Ministeriële regeling · BWBR0018466

Regeling groenprojecten 2005

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Financiën van 22 juni 2005, nr. DGM/SB/ET 2005127181, houdende regels inzake de aanwijzing van en verklaring voor in Nederland gelegen projecten welke in het belang zijn van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos (Regeling groenprojecten 2005)Regeling groenprojecten 2005 De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Financiën,

Na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en na overleg met de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op artikel 5.14, derde lid, onderdeel a, en zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag22 juni 2005De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P.L.B.A. vanGeel De Staatssecretaris van Financiën, J.G.Wijn

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Verkeer en Waterstaat, een verklaring afgeven voor:

Indien het projectvermogen meer bedraagt dan € 25 000 000, of het bedrag dat met de verklaring, bedoeld in artikel 2, mogelijk als een financieel of ander voordeel kan worden verworven, meer bedraagt dan € 5 000 000, meldt de Minister het project overeenkomstig artikel 88, derde lid, van het EG-verdrag aan bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

Indien de uitvoering van een project wordt gewijzigd doet de instelling die kapitaal verschaft ten behoeve van een project waarvoor een verklaring is afgegeven, daarvan onverwijld melding aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Ten behoeve van de vaststelling van een verklaring van de daartoe van belang zijnde gegevens en van de daaraan verbonden rechten en plichten is ten aanzien van de kredietinstelling of beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 5.14, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de projectbeheerder hoofdstuk VIII, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing, waarbij de aldaar jegens de inspecteur opgelegde verplichtingen mede gelden jegens de door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen personen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling groenprojecten 2005.

1. Deze bijlage wordt aangehaald als: Maatlat duurzame woningbouw 2006.

2. Met het Nationaal pakket wordt bedoeld de uitgave ‘Duurzaam bouwen: nationaal pakket woningbouw’ (uitgave van de Stichting Bouwresearch, bestelnummer 359.S).

3. Bij het indienen van de aanvraag wordt uitgegaan van de meest recente uitgave van het Nationaal pakket.

4. Indien maatregelen zijn vervallen in het Nationaal pakket, behoeft hieraan niet te worden voldaan in deze maatlat.

5. De basiseisen zijn verwoord in tabel I. Aan elke basiseis wordt voldaan. Indien de aanvrager aantoont, dat met een alternatieve maatregel een kwalitatief ten minste gelijkwaardig resultaat wordt behaald, kan met deze maatregel voldaan worden aan de desbetreffende basiseis.

6. In de kolom ‘Specificatie’ geven de S-nummers de specificatiebladen aan zoals deze zijn opgenomen in de CD-ROM-versie van het Nationaal pakket. In dit pakket worden de in deze kolom vaak summier omschreven maatregelen verder geconcretiseerd. De CD-ROM bevat standaardtitels voor overeenkomstige maatregelen in nieuwbouw en beheer.

7. De keuzemaatregelen staan in tabel II. In de kolom ‘Specificatie’ van Tabel II geeft een X-nummer aan dat het om een maatregel gaat die nog niet is opgenomen in het Nationaal pakket.

8. In de kolom ‘punten per eenheid’ is het aantal punten aangegeven, dat voor de maatregel wordt toegekend per eenheid, die genoemd is in de kolom ‘eenheid’. Daar waar de maatregel meerdere malen kan worden toegepast, is het aantal te behalen punten gemaximeerd. Deze maximering is aangegeven in de kolom ‘max. aantal punten’.

9. In tegenstelling tot het hierboven gestelde moet voor maatregel S 063 (Indien hout wordt toegepast, pas dan duurzaam geproduceerd hout toe) gebruik worden gemaakt van de uitwerking van de maatregel in het specificatieblad van het Nationaal pakket uit november 2002. Aan deze eis wordt derhalve slechts voldaan als er inderdaad duurzaam geproduceerd hout wordt toegepast. Deze eis werkt door in maatregel S 171.

Maatlat duurzame woningbouw 2005

1. Deze bijlage wordt aangehaald als: Maatlat duurzame renovatie 2006.

2. Met het Nationaal pakket wordt bedoeld de meest recente uitgave ‘Nationaal pakket Woningbouw Beheer’ (uitgave van de Stichting Bouwresearch, bestelnummer 405.S).

3. Bij het indienen van de aanvraag wordt uitgegaan van de meest recente uitgave van het Nationaal pakket.

4. Indien maatregelen zijn vervallen in het Nationaal pakket, behoeft hieraan niet te worden voldaan in deze maatlat.

5. De basiseisen zijn verwoord in tabel I. Aan elke basiseis wordt voldaan. Indien de aanvrager aantoont dat met een alternatieve maatregel een kwalitatief ten minste gelijkwaardig resultaat wordt behaald, wordt niettemin geacht te zijn voldaan aan de desbetreffende basiseis.

