Algemene maatregel van bestuur · BWBR0028468

Dienstplichtwet BES

Wijzigingen Officiële bron
Dienstplichtwet BESDienstplichtwet BES

[Vervallen]

Alle stukken, die in verband met de bepalingen van deze wet of te harer uitvoering gegeven voorschriften en uitgevaardigde besluiten en beschikkingen worden gevorderd, ingediend, overgelegd of uitgereikt, zijn vrij van het recht van zegel.

Voor de toepassing en uitvoering dezer wet en derzelver uitvoeringsbesluiten en beschikkingen wordt een commissie van advies ingesteld. Deze commissie heet «Dienstplichtraad»; haar samenstelling, taak en werkwijze worden door Onze Minister bepaald. Aan deze commissie worden zo mogelijk een officier van de zeemacht en zo nodig een van de luchtmacht en een van de landmacht als lid toegevoegd.

Voor zover in deze wet niet anders is of wordt bepaald geschiedt de uitvoering derzelver bepalingen bij algemene maatregel van bestuur.

Nederlanders worden uit het dienstplichtregister afgeschreven:

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op hen, die:

De in de keuringscommissie of herkeuringscommissie zitting hebbende geneeskundigen zijn verplicht de hun in verband met de keuring opgedragen werkzaamheden te verrichten.

Vrijstelling wegens persoonlijke onmisbaarheid kan door Onze Minister worden verleend aan hem door wiens verblijf in werkelijke dienst onoverkomelijke bezwaren zouden ontstaan voor de taakvervulling van de Overheid of een particuliere organisatie.

Vrijstelling om de reden, genoemd in artikel 15 lid 1 onder d, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regelen verleend.

Vrijstelling van dienst wegens broederdienst wordt verleend aan de ingeschrevene die ten minste drie broeders heeft of gehad heeft, die op een door Onze Minister te bepalen tijdstip dienen of ten minste dertig dagen gediend hebben bij de krijgsmacht.

[vervallen]

Een dienstplichtige kan door het militaire gezag, na overleg met Onze Minister, worden aangewezen voor het vervullen van dienst buiten het grondgebied van Aruba, Curaçao of Sint Maarten of van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, mits de duur van deze dienst een tijdvak van dertig aaneengesloten dagen niet overschrijdt en de dienstplichtige in een tijdvak van twaalf maanden niet meer dan twee en gedurende de herhalingsoefeningen in het geheel niet meer dan één maand buiten het grondgebied van Aruba, Curaçao of Sint Maarten of van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba dienst vervult.

Ingeval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden kunnen de dienstplichtigen buitengewoon in werkelijke dienst worden gehouden of opgeroepen.

De dienstplichtige kan, als hij voor groot verlof in aanmerking komt, in werkelijke dienst worden gehouden:

Klein verlof genoten gedurende de werkelijke dienst onderbreekt deze niet.

Zolang de dienstplichtige niet in werkelijke dienst is noch in werkelijke dienst behoeft te zijn, is hij in het genot van groot verlof.

De dienstplichtige met groot verlof is verplicht om aan door Onze Minister aan te wijzen personen inzage te verlenen van aan hem uitgereikte militaire bescheiden alsmede om aan Onze Minister desgevraagd schriftelijk alle in verband met zijn dienstplicht gewenste inlichtingen te verschaffen.

[vervallen]

Aan de dienstplichtige in werkelijke dienst kan in het kader van een opleiding een titulaire rang worden verleend.

Wanneer een dienstplichtige in werkelijke dienst voor bevordering wordt voorbijgegaan, wordt hem dit, met vermelding van de reden, schriftelijk medegedeeld.

Bevordering tot de rang van sergeant, sergeant-majoor en adjudant onderofficier geschiedt door Onze Minster.

De terugstelling bij administratieve maatregel geschiedt door Onze Minister, die deze bevoegdheid kan overdragen aan de Regionaal Bevelhebber.

Op de dienstplichtige in werkelijke dienst zijn, gedurende de tijd dat hij werkelijke dienst verricht onder bevel van de Regionaal Bevelhebber, de paragrafen 1, 2, 4 en 5 van hoofdstuk 6 van het Reglement rechtstoestand dienstplichtigen van overeenkomstige toepassing.

Op de dienstplichtige en de gewezen dienstplichtige zijn de bepalingen betreffende de inhouding, het beslag en de korting, opgenomen in de Ambtenarenwet BES van overeenkomstige toepassing.

