Beleidsregel · BWBR0028878
Beleidsregel advisering toelating vreemdelingen als zelfstandig ondernemer in Nederland 2010
Gelet op artikel 3.30, eerste lid, onderdeel a, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
Besluit:
Deze beleidsregel zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag13 oktober 2010De Minister van Economische Zaken,M.J.A. van derHoevenIn deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a.
minister: de Minister van Economische Zaken;
- b.
IND: de Immigratie en Naturalisatie Dienst;
- c.
zelfstandig ondernemer: een natuurlijk persoon die zelfstandig een beroep of een bedrijf uitoefent niet zijnde een onderdaan van de Republiek Turkije;
- d.
advies: het advies van de minister aan de IND in verband met de toelating van een vreemdeling tot het verblijf in Nederland als zelfstandig ondernemer;
- e.
puntensysteem: een systeem om te kunnen bepalen of de vreemdeling een wezenlijke bijdrage levert aan de Nederlandse economie door op basis van het ondernemingsplan en andere stukken punten toe te kennen voor de criteria:
- 1°.
persoonlijke ervaring;
- 2°.
ondernemingsplan en
- 3°.
de toegevoegde waarde van de economische activiteiten voor de Nederlandse economie.
- 1°.
De minister brengt aan de IND advies uit over de toelating van een vreemdeling tot het verblijf in Nederland als zelfstandig ondernemer op basis van de uitkomst van het puntensysteem dat is toegepast op het bij de adviesaanvraag van de IND overgelegde ondernemingsplan en andere stukken.
Voor een positief advies dient voor elk criterium, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, een minimum aantal punten van 30 te worden gescoord.
In afwijking van het tweede lid geldt dat voor een positief advies een zelfstandig ondernemer die op elk van de criteria, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 1° en 2°, minimaal 45 punten scoort, voor het criterium, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 3°, minder dan 30 punten mag scoren.
Het maximum aantal punten dat kan worden gescoord bedraagt 300.
Met betrekking tot het criterium, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 1°, kunnen de punten worden gescoord overeenkomstig de tabel die is opgenomen in de bij deze beleidsregel behorende bijlage 1.
Het maximum aantal punten dat op grond van het eerste lid kan worden gescoord bedraagt 100.
Met betrekking tot het criterium, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 2°, kunnen de punten worden gescoord overeenkomstig de tabel die is opgenomen in de bij deze beleidsregel behorende bijlage 2.
Het maximum aantal punten dat op grond van het eerste lid kan worden gescoord bedraagt 100.
Met betrekking tot het criterium, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 3°, kunnen de punten worden gescoord overeenkomstig de tabel die is opgenomen in de bij deze beleidsregel behorende bijlage 3.
Het maximum aantal punten dat op grond van het eerste lid kan worden gescoord bedraagt 100.
De Beleidsregel advisering toelating vreemdelingen als zelfstandig ondernemer in Nederland wordt ingetrokken.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin hij is geplaatst.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel advisering toelating vreemdelingen als zelfstandig ondernemer in Nederland 2010.
Criterium | Punten | Controle | Opmerking | |
Opleiding (max. 35 punten) | PhD (Doctor) | 35 | Diploma als bewijs vereist. Opleiding dient erkend te zijn door IDW (Nuffic/Colo). | Geen directe relatie tussen opleiding en voor de onderneming benodigde kennis = max. 5 punten aftrek. |
Master | 30 | |||
Bachelor | 20 | |||
MBO-4 | 10 | |||
Ondernemerschapservaring (max. 35 punten) | 0–35 punten (t/m) Geen/minder punten – ervaring is niet relevant voor onderneming – marginale betrokkenheid in onderneming – ervaring < 1 jaar meer/max. punten – actief oprichter/eigenaar onderneming – lid directie(team) – > 10 werknemers – > 5 jaar ervaring | Ondernemers dienen schriftelijke bewijzen te overleggen (bijv. jaarrekeningen, bewijzen van rol in onderneming etc.). | Deze score kan lagere score op andere onderdelen compenseren. Hardheid bewijsmateriaal dient buiten twijfel te zijn voor een positieve score. Actief: niet alleen aandeelhouder/ financier. | |
Werkervaring (max. 10 punten) | Bachelor/academisch | Werkgever-referenties schriftelijk aantonen. | Hardheid bewijsmateriaal en daadwerkelijk niveau van functioneren dienen buiten twijfel te zijn. | |
1–<2 jaar | 1 | |||
2–<5 jaar | 5 | |||
≥ 5 jaar | 10 | |||
Seniorniveau | ||||
1–<2 jaar | 1 | |||
2–<5 jaar | 5 | |||
≥ 5 jaar | 10 | |||
Specialistische functie | ||||
1–<2 jaar | 1 | |||
2–<5 jaar | 5 | |||
≥ 5 jaar | 10 | |||
Inkomen (max. 10 punten) | Bruto inkomen over 12 maanden voorafgaand aan aanvraag: | Als bewijs kunnen dienen: – (loon)belastingaanslagen – jaarrekening – jaaropgave | Alleen inkomsten gerelateerd aan: activiteiten in CV | |