6. In de kolom ‘Specificatie’ geven de B-nummers de specificatiebladen aan zoals deze zijn opgenomen in de CD-ROM-versie van het Nationaal pakket. In dit pakket worden de in deze kolom vaak summier omschreven maatregelen verder geconcretiseerd. De CD-ROM bevat standaardtitels voor overeenkomstige maatregelen in nieuwbouw en beheer. Dit heeft tot gevolg dat sommige titels minder toegesneden zijn op de bestaande bouw. Als voorbeeld B013: maak warmteweerstand gesloten geveldelen Rc ≥ 3 m2 K/W. Dit lijkt een veel te zware maatregel voor de bestaande bouw. Als men echter het specificatieblad B013 raadpleegt, blijkt dat met minder zware isolatie kan worden volstaan.

7. De keuzemaatregelen staan in tabel II. In de kolom ‘Specificatie’ van tabel II geeft een X-nummer aan dat het om een maatregel gaat die nog niet is opgenomen in het Nationaal pakket.

8. In de kolom ‘punten per eenheid’ is het aantal punten aangegeven, dat voor de maatregel wordt toegekend per eenheid, die genoemd is in de kolom ‘eenheid’. Daar waar de maatregel meerdere malen kan worden toegepast, is het aantal te behalen punten gemaximeerd. Deze maximering is aangegeven in de kolom ‘max. aantal punten’.

9. De van een asterisk (*) voorziene B-nummers geven aan, dat indien binnen een thema aan alle dergelijke maatregelen is voldaan, bonuspunten worden toegekend. Het aantal staat vermeld binnen het subthema. Aan maatregelen die gezien de situatie ter plekke technisch niet uitvoerbaar zijn, behoeft niet te worden voldaan. Het aantal bonuspunten wordt in een dergelijk geval verminderd naar rato van het aantal punten dat de maatregel zou hebben opgeleverd indien hij zou zijn genomen en het gezamenlijke aantal punten van de met een asterisk gemerkte maatregelen binnen het subthema benodigd voor de bonuspunten.

10. Indien binnen de subthema’s isolatie & zonwering en ventilatie & infiltratie aan alle B-maatregelen met een asterisk is voldaan, worden 10 extra bonuspunten toegekend.

11. Binnen elk thema, uitgezonderd het thema ‘Diversen’, dienen ten minste 15 punten te worden behaald.

12. Indien een project bestaat uit het renoveren van meerdere woningen kan het zo zijn, dat een maatregel niet in elke woning wordt toegepast. In dat geval wordt het aantal punten verminderd naar rato van het aantal woningen waarin de maatregel wordt toegepast ten opzichte van het totaal aantal woningen in het project. In een dergelijk geval worden geen bonuspunten toegekend.

13. In tegenstelling tot het hierboven gestelde moet voor maatregel S 063 (Indien hout wordt toegepast, pas dan duurzaam geproduceerd hout toe) gebruik worden gemaakt van de uitwerking van de maatregel in het specificatieblad van het Nationaal pakket uit november 2002. Aan deze eis wordt derhalve slechts voldaan als er inderdaad duurzaam geproduceerd hout wordt toegepast. Deze eis werkt door in maatregel S 171.

Maatlat duurzame renovatie 2005

Maatlat duurzame renovatie 2005

1. Deze bijlage wordt aangehaald als: Maatregelen zeer duurzame utiliteitsbouw 2006.

2. Met het Nationaal pakket wordt bedoeld de uitgave ‘Duurzaam bouwen: nationaal pakket utiliteitsbouw’ (uitgave van de Stichting Bouwresearch, bestelnummer 461.S).

3. Bij het indienen van de aanvraag wordt uitgegaan van de meest recente uitgave van het Nationaal pakket.

4. Om voor een groenverklaring in aanmerking te komen, moet een project aan alle 8 maatregelen van de tabel voldoen.

5. In de kolom ‘NPU’ geven de U-nummers de specificatiebladen aan zoals deze zijn opgenomen in de CD-ROM-versie van het Nationaal pakket. In dit pakket worden de in deze kolom vaak summier omschreven maatregelen verder geconcretiseerd.

6. In de kolom ‘NPU’ geeft ‘nvt’ aan dat het om een maatregel gaat die (nog) niet is opgenomen of afwijkt van het Nationaal pakket.

7. Als de aanvrager kan aantonen dat er sprake is van overmacht waardoor niet volledig aan maatregel 4 (gesloten grondbalans) kan worden voldaan, maar er wel een andere nuttige toepassing is van de grond, kan hiermee worden voldaan aan deze eis.

8. Als de aanvrager kan aantonen dat er sprake is van overmacht ingeval de vergunning wordt afgewezen om het hemelwater te infiltreren in de bodem of op het oppervlaktewater te lozen (maatregel 7), kan hiermee worden voldaan aan deze eis.

9. In tegenstelling tot het hierboven gestelde moet voor maatregel S 063 (Indien hout wordt toegepast, pas dan duurzaam geproduceerd hout toe) gebruik worden gemaakt van de uitwerking van de maatregel in het specificatieblad van het Nationaal Pakket uit november 2002. Aan deze eis wordt derhalve slechts voldaan als er inderdaad duurzaam geproduceerd hout wordt toegepast.