Ministeriële regeling · BWBR0021823

Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 23 april 2007, nr. (PO/KO-06.6456), houdende regels met betrekking tot het verlenen van subsidie en het overdragen en opdragen van taken aan de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland)Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het BuitenlandDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikelen 4 en 6 van de Wet overige OCenW-subsidies en artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst, met uitzondering van de bijlage die ter inzage wordt gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S.A.M.Dijksma

In deze regeling wordt verstaan onder:

Vervallen

De stichting verleent slechts subsidie op aanvraag:

De stichting voert, met uitzondering van de werkgeverstaken, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, het bevoegd gezag over de Nederlands(talig)e afdeling van het Lycée International te St-Germain-en-Laye met inachtneming van hetgeen is bepaald:

De stichting beheert namens de Minister de middelen die jaarlijks op de begroting van de Minister zijn bestemd ten behoeve van het groot onderhoud van de Europese school te Bergen alsmede ten behoeve van personele kosten (belastingvrijdom) en materiële kosten (BTW-vrijstelling) als bedoeld in de ‘Overeenkomst betreffende het functioneren van de Europese School in Nederland’ (Tractatenblad 1970, nr. 95).

Het jaarverslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring bevat tevens een oordeel over de naleving van de subsidieverplichtingen door de stichting. De verklaring van getrouwheid is mede gebaseerd op het voor de scholen in overleg met de stichting opgestelde controleprotocol en geschiedt volgens het in het protocol opgenomen model.

De minister stelt de subsidie vast uiterlijk 31 december van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend.

De Bekostigingsbeschikking Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland, PO/PJ/99/12343, 7 juli 1999, wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt, behoudens het bepaalde in artikel 3, derde en vierde lid en artikel 4, derde en vierde lid en de bedragen genoemd in de bijlage, terug tot en met 1 januari 2002.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland.

1. Basissubsidie ten behoeve van:

2. Aanvullende subsidie ten behoeve van:

3. Opgave aantal leerlingen en aantal formatieplaatsen

4.1 Basisonderwijs in het buitenland

Bedrag per leerling vermenigvuldigd met het aantal leerlingen PO op 1 oktober t-1.

Het aantal leerlingen PO (volledig en NTC) per 1 oktober t-1 wordt verhoogd met 2 procent.

Voor het jaar 2009 is het bedrag per leerling vastgesteld op €598,76.

4.2 Voortgezet onderwijs in het buitenland

Bedrag per leerling vermenigvuldigd met het aantal leerlingen VO op 1 oktober t-1

Het aantal leerlingen NTC-VO per 1 oktober t-1 wordt verhoogd met het aantal 10 en 11 jarigen.

Het aantal leerlingen NTC-VO per 1 oktober t-1 wordt verhoogd met 2 procent

Voor het jaar 2009 is het bedrag per leerling vastgesteld op €598,76.

4.3 Afstandsonderwijs

Bedrag per leerling vermenigvuldigd met het aantal leerlingen op 1 oktober t-1

Voor het jaar 2009 is het bedrag per leerling vastgesteld op €598,76.

Uitgangspunt is een integrale vergoeding van de werkelijk in een begrotingsjaar gemaakte kosten.

De component personele lasten wordt berekend volgens de formule B = Esf x (P1 x Q1+ P2 x Q2 + ......), waarbij geldt:

B = de bekostiging van de personele lasten voor de Europese scholen en Saint-Germain-en-Laye.

Esf = factor Europese scholen, conform paragraaf 6.2 van deze bijlage.

P = landelijk gemiddelde personeelslast (GPL) per functietype, conform artikel 5.1 van deze bijlage.

Q = het aantal formatieplaatsen per functietype uitgedrukt in fulltime equivalenten (fte’s), vastgesteld conform artikel 6 van deze bijlage.

P x Q = berekening per functietype.

