Ministeriële regeling · BWBR0026090

Subsidieregeling zorginnovatie

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 6 juli 2009, nr. MEVA/ICT-2939425, houdende vaststelling van regels voor het subsidiëren van innovatie in de zorg (Subsidieregeling zorginnovatie)Subsidieregeling zorginnovatieDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op de artikelen 3, 5 en 7 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, A.Klink

In deze regeling wordt verstaan onder

De Hoofdstukken I en II van de Subsidieregeling VWS-subsidies zijn van overeenkomstige toepassing op het verstrekken van een subsidie op grond van deze regeling.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het subsidieplafond, bedoeld in artikel 12 of 20, zou worden overschreden, stelt de minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast door middel van loting.

De Minister kan op aanvraag een projectsubsidie verstrekken aan een ZIPC-penvoerder in het kader van de voorbereiding en totstandkoming van een ZIPC-verband voor:

In afwijking van artikel 11, eerste lid, eerste zin, van de Subsidieregeling VWS-subsidies bedraagt de projectsubsidie, bedoeld in artikel 9, ten hoogste 50 procent van het verschil tussen de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 10, en de opbrengsten tot een bedrag van ten hoogste € 125.000.

De Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag van de projectsubsidie, bedoeld in artikel 9:

In afwijking van artikel 16 van de Subsidieregeling VWS-subsidies:

De minister stelt het bedrag van de projectsubsidie, bedoeld in artikel 9, vast op ten hoogste het bedrag dat is verleend.

De Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag van de projectsubsidie, bedoeld in artikel 17, indien:

In afwijking van artikel 16 van de Subsidieregeling VWS-subsidies:

De activiteiten ter uitvoering van het zorginnovatieplan vangen voor 1 januari 2011 aan en vinden plaats gedurende ten minste 18 en ten hoogste 30 maanden na de in de aanvraag van de projectsubsidie, bedoeld in artikel 17, aangegeven startdatum van het project.

De Minister kan op aanvraag een zorginnovatievoucher verstrekken aan een zorgaanbieder of MKB-ondernemer die een kennisoverdrachtproject wil laten uitvoeren waarvan de resultaten ten goede komen aan de activiteiten die de zorgaanbieder of MKB-ondernemer in Nederland verricht.

De kosten die in aanmerking komen voor de projectsubsidie, bedoeld in artikel 31, zijn de in artikel 32 bedoelde subsidiabele kosten met dien verstande dat:

De Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag van de projectsubsidie, bedoeld in artikel 31, indien:

De Minister kan bij de vaststelling van de projectsubsidie, bedoeld in artikel 31, verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2013, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies en zorginnovatievouchers die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling zorginnovatie.