rijnvaartpolitiereglement 1995 van toepassing is.

De ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die in het bezit is van een vaarbekwaamheidsbewijs politie en niet van een groot vaarbewijs of van een groot patent, is op de in artikel 5 bedoelde scheepvaartwegen bevoegd tot het geven van verkeersaanwijzingen anders dan bedoeld in artikel 3, aan:

De ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die niet in het bezit is van een vaarbekwaamheidsbewijs politie en niet van een groot vaarbewijs of van een groot patent, is op de in artikel 5 bedoelde scheepvaartwegen bevoegd tot het geven van verkeersaanwijzingen anders dan bedoeld in artikel 3, aan:

Onze Ministers kunnen voor de toepassing van de artikelen 5 tot en met 7 een ander bewijs van bekwaamheid met het vaarbekwaamheidsbewijs politie gelijkstellen.

De registerloods die bevoegd is tot het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het Voorschriftenbesluit registerloodsen, is eveneens bevoegd tot het geven van verkeersinformatie voor zover dit verband houdt met het loodsen op afstand.

De hoofdstukken 2 tot en met 4 zijn uitsluitend van toepassing op de personen, bedoeld in artikel 3.

Er wordt tenminste eenmaal per jaar de mogelijkheid geboden een landelijk examen, een regionaal examen, een herhalingstoets dan wel een of meerdere deelexamens af te leggen.

Het landelijk examen bestaat uit deelexamens over de volgende vakgebieden:

Een regionaal examen bestaat uit deelexamens over de volgende vakgebieden:

Onze Minister stelt het model vast van deelcertificaten, het basisdiploma en het bijbehorende boekje «VTS-kwalificatie».

Een duplicaat van een uitgereikt basisdiploma of het bijbehorende boekje« VTS-kwalificatie» wordt slechts afgegeven, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat het oorspronkelijke basisdiploma of het oorspronkelijke boekje «VTS-kwalificatie» verloren of in het ongerede is geraakt.

Indien na het afleggen van een examen blijkt dat de kandidaat tijdens het examen bedrog heeft gepleegd of zich aan enige andere onregelmatigheid heeft schuldig gemaakt, kan de voorzitter van de desbetreffende examencommissie, na overleg met deze commissie, de kandidaat het basisdiploma met het bijbehorende boekje «VTS-kwalificatie» onthouden of het reeds uitgereikte diploma met het bijbehorende boekje «VTS-kwalificatie» intrekken.

Indien zich tijdens een examen situaties voordoen waarin dit besluit dan wel de krachtens dit besluit vastgestelde regels niet voorzien, beslist de voorzitter van de desbetreffende examencommissie.

Dit besluit is niet van toepassing indien verkeersinformatie wordt gegeven krachtens de op 9 december 1980 te Bonn tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de gemeenschappelijke informatie en begeleiding van de scheepvaart in de Eemsmonding door middel van walradar- en hoogfrequent-radio-installaties, met bijlagen (Trb. 1981, 2).

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.