5.1 Gemiddelde personeelslast

De genormeerde gemiddelde personeelslast (GPL) van het personeel voor de Europese scholen wordt per functietype bepaald op de volgende wijze:

5.2 Europese scholen factor

6. Berekening aantal formatieplaatsen

6.1 Europese scholen

Het aantal beschikbare formatieplaatsen voor het jaar t voor de Europese scholen is het aantal formatieplaatsen voor door Nederland te detacheren functietypen: directeur, adjunct-directeur, leraar voortgezet onderwijs, leraar basisonderwijs, overig onderwijzend personeel zoals bijvoorbeeld administrateur, dat is vastgelegd in het meest recente besluit ‘Scheppen en schrappen van posten’ van de Raad van Bestuur Europese Scholen. Dit document wordt elk jaar uiterlijk in de aprilvergadering van jaar t-1 vastgesteld voor het schooljaar t-1/t. Dit aantal wordt uitgebreid met het aantal formatieplaatsen waarvoor de Nederlandse delegatie in de Raad van Bestuur van de Europese scholen een commitment is aangegaan voor het jaar t.

Het in dit artikel genoemde aantal formatieplaatsen moet verantwoord worden in het jaarverslag over het jaar t-1.

6.2 Saint-Germain-en-Laye

Het aantal formatieplaatsen voor het jaar t wordt volgens de hierna volgende algemene bepalingen vastgesteld door de Stichting NOB en voor 1 december van het jaar t-1 aan de minister bekendgemaakt.

Algemeen

Voor bekostiging komt in aanmerking de Nederlandse afdeling van het Lycée International te Saint-Germainen- Laye. De Nederlandse afdeling van het Lycée International te Saint-Germain-en-Laye verzorgt het onderwijs in

2 leerjaren kleuterschool (groep 1 en 2 basisonderwijs) 6 klokuren per week,

5 leerjaren lagere school (groep 3 t/m 7 basisonderwijs) 6 klokuren per week,

4 leerjaren collège (groep 8 basisonderwijs, brugklas,

2 en 3 HAVO/VWO) 6 lesuren (van 50 minuten) per week

en 3 leerjaren lycée (4, 5 en 6 VWO) 8 lesuren (van 50 minuten) per week.

Grondslag formatiebepaling

De omvang van de formatie per schooljaar is afhankelijk van het aantal leerlingen in combinatie met het onderwijsaanbod.

Bepaling aantal leerlingen

Voor de berekening van het aantal leerlingen wordt uitgegaan van het aantal leerlingen met de Nederlandse nationaliteit en het aantal Nederlandstalige leerlingen met de Belgische nationaliteit op 1 oktober van het voorafgaande jaar. De vaststelling van het leerlingenaantal geschiedt door beide toezichthouders (i.c. inspecteurs buitenland) op basis van de door de rector van de Nederlandse afdeling gemaakte opgave.

Bepaling onderwijsaanbod

Het onderwijsaanbod moet zoveel mogelijk voldoen aan de bepalingen hieromtrent in de WPO en de WVO. De eisen die door de Franse overheid aan de inrichting van het onderwijs gesteld worden, zijn vastgelegd in de Franse onderwijswetgeving (Decret) van 19 mei 1981. De inhoud van het moedertaalonderwijs voor het primair onderwijs is beschreven in het Schoolplan van de Nederlandstalige afdeling van het Lycée International, volgens de meest recente richtlijnen van het Raamschoolplan NTC-onderwijs van de Stichting NOB. Het moedertaalonderwijs voor het voortgezet onderwijs is beschreven in het Schoolplan van de Nederlandstalige afdeling van het Lycée International en omvat de vakken Nederlands, delen van aardrijkskunde (géographie) en geschiedenis (histoire). Dit schoolplan is opgesteld volgens de richtlijnen van het Raamschoolplan Nederlandse Taal en Cultuur VO van de Stichting NOB en de richtlijnen opgesteld door Nederlandse en Franse onderwijsinspectie. De cursus leidt op tot het Baccalauréat à l’Option Interntionale avec des épreuves en Néerlandais; dit Franse baccalaureaat is equivalent verklaard met een Nederlands VWO-diploma.

Per leerniveau wordt vanaf jaargroep 3 tot en met jaargroep 8 één uur per week extra onderwijs gegeven aan leerlingen met een (tijdelijke) taalachterstand. Vanaf jaargroep 3 tot en met jaargroep 7 wordt, naast de reguliere zes taaluren per week per leerniveau, één uur onderwijs besteed aan creatieve vorming, sport of boekenuur.