De vrijwillig nadienende dienstplichtige wordt voor zover betreft de regeling van zijn pensioen gelijkgesteld met de overheidsdienaar in de zin van de Pensioenwet ambtenaren BES, mits hij niet verkeert in een van de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 6 van die wet. De bepalingen van de genoemde wet zijn alsdan op hem van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Hij, die ingevolge de bepalingen van deze titel aanspraak kan doen gelden op een vergoeding van of tegemoetkoming in kosten, dan wel op een uitkering, kan in door Onze Minister aan te wijzen gevallen in aanmerking komen voor een geldelijk voorschot op de vergoeding, tegemoetkoming of uitkering.

De dienstplichtige in werkelijke dienst heeft aanspraak op vervoer van overheidswege bij reizen in zijn persoonlijk belang naar de woonplaats van zijn gezin, mits gelegen in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en terug:

Het geneeskundig onderzoek tot het vaststellen van blijvende ongeschiktheid als bedoeld in artikel 35, derde lid, geschiedt door de geneeskundige commissie, bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel a, van de Pensioenwet ambtenaren BES, en in andere gevallen door een of meer geneeskundigen, aan te wijzen door Onze Minister. De nadere regels, bedoeld in het vierde lid van het laatstgenoemde artikel, zijn van toepassing.

De dienstplichtige in werkelijke dienst wordt, gedurende de tijd dat hij werkelijke dienst verricht onder bevel van de Regionaal Bevelhebber, beoordeeld overeenkomstig de regelen, gegeven bij of krachtens artikel 90 van het Reglement rechtstoestand dienstplichtigen voor dienstplichtigen der zeemacht in de zin van de Dienstplichtwet. (Stb. 1922, no. 43).

Op de dienstplichtige in werkelijke dienst zijn, gedurende de tijd dat hij werkelijke dienst verricht onder bevel van de Regionaal Bevelhebber, de bepalingen inzake kleding, gegeven bij of krachtens artikel 91 van het Reglement rechtstoestand dienstplichtigen, met uitzondering van artikel 91, vierde lid onder f, van overeenkomstige toepassing.

De dienstplichtige in werkelijke dienst is verplicht de hem opgedragen werkzaamheden en/of diensten naar beste vermogen te vervullen, en de uit dien hoofde voor hem geldende voorschriften en orders te kennen.

De dienstplichtige is niet gehouden tot dienstverrichting op voor hem op grond van zijn godsdienst of levensovertuiging geldende feest- en rustdagen tenzij het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt.

Naar regelen door de Regionaal Bevelhebber te stellen kan de dienstplichtige in werkelijke dienst worden verplicht tot sportbeoefening in dienstverband.

De dienstplichtige in werkelijke dienst kan, naar regelen door Onze Minister te stellen, worden verplicht zodanige maatregelen te treffen, dat hij aan per radio, televisie of op andere wijze gedane oproepingen om zich te melden onverwijld gevolg kan geven.

De dienstplichtige in werkelijke dienst kan voor het verrichten van werkzaamheden en/of diensten worden gesteld onder een functionaris die niet behoort tot het militaire personeel van de krijgsmacht.

De dienstplichtige is verplicht tot geheimhouding van enig gegeven, de dienst betreffende tegenover een ieder die tot kennisneming daarvan niet bevoegd is, voorzover die verplichting uit de aard der zaak volgt of hem uitdrukkelijk is opgelegd.

Op de dienstplichtige in werkelijke dienst zijn, gedurende de tijd dat hij werkelijke dienst verricht onder bevel van de Regionaal Bevelhebber, de bepalingen inzake schadevergoeding, gegeven bij of krachtens artikel 101 van het Reglement rechtstoestand dienstplichtigen, van overeenkomstige toepassing.

De dienstplichtige die uit hoofde van zijn functie is belast met het beheer over of de bewaring van aan het Rijk toebehorende of toevertrouwde gelden of geldswaarde papieren kan, bij constatering van een tekort, worden verplicht dat tekort geheel of gedeeltelijk aan te zuiveren, indien en voor zover hij niet aannemelijk maakt dat het ontstaan van dat tekort hem redelijkerwijs niet kan worden verweten.

De dienstplichtige in werkelijke dienst die – anders dan als gevolg van verhindering wegens ziekte – niet in staat is zich te begeven naar de plaats, waar de dienst zijn aanwezigheid vereist, is verplicht daarvan onverwijld kennis te geven aan zijn commandant of andere functionaris onder wie hij is gesteld of bij wie hij zich zou moeten melden.

Het is de dienstplichtige in werkelijke dienst verboden bij een eenheid of onderdeel van de krijgsmacht handel te drijven, tenzij hem van dat verbod ontheffing is verleend door Onze Minister of door daartoe door deze aangewezen functionarissen.