< € 12.000 | 0 | |||
€ 12.000–<€ 25.000 | 5 | |||
€ 25.000–< €45.000 | 7 | |||
≥ € 45.000 | 10 | |||
Ervaring met Nederland (max. 10 punten) | Ondernemerschap 0–4 – (handels)partners of opdrachtgevers uit NL Cultuur 0–2 – Taal NT2/4 Opleiding/ervaring 0–4 – In NL gevolgde opleiding (min. MBO 4) of proefschrift – Werkervaring als kenniswerker (min. MBO 4) | Alleen schriftelijke bewijzen. | Hardheid bewijsmateriaal dient buiten twijfel te zijn; NT2 niveau 4 of hoger / Europees referentiekader niveau B2 of hoger; Bij familiebezoek, inburgeringscursus of vakantie in Nederland geen punten |
Criterium | Punten | Controle | Opmerking | |
Marktpotentie (max. 25 punten) | Product/dienst: – kenmerken – toepassing – behoefte – unique selling points | 0–10 | Marktpotentie: Voor alle aspecten geldt: Zo veel mogelijk schriftelijk bewijs (patenten referenties enz.). Geraadpleegde bronnen dienen algemeen aanvaard en/of gerenommeerd te zijn. | Marktpotentie: Aannemelijk dient te worden gemaakt dat men een positie op de markt kan innemen en dat product/dienst tegen gewenste prijs ook verkocht kan worden met revenuen voor Nederland. |
Marktanalyse: – marktonderzoek – potentiële klanten – concurrenten – toetredingsbarrières – samenwerking – risico’s – marketing/promotie | 0–10 | |||
Prijs: Duidelijke prijsopbouw met alle kosten daarin verdisconteerd | 0–5 | Kostprijsberekening. | ||
Organisatie (max. 25 punten) | 0–25 punten (t/m) | Zo veel mogelijk schriftelijke bewijzen | Bij schriftelijke bewijzen meer punten dan bij ontbreken daarvan. | |
– Beoordeling of voorgestelde structuur, competenties, kennis en vaardigheden passend zijn voor product of dienst | 0–10 | |||
– De ondernemer kan extra punten krijgen voor sector overschrijdende en multidisciplinaire organisatie | 0–15 | |||
Financiering (max. 50 punten) | Solvabiliteit (verhouding eigen vermogen-totaal vermogen) | Voor alle aspecten: Zo veel mogelijk schriftelijk aantonen; documenten moeten zijn goed gekeurd door onafhankelijke deskundige (bijv. bij financiering door een Nederlandse bank). | Financiering: – Prognoses van minstens 3 jaar aanleveren. – Punt van aandacht is realiteit van onderliggende vooronderstellingen. – Revenuen voor de Nederlndse economie aantonen. – Indien al actief in Nederland: aanleveren van jaarrekeningen, BTW- en IB-aangiftes en- beschikkingen. NB!: indien financiering door een Nederlandse bank is verleend kan zonder verdere controle 50 punten worden gegeven. | |
Balanstotaal < € 5.000 Ook bij solvabiliteit van 100% | 0 | |||
Balanstotaal € 5.000 – € 25.000 | ||||
Solvabiliteit < 20% | 0 | |||
20%–< 35% | 1 | |||
35%–< 50% | 3 | |||
≥ 50% | 5 | |||
Balanstotaal € 25.000– € 50.000 Solvabiliteit < 20% | 0 | |||
20%–< 35% | 4 | |||
35%–< 50% | 9 | |||
≥ 50% | 13 | |||
Balanstotaal > € 50.000 Solvabiliteit < 20% | 0 | |||
20%–< 35% | 9 | |||
35%–< 50% | 16 | |||
≥ 50% | 20 | |||
Omzet < € 35.000 | 0 | |||
€ 35.000–< €100.000 | 5 | |||
€100.000–< €250.000 | 10 | |||
€250.000–< €500.000 | 15 | |||
≥ € 500.000 | 20 | |||
Liquiditeitsprognose (gunstige verwachting gedurende): | Aantonen dat de onderneming levensvatbaar is. | |||
het eerste jaar | 5 | |||
de eerste 2 jaren | 8 | |||
de eerste 3 jaren | 10 |
Criterium | Punten | Controle | Opmerking | |
Innovativiteit (max. 20 punten) | 0–20 punten (t/m) – Is product/dienst nieuw voor Nederlandse markt? – Is sprake van nieuwe technologie bij productie, distributie, marketing? – Is sprake van innovatieve organisatorische opzet en werkwijze? | Zo veel mogelijk schriftelijke bewijzen | Bij schriftelijke bewijzen meer punten dan bij ontbreken daarvan. | |
Arbeidscreatie (max. 40 punten) | Aantal arbeidsplaatsen (excl. aanvrager): | Aantal en aard van te realiseren arbeidsplaatsen moet blijken uit het ondernemingsplan, waarbij de realiteit van het plan op dit punt een rol speelt. | Binnen 1,5 jaar moeten de arbeidsplaatsen zijn gerealiseerd en de medewerkers ook daadwerkelijk in dienst zijn genomen. | |
0,5–< 2 fte | 10 | |||
2–< 5 fte | 20 | |||
5–< 10 fte | 30 | |||
≥ 10 fte | 40 | |||
Bij hoogwaardige arbeidsplaatsen (> € 45.000): | ||||
1–< 3 fte | 20 | |||
3–< 6 fte | 30 | |||
≥6 fte | 40 | |||
Investeringen (max. 40 punten) | Materiële en immateriële vaste activa: | Hoogte van de investeringen moet blijken uit onderne- mingsplan, waarbij de realiteit van het plan op dit punt een rol speelt. | De investeringen moeten binnen 1 jaar zijn gerealiseerd. | |
€ 0–< 5.000 | 0 | |||
€ 5–< 50.000 | 10 | |||
€ 50–< 100.000 | 20 | |||
€ 100–< 500.000 | 30 | |||
≥ € 500.000 | 40 | |||
Hoogopgeleide met gedegen ondernemingsplan | Indien de aanvrager op de onderdelen A en B reeds het minimum aantal punten van 90 heeft gehaald (voor A. minimaal 45 en voor B. minimaal 45), maar op onderdeel C de minimaal benodigde 30 punten niet haalt wordt onderdeel C op 30 punten gesteld. Aanvrager krijgt daarmee een positief advies. |