De Nederlandse afdeling (VO) verricht voor 9 lesuren per week werkzaamheden ten behoeve van het Centre de Documentation Internationale (CDI).

Het programma geschiedenis/aardrijskunde voortgezet onderwijs wordt in overleg met de Franse school vastgesteld en onderhouden. Ten behoeve van het overleg tussen de Nederlandse, de Franse en de andere buitenlandse secties wordt één lesuur per week ter beschikking gesteld.

Berekening te bekostigen formatie Per leerniveau is er één groep. Daarboven kan maximaal 1 parallelle groep worden gevormd bij de Nederlandse afdeling. Als er in een leerniveau geen leerlingen zijn, wordt voor dit leerniveau ook geen formatie bekostigd.

Per groep wordt het aantal te bekostigen minuten lesgebonden formatie vastgesteld op basis van de onderstaande tabel. De formatie voor steunuren wordt uitsluitend bekostigd als er op het betreffende leerniveau leerlingen zijn met een (tijdelijke) taalachterstand.

Formatie leerkrachten PO

Het aantal minuten basisonderwijs (1 t/m 8) wordt getotaliseerd en vervolgens omgerekend in uren door te delen door 60.

Het aantal formatie-uren per week wordt vervolgens omgerekend naar uren per schooljaar door te vermenigvuldigen met 46,08. De uitkomst hiervan wordt omgerekend naar formatieplaatsen door te delen door 930 uur (lesgebonden normjaartaak). De uitkomst wordt naar boven afgerond op gehele formatieplaatsen.

De minimale formatie bedraagt 1 fte. Als het aantal leerlingen PO gedurende 3 achtereenvolgende schooljaren kleiner is dan 15, wordt de bekostiging van het basisonderwijs beëindigd.

Formatie leerkrachten VO

Het aantal minuten voortgezet onderwijs (brugklas t/m 6 VWO) wordt getotaliseerd en vervolgens omgerekend in uren door te delen door 60.

Het aantal formatie-uren per week wordt vervolgens omgerekend naar uren per jaar door te vermenigvuldigen met 46,08. De uitkomst hiervan wordt omgerekend naar formatieplaatsen door te delen door 823 uur (lesgebonden normjaartaak). De uitkomst wordt naar boven afgerond op gehele formatieplaatsen.

De minimale formatie bedraagt 1 fte. Als het aantal leerlingen VO gedurende 3 achtereenvolgende schooljaren kleiner is dan 15 wordt de bekostiging van het voortgezet onderwijs beëindigd.

Overige formatie

Voor schoolleiding wordt 1 fte bekostigd (rector). Door de Stichting NOB wordt de omvang van de lesgevende taak van de schoolleiding vastgesteld. Deze vaststelling behoeft de goedkeuring van de toezichthouders. Bij wijzigingen wordt hiervan terstond mededeling gedaan door de Stichting NOB. Voor administratieve ondersteuning wordt 1 fte bekostigd.

Beëindiging bekostiging

Als het aantal leerlingen van de Nederlandse afdeling gedurende 3 achtereenvolgende schooljaren kleiner is dan 15, wordt bekostiging van de Nederlandse afdeling beëindigd.

6.3 Nederlands Astmacentrum Davos

Vast aantal formatieplaatsen

Het aantal formatieplaatsen voor het basisonderwijs is vastgesteld op 1. Dit aantal wordt met 0,2 verhoogd ten behoeve van extra formatieondersteuning.

Het aantal formatieplaatsen voor het voortgezet onderwijs is vastgesteld op 2. Dit aantal wordt met 0,4 verhoogd ten behoeve van extra formatieondersteuning.

Gemiddelde personeelslast

Voor het personeel voor het basisonderwijs wordt uitgegaan van de onder 5.1 punt 1 genoemde regeling.

Voor het personeel voor het voortgezet onderwijs wordt uitgegaan van de GPL schoolsoort 1 van de onder 5.1 punt 2 genoemde regeling.