De commissie is gerechtigd Onze Minister voorstellen te doen van onderwerpen van bespreking in de zin van dit hoofdstuk, welke voorstellen op de voet van het bepaalde in artikel 108 aan de commissie kunnen worden voorgelegd.

Behoudens het bepaalde in artikel 111, tweede lid vergadert de commissie op plaats, dag en uur, door de voorzitter te bepalen.

De voorzitter doet de secretaris bovendien een verslag opmaken, behelzende ene beknopte samenvatting van het in de vergadering verhandelde. Met wederzijds goedvinden kunnen deze verslagen telkens worden openbaar gemaakt.

Tegen een besluit als bedoeld in artikel 35, kan door de vrijwillig nadienende dienstplichtige beroep worden ingesteld bij het Gerecht in Ambtenarenzaken. De Regeling ambtenarenrechtspraak 1951 (P.B. 1951, 134) is van toepassing.

Voor de toepassing van het in deze paragraaf bepaalde wordt verstaan onder:

Beklag is niet mogelijk tegen een op beklag genomen beslissing alsmede niet tegen beslissingen ingevolge de bij of krachtens de Wet militair tuchtrecht gegeven regels.

De op het tijdstip van inwerkingtreding van de landsverordening waarbij titel II is ingevoerd, vrijwillig nadienende dienstplichtige, aan wie op dat tijdstip of daarna op grond van artikel 35 ontslag uit de dienst is verleend, heeft met ingang van de dag waarop dit ontslag ingaat recht op een maandelijkse overbruggingsuitkering, bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 68, te regelen.

De termijn gedurende welke een uitkering op grond van het vorig artikel wordt toegekend bedraagt maximaal 120 maanden.

Het bedrag van de uitkering is gedurende 12 maanden gelijk aan 90% van de laatstgenoten bezoldiging, gedurende de daaropvolgende 12 maanden gelijk aan 80% van die bezoldiging, gedurende de daaropvolgende 36 maanden gelijk aan 70% en vervolgens gelijk aan 60% van die bezoldiging.

Wanneer de belanghebbende op de dag voorafgaande aan het ontslag in het genot is van een suppletie op zijn bezoldiging wordt voor de toepassing van deze overbruggingsuitkering, de laatstgenoten bezoldiging verhoogd met de suppletie, als bedoeld in artikel 130 met dien verstande dat het bedrag van de uitkering omvat gedurende de eerste 12 maanden 90% van de suppletie, gedurende de daarop volgende 12 maanden 80% van die suppletie en gedurende de daarop volgende 36 maanden 70% van die suppletie.

Indien de belanghebbende tijdens de duur van de uitkering overlijdt eindigt de uitkering met ingang van de dag volgende op die van het overlijden.

Vervallen

Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de belanghebbende, aan wie ten tijde van het overlijden een overbruggingsuitkering betaalbaar is gesteld, wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 87, een bedrag uitbetaald gelijk aan bedoelde betaalbaar gestelde uitkering vermeerderd met kindertoelage en vakantieuitkering als bedoeld in artikel 124, over een tijdvak van drie maanden.

De in deze paragraaf bedoelde uitkering wordt gelijkgesteld met wachtgeld in de zin van artikel 4 van de Wachtgeldenregeling overheidsdienaren (P.B.1986,83)

Voor de vrijwillig nadienende dienstplichtige, die op de dag voorafgaand aan die waarop de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren in werking treedt ambtenaar in de zin van de Pensioenverordening Burgerlijke Landsdienaren 1938 (P.B. 1976, 45) was, wordt de tijd welke hij vanaf de datum van opkomst in werkelijke dienst voor eerste oefening heeft doorgebracht als diensttijd, bedoeld in artikel 17 van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren, mede in aanmerking genomen.

[vervallen]

De dienstplichtige die op het tijdstip van inwerkingtreding van de landsverordening waarbij titel II in deze landsverordening is ingevoegd, in werkelijke dienst is, blijft gedurende de tijd dat hij als zodanig werkelijke dienst verricht, aanspraak houden op de bezoldiging waarop hij aanspraak had op de dag voorafgaande aan dat tijdstip van inwerkingtreding.

De feiten bij deze wet strafbaar gesteld, worden als overtreding aangemerkt met uitzondering van die strafbaar gesteld bij de artikelen 132, tweede lid, en 133, tweede lid, die als misdrijven worden aangemerkt.

Met de opsporing van de in deze wet strafbare gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de militairen van de Koninklijke marechaussee. Zij hebben toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

Deze wet wordt aangehaald als: Dienstplichtwet BES.