Ministeriële regeling · BWBR0019437

Regeling verhandeling teeltmateriaal

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 16 januari 2006, nr. TRCJZ/2006/98, houdende regels met betrekking tot het in de handel brengen van teeltmateriaal (Regeling verhandeling teeltmateriaal)Regeling verhandeling teeltmateriaalDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de Europese richtlijnen met betrekking tot het in de handel brengen van teeltmateriaal van verschillende soorten gewassen, de artikelen 21, vierde lid, 39, zevende lid, en 44 van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005, alsmede gelet op de artikelen 3, 4, 5 en 6 van het Besluit verhandeling teeltmateriaal;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman

Als gewassen, bedoeld in artikel 42 van de wet, worden aangewezen:

Voor leveranciers van groenteplanten en leveranciers van teeltmateriaal van fruitgewassen, siergewassen en bosbouwgewassen zijn de eisen inzake registratie, bedoeld in artikel 43 van de wet, vastgelegd in respectievelijk de artikelen 81, 85, 92 en 97.

De aanvraag tot een registratie vindt plaats door inzending van een volledig ingevuld, door de keuringsinstelling te verstrekken aanvraagformulier met de gegevens, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, alsmede de handelingen waarvoor de leverancier geregistreerd of erkend wil worden, dat vergezeld gaat van de volgende bescheiden:

Een registratie kan op verzoek van de leverancier beëindigd worden. Het verzoek tot beëindiging van de registratie wordt schriftelijk bij de keuringsinstelling ingediend, onder vermelding van de datum en de reden van de beëindiging van de registratie.

De artikelen 4, 5, 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing.

Bij het onderzoek, de keuring en de controle van teeltmateriaal van groenvoedergewassen neemt NAK de artikelen 3, vierde lid, 7, 10 quater, 14, eerste lid, 15 en 19, eerste lid, van richtlijn (EEG) 66/401 en artikel 4 van beschikking (EG) 2004/371 in acht, alsmede artikel 17 van richtlijn (EEG) 66/401 en de op dat artikel gebaseerde uitvoeringsbesluiten.

Bij het onderzoek, de keuring en de controle van teeltmateriaal van zaaigranen neemt NAK de artikelen 3, derde lid, 7, 14, eerste lid, 15 en 19, eerste lid, van richtlijn (EEG) 66/402 in acht, alsmede artikel 17 van deze richtlijn en de op dat artikel gebaseerde uitvoeringsbesluiten.

Bij het onderzoek, de keuring en de controle van teeltmateriaal van bieten neemt NAK de artikelen 3, tweede lid, 9, 15, 20, 22 en 25, eerste lid, van richtlijn (EG) 2002/54 in acht, alsmede artikel 24 van deze richtlijn en de op dat artikel gebaseerde uitvoeringsbesluiten.

Bij het onderzoek, de keuring en de controle van pootaardappelen neemt NAK de artikelen 7, 17 en 23 van richtlijn (EG) 2002/56 in acht, alsmede artikel 22 van deze richtlijn en de op dat artikel gebaseerde uitvoeringsbesluiten.

Bij het onderzoek, de keuring en de controle van teeltmateriaal van oliehoudende planten en vezelgewassen neemt NAK de artikelen 3, vierde lid, 9, 17, 19 en 22, eerste lid, van richtlijn (EG) 2002/57 in acht, alsmede artikel 21 van deze richtlijn en de op dat artikel gebaseerde uitvoeringsbesluiten.

Indien op grond van de door een leverancier van teeltmateriaal gevolgde werkwijze en de resultaten daarvan gebleken is, dat de voortbrenging, bewaring of bewerking van teeltmateriaal niet op voldoende vakkundige wijze geschiedt, kan NAK bij de leverancier de keuring van teeltmateriaal telkens voor ten hoogste drie jaren opschorten.

Bij het onderzoek, de keuring en de controle van groenteplanten neemt Naktuinbouw de artikelen 5, 6, 10, derde lid, 17, 19 en 20, eerste lid van richtlijn (EG) 2008/72 en de artikelen 2, 3, 4 en 5 van richtlijn (EEG) 93/62 in acht, alsmede artikel 13 van richtlijn (EG) 2008/72 en de op dat artikel gebaseerde maatregelen.

Bij onderzoek, de keuring en de controle van teeltmateriaal van fruitgewassen neemt Naktuinbouw het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5, 6, 12, 13, 14, eerste lid, en 16 van richtlijn (EU) 2008/90 en de artikelen 5, vierde lid, 7, 9, 10, 11, 12, 13, vierde lid, 14, tweede lid, 16, tweede en derde lid, 17, 21, derde lid, 22, 25, tweede lid, en 30 van richtlijn (EU) 2014/98 in acht, alsmede artikel 11 van richtlijn (EU) 2008/90 en de op dat artikel gebaseerde maatregelen.

