Regeling · BWBR0017838

Uitvoeringsbesluit WWIK

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 23 december 2004, houdende regels ter uitvoering van de Wet werk en inkomen kunstenaars (Uitvoeringsbesluit WWIK)Uitvoeringsbesluit WWIK Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 oktober 2004, nr. W&B/URP/04/70890;

Gelet op de artikelen 2, vijfde lid, 7, vijfde lid, 8, aanhef en onderdeel b, 10, tweede en derde lid, 11, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, 13, vijfde lid, 17, tweede lid, 18, vierde lid, 21, tweede lid, 22, vijfde lid, 23, eerste lid, 40, tweede, zevende en achtste lid, en 43, derde en vierde lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars;

De Raad van State gehoord (advies van 6 december 2004, nr. W12.04.0510/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 december 2004, Directie Werk en Bijstand, nr. W&B/URP/04/85553;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage23 december 2004BeatrixDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,H. A. L. vanHoofde negenentwintigste december 2004De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

In dit besluit wordt verstaan onder:

De beoordeling of de kunstenaar gedurende de periode, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel b, van de WWIK dan wel artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de WWIK als kunstenaar werkzaam is geweest, betreft de periode van twaalf kalendermaanden onmiddellijk voorafgaande aan de kalendermaand waarin uitkering wordt aangevraagd, dan wel waarin het onderzoek plaatsvindt, bedoeld in artikel 11 van de WWIK.

De kunstenaar wiens uitkering op grond van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de WWIK is beëindigd en die uitkering aanvraagt, heeft na afloop van de periode, bedoel in artikel 10, vijfde lid, van de WWIK, recht op uitkering als wordt voldaan aan de van toepassing zijnde eis, bedoeld in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de WWIK over de twaalf kalendermaanden onmiddellijk voorafgaande aan de kalendermaand waarin uitkering wordt aangevraagd.

Vervallen

De voorwaarden, bedoeld in de artikelen 12 en 13, worden in elk geval verbonden aan de geldlening onder verband van hypotheek of verpanding, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de WWIK, en opgenomen in de hypotheekakte of de akte tot verpanding.

Aan de kunstenaar of langstlevende echtgenoot, bedoeld in artikel 14, eerste lid, wordt, telkens na afloop van een kalenderjaar, een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de rentevorderingen.

Recht op uitkering op grond van de WWIK bestaat, indien de kunstenaar woonplaats heeft in:

Wijzigt het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998.

Wijzigt het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw.

Wijzigt het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.

Wijzigt het Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid.

Wijzigt het Besluit gelijkstelling vreemdelingen WWB, Ioaw, Ioaz, Wvg en WIK.

Wijzigt het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten.

Wijzigt het Besluit SUWI.

Wijzigt het Boetebesluit socialezekerheidswetten.

Wijzigt het Besluit vaststelling rekenpremie wachtgeldfondsen.

Wijzigt het Besluit WWB.

Dit besluit treedt met uitzondering van de artikelen 22 en 27 in werking met ingang van 1 januari 2005. Artikel 22 treedt in werking met ingang van 1 april 2005. Artikel 27 treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit WWIK.