Regeling · BWBR0016872
Besluit vrijstelling energiebelasting op elektriciteit bij convenanten
Op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 3 maart 2004, nr. WV2004-00076 M, directoraat-generaal voor Fiscale Zaken, directie Wetgeving Verbruiksbelastingen, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op artikel 36q van de Wet belastingen op milieugrondslag;
De Raad van State gehoord (advies van 5 april 2004, nr. W06.04.0106/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 10 juni 2004, nr. WV2004-00147 U, directoraat-generaal voor Fiscale Zaken, directie Wetgeving Verbruiksbelastingen, uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage16 juni 2004BeatrixDe Staatssecretaris van Financiën ,J. G.WijnDe Minister van Economische Zaken ,L. J.Brinkhorst De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer , P. L. B. A. van GeelDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ,C. P.Veermande dertigste juni 2004De Minister van Justitie ,J. P. H.DonnerIn dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
- b.
deelnemer: verbruiker die in het kader van gemaakte afspraken als bedoeld in artikel 65 van de wet verplichtingen op zich heeft genomen ter verbetering van de energie-efficiëntie;
- c.
onafhankelijke instantie: door Onze Minister van Economische Zaken, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen instantie die de resultaten van de in artikel 65 van de wet bedoelde afspraken verifieert;
- d.
voortgangsverklaring: jaarlijks door de onafhankelijke instantie aan de verbruiker verstrekte verklaring waaruit blijkt dat de verbruiker in het voorafgaande kalenderjaar de afspraken, bedoeld in artikel 65 van de wet, in voldoende mate heeft nageleefd.
De vrijstelling, bedoeld in artikel 65 van de wet, is van toepassing indien de verbruiker aan degene die de elektriciteit aan hem levert:
- a.
een verklaring heeft overgelegd, dat hij deelnemer is;
- b.
een verklaring heeft overgelegd als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag, en
- c.
een verklaring heeft overgelegd, dat hij een energie-intensief bedrijf is als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel p, van de wet.
De verklaringen, bedoeld in het eerste lid, worden door de verbruiker ondertekend en bevatten ten minste:
- a.
de dagtekening;
- b.
naam en adres van de verbruiker;
- c.
naam en adres van de leverancier;
- d.
het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
Indien de verbruiker niet binnen zes maanden na afloop van een kalenderjaar de voortgangsverklaring met betrekking tot dat kalenderjaar heeft overgelegd aan degene die de elektriciteit aan hem levert, wordt hij geacht in dat kalenderjaar geen deelnemer te zijn geweest, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt.
De verbruiker richt zijn administratie zodanig in dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in artikel 65 van de wet, van belang zijnde bedrijfshandelingen.
Wijzigingen in de situatie die van invloed zijn op de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in artikel 65 van de wet, worden onmiddellijk door de verbruiker schriftelijk gemeld aan degene die de elektriciteit aan hem levert alsmede aan de inspecteur.
De verbruiker zendt aan de inspecteur afschriften van de verklaringen, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, en artikel 2, eerste lid, tegelijkertijd met het overleggen van die verklaringen aan degene die de elektriciteit aan hem levert.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2004.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vrijstelling energiebelasting op elektriciteit bij convenanten.