Opslagpercentages

De hierboven genoemde gemiddelde personeelslast voor zowel het personeel voor het basisonderwijs als het personeel voor het voortgezet onderwijs wordt met de volgende percentages verhoogd:

Aanvullende personele kosten

Vanwege bestedingsbeperkingen die het gevolg zijn van het verschil in de kosten van levensonderhoud dat tussen Nederland en Zwitserland bestaat komt het onderwijspersoneel in aanmerking voor een huurbijdrage en een bijdrage in de koopkrachtregeling. Beide aanvullende bedragen worden in de jaarrekening verantwoord. Grondslag voor deze aanvullende personele kosten is de ‘Nadere uitvoeringsregeling 2005 van het Nederlands Astmacentrum Davos’.

Inhouding vergoeding

Op de totale vergoeding houdt de Stichting NOB 3% voor apparaatskosten in.

7. Component inkomstenbelasting Europese School Bergen

De personele vergoeding wordt verhoogd met de inkomstenbelasting van de Europese school Bergen. Uitgangspunt is integrale vergoeding van de werkelijk in een begrotingsjaar gemaakte kosten. Deze werkelijke kosten blijken uit de beslissingen van de Belastingdienst Alkmaar die medio jaar t bekend zijn en zijn opgenomen in de jaarrekening van jaar t.

8. Component korting salariskosten Europese school München

Van de Europese school in München ontvangt de Stichting NOB jaarlijks een bijdrage in de salariskosten. Deze wordt in mindering gebracht op de personele vergoeding. Voor de bijdrage in de salariskosten door de Europese school in München wordt uitgegaan van het werkelijk ontvangen bedrag. Dit werkelijk ontvangen bedrag blijkt uit de jaarlijkse opgave van de Europese school München en moet worden opgenomen in de jaarrekening van de Stichting NOB van jaar t.

9.1 Europese school Bergen en werkgeverschap Europese scholen

De vergoeding voor materiële instandhouding bestaat uit een vergoeding voor het gebouwonderhoud van de Europese school in Bergen op basis van het onderhoudscontract met derden en een vergoeding voor Arbodienst, werving en selectie en reiskosten voor alle Nederlandse afdelingen van de Europese scholen.

Voor het jaar 2009 is de vergoeding vastgesteld op €467.017.

9.2 Saint-Germain-en-Laye

Voor het Lycée international te Saint-Germain-en-Laye bestaat de vergoeding voor materiële instandhouding overwegend uit (incidentele) aanvullingen op de door Frankrijk ter beschikking gestelde leermiddelen.

Voor het jaar 2009 is de vergoeding vastgesteld op €44.507.

9.3 Davos

Voor het Nederlands Astmacentrum Davos wordt de vergoeding voor materiële instandhouding gebaseerd op één bedrag per leerling voor zowel PO als VO.

Voor het jaar 2009 is de vergoeding vastgesteld op €736.

9.4 ICT

De vergoeding voor ICT voor zowel PO- als VO-leerlingen op het basis- en de voortgezet onderwijs in het buitenland, NTC-PO, NTC-VO en het afstandsonderwijs, de Europese Scholen, Saint-Germain-en-Laye en het Nederlands Astma centrum Davos is gebaseerd op de programma’s van eisen voor het basisonderwijs. Daarnaast ontvangen de Europese Scholen per school voor ICT een vast bedrag, in lijn met het bedrag dat bekostigde basisscholen in Nederland hiervoor ontvangen.

Voor het jaar 2009 is het bedrag per leerling voor de Europese Scholen, Saint-Germain-en-Laye en het Nederlands Astma centrum Davos vastgesteld op €86,04 en voor het basis- en de voortgezet onderwijs in het buitenland, NTC-PO, NTC-VO en het afstandsonderwijs op €43,02.

10. Huisvestingskosten Davos

Voor het Nederlands Astmacentrum Davos wordt een vergoeding verstrekt voor de huisvesting van 4 à 5 groepen leerlingen. In deze vergoeding zijn tevens vergoedingen begrepen voor andere voorzieningen en gebouwgebonden materiële instandhouding. Voor het jaar 2009 is de vergoeding voor huisvestingskosten vastgesteld op €93281.

12. Bestuur en beheer Stichting NOB

Voor bestuur en beheer van de Stichting NOB wordt een vergoeding verstrekt.

Voor het jaar 2009 is het bedrag vastgesteld op €243.799.