Bij het onderzoek, de keuring en de controle van teeltmateriaal van siergewassen neemt Naktuinbouw de artikelen 12, 13 en 14 van richtlijn (EG) 98/56 en de artikelen 3 en 4 en de bijlage van richtlijn 93/49/EEG in acht alsmede artikel 10 van richtlijn 98/56/EG en de op dat artikel gebaseerde voorschriften.

Bij het onderzoek, de keuring en de controle van teeltmateriaal van bosbouwgewassen neemt Naktuinbouw de artikelen 16, eerste en vijfde lid, van richtlijn (EG) 99/105 in acht alsmede artikel 18 van bedoelde richtlijn en de op dat artikel gebaseerde uitvoeringsbepalingen.

Bij het onderzoek, de keuring en de controle van zaad van instandhoudingsrassen van groentegewassen neemt Naktuinbouw de artikelen 19 en 20 van richtlijn (EG) 2009/145 in acht.

Bij het onderzoek, de keuring en de controle van zaad van voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkelde rassen van groentegewassen neemt Naktuinbouw de artikelen 31 en 32 van richtlijn (EG) 2009/145 in acht.

Bij het onderzoek, de keuring en de controle van groentezaden neemt Naktuinbouw de artikelen 20, vierde lid, 25, 34, 35, 36, 39, eerste lid, 40 en 41 van richtlijn (EG) 2002/55 in acht, alsmede artikel 38 van bedoelde richtlijn en de op dat artikel gebaseerde regels.

Artikel 20a is van toepassing, met dien verstande dat NAK wordt gelezen als Naktuinbouw.

In geval van teeltmateriaal van een ras dat genetisch is gemodificeerd, wordt op elk etiket of document dat krachtens het bepaalde in deze regeling op de partij teeltmateriaal is aangebracht of deze partij vergezelt, duidelijk vermeld dat het ras genetisch is gemodificeerd.

In geval van een chemische behandeling van het teeltmateriaal, wordt hiervan op het officiële etiket dan wel op een etiket van de leverancier alsmede op of in de verpakking melding gemaakt.

Zaaizaden zijn nagenoeg ziektevrij en vrij van schadelijke insecten.

Teeltmateriaal van groenvoedergewassen mag als mengsel van verschillende soorten in de handel worden gebracht onder de voorwaarden, genoemd in artikel 13 van richtlijn (EEG) 66/401 en de artikelen 2, 3 en 5 van beschikking (EG) 2004/371.

Het maximumvochtgehalte van teeltmateriaal van peulvruchten is 19 procent.

Teeltmateriaal van zaaigranen mag als mengsel van verschillende soorten in de handel worden gebracht onder de voorwaarden, genoemd in artikel 13 van richtlijn (EEG) 66/402.

Vervallen

Verpakkingen van teeltmateriaal van oliehoudende planten en vezelgewassen voldoen aan de vereisten, genoemd in artikel 12 van richtlijn (EG) 2002/57.

De indeling in klassen is afhankelijk van het gebruikte uitgangsmateriaal en de door NAK tijdens het onderzoek, de keuring of controle aangetroffen ziekten, afwijkingen, gebreken, beschadigingen, verontreinigingen, mate van raszuiverheid en opslag, zoals vastgelegd in het keuringsreglement, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de wet.

Pootaardappelen worden niet in de handel gebracht indien zij zijn behandeld met of zijn aangetast door kiemremmende middelen.

Teeltmateriaal van instandhoudingsrassen van landbouwgewassen wordt uitsluitend geproduceerd in het gebied van oorsprong, bedoeld in artikel 12a, vijfde lid, van de Regeling werkzaamheden Raad voor plantenrassen.

NAK kan jaarlijks de maximale hoeveelheid in de handel te brengen teeltmateriaal van instandhoudingsrassen van landbouwgewassen vaststellen overeenkomstig artikel 14 van richtlijn (EG) 2008/62.

Leveranciers melden bij NAK jaarlijks voor aanvang van het teeltseizoen de hoeveelheid in de handel gebracht zaaizaad van elk instandhoudingsras van een landbouwgewas.

Verpakkingen van teeltmateriaal van instandhoudingsrassen van landbouwgewassen voldoen aan de vereisten genoemd in de artikelen 17 en 18 van richtlijn (EG) 2008/62.

Het bewijsstuk of kenteken, bedoeld in artikel 6 van het besluit, wordt aangebracht door Naktuinbouw of de leverancier onder toezicht van Naktuinbouw en met inachtneming van de voorwaarden van deze regeling.

In geval van groentezaden van een ras dat genetisch is gemodificeerd, wordt op elk officieel dan wel ander etiket of document dat op de partij zaad is aangebracht of deze partij vergezelt, duidelijk vermeld dat het ras genetisch is gemodificeerd.

In geval van een chemische behandeling van basiszaad, gecertificeerd zaad of standaardzaad, wordt hiervan op het officiële etiket dan wel op het etiket van de leverancier, alsmede op of in de verpakking melding gemaakt. Bij kleine verpakkingen kan deze vermelding rechtstreeks op of aan de binnenkant van de verpakking worden aangebracht.

In het geval dat meer dan 2 kilogram groentezaden vanuit een derde land in de handel wordt gebracht, wordt Naktuinbouw door de leverancier van de volgende gegevens in kennis gesteld

De leverancier van groenteplanten voldoet aan de vereisten, genoemd in artikel 5 van richtlijn (EG) 2008/72 en de artikelen 3, 4 en 5 van richtlijn (EEG) 93/62.

Groenteplanten voldoen aan de vereisten, genoemd in de artikelen 2, 3, 4 en 5 van richtlijn (EEG) 93/61.

Tijdens de groei, het rooien of het wegnemen van enten bij het uitgangsmateriaal wordt het teeltmateriaal in afzonderlijke partijen gehouden.

Teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die als CAC-materiaal zijn gekwalificeerd en in de handel worden gebracht, worden geïdentificeerd door middel van een verwijzing naar artikel 3 van richtlijn 2019/1813 in het document van de leverancier in geval dat document als etiket wordt gebruikt.

De leverancier van teeltmateriaal van siergewassen voldoet aan de vereisten, genoemd in de artikelen 6, 7 en 8 van richtlijn (EG) 98/56.

Zaad van instandhoudingsrassen van groentegewassen wordt uitsluitend geproduceerd in het gebied van oorsprong, bedoeld in artikel 12a, vijfde lid, van de Regeling werkzaamheden Raad voor plantenrassen.

De leverancier van zaad van een instandhoudingsras van een groentegewas gaat overeenkomstig artikel 12 van richtlijn (EG) 2009/145 na of het teeltmateriaal van instandhoudingsrassen voldoet aan de voorschriften van artikel 10, onderscheidenlijk 11, van richtlijn (EG) 2009/145.

Naktuinbouw kan jaarlijks de maximale hoeveelheid in de handel te brengen zaad van instandhoudingsrassen van groentegewassen vaststellen overeenkomstig artikel 15 van richtlijn (EG) 2009/145.

Leveranciers melden bij Naktuinbouw jaarlijks voor aanvang van het teeltseizoen de hoeveelheid in de handel gebracht zaad van elk instandhoudingsras van een groentegewas.

Verpakkingen van zaad van instandhoudingsrassen van groentegewassen voldoen aan de eisen genoemd in de artikelen 17 en 18 van richtlijn (EG) 2009/145.

Teeltmateriaal van voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkelde rassen van groentegewassen wordt slechts in de handel gebracht in verpakkingen die het in bijlage II bij richtlijn (EG) 2009/145 bepaalde maximale nettogewicht niet overschrijden.

Leveranciers melden bij Naktuinbouw jaarlijks voor aanvang van het teeltseizoen de hoeveelheid in de handel gebracht teeltmateriaal van elk voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkeld ras van een groentegewas.

Verpakkingen van teeltmateriaal van voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkelde rassen van groentegewassen voldoen aan de eisen genoemd in de artikelen 29 en 30 van richtlijn (EG) 2009/145.

De leverancier van bosbouwgewassen voldoet aan de vereisten, genoemd in artikel 16, derde lid, van richtlijn (EG) 99/105.

Teeltmateriaal wordt uitsluitend in de handel gebracht indien het afkomstig is van een ras dat of een opstand die is toegelaten en is ingeschreven in het rassenregister, dan wel is opgenomen op een vanwege de Commissie van de Europese Gemeenschappen vastgestelde gemeenschappelijke lijst van rassen of opstanden.

Teeltmateriaal verkregen uit de diverse typen uitgangsmateriaal, wordt in de categorieën, genoemd in bijlage VI van richtlijn (EG) 99/105, in de handel gebracht.

Bosbouwkundig teeltmateriaal van de soorten en kunstmatige hybriden, genoemd in bijlage I van richtlijn (EG) 99/105, wordt niet in de handel gebracht tenzij het aan de relevante vereisten, genoemd in bijlage VII van richtlijn (EG) 99/105, voldoet.

Zaadeenheden worden uitsluitend in gesloten verpakkingen in de handel gebracht. Het sluitingsmechanisme wordt bij het openen van de verpakking onbruikbaar.

Vervallen

De leverancier die zaadeenheden die niet voor bosbouwdoeleinden bestemd zijn in de handel brengt, maakt hiervan melding aan Naktuinbouw.

De kosten van betaling komen ten laste van de leverancier.

De keuringsinstelling kan de beschikking tot uitstel van betaling intrekken of wijzigen

De leverancier is in verzuim indien hij niet binnen de voorgeschreven termijn heeft betaald.

De tarieven kunnen periodiek worden aangepast aan de ontwikkelingen van de lonen en prijzen.

De bepalingen van deze regeling zijn niet van toepassing op teeltmateriaal waarbij door de leverancier aan de desbetreffende keuringsinstelling is aangetoond dat het teeltmateriaal is bestemd voor de uitvoer naar derde landen.

Een wijziging van de richtlijnen, genoemd in artikel 1, gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verhandeling teeltmateriaal.

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het besluit in werking treedt.