Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 1 december 2010, nr. DJZ/BR/0874-10, tot vaststelling van beleidsregels houdende algemene bepalingen voor subsidieverlening ten behoeve van activiteiten in het kader van ontwikkelingssamenwerking (Standaardkader ontwikkelingssamenwerking)Besluit vaststelling beleidsregels houdende algemene bepalingen voor subsidieverlening ten behoeve van activiteiten in het kader van ontwikkelingssamenwerking (Standaardkader ontwikkelingssamenwerking) De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

Gelet op artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 4.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Dit besluit wordt met de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,H.P.M.Knapen

Voor subsidieverlening op grond van artikel 4.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 gelden de algemene bepalingen, neergelegd in de bijlage bij dit besluit.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt en vervalt met ingang van 1 januari 2016, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Het onderhavige besluit bevat algemene bepalingen voor de subsidiëring van activiteiten van maatschappelijke organisaties1gericht op structurele armoedebestrijding in ontwikkelingslanden.2Het doel is tweeërlei. In de eerste plaats het bieden van een eenvormig kader waarbinnen flexibel kan worden ingespeeld op actuele wereldwijde ontwikkelingen en desgewenst een (extra) inzet op (nieuwe) beleidsprioriteiten mogelijk is. Ten tweede een stroomlijning van de verschillende (afzonderlijke) subsidieprogramma’s voor maatschappelijke organisaties door subsidieverstrekking in de toekomst zoveel mogelijk te laten plaatsvinden aan de hand van tenders die zijn opgesteld volgens de uitgangspunten en criteria van dit Standaardkader.3

Het kader steunt op artikel 4.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006. Dit artikel biedt een subsidiegrondslag voor activiteiten gericht op structurele armoedebestrijding in ontwikkelingslanden, additioneel aan subsidieverlening in het kader van het Medefinancieringsstelsel (MFS). Subsidie kan worden verleend voor activiteiten op het terrein van een of meer van de MFS-thema’s, daaronder begrepen activiteiten op het gebied van het onderzoek. Subsidie kan uitsluitend worden verleend met toepassing van de artikelen 6 en 7, tweede lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat wil zeggen op voet van een specifieke ‘subsidietender’.

Artikel 4.9 van de Subsidieregeling bevat een uitzondering op toepassing van het MFS en het Standaardkader voor subsidieverlening namens de minister door een Nederlandse vertegenwoordiging – deze uitzondering bestaat al voor het MFS – en voor subsidies die minder bedragen dan € 125.000. Voor dergelijke subsidies behoeft derhalve geen tender te worden uitgeschreven.

Het Standaardkader is een raamwerk waarbinnen op basis van beleidsinhoudelijke afwegingen afzonderlijke subsidietenders per thema, land of regio kunnen worden uitgeschreven. Nederlandse en internationale maatschappelijke organisaties kunnen in het kader van die subsidietenders aanvragen indienen en zullen onderling op kwaliteit moeten concurreren. De algemene beleidsregels van het Standaardkader zullen bij het uitschrijven van deze subsidietenders en bij de beoordeling van deze subsidieaanvragen steeds van toepassing zijn.

De minister beslist op welke prioriteiten getenderd zal worden. Met ingang van 2011 zullen op basis van de eerste tender activiteiten met toepassing van het Standaardkader gesubsidieerd worden.

Binnen het kader zijn vaste criteria geformuleerd waaraan aanvragers moeten voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie. Deze vaste criteria zullen steeds van toepassing zijn bij de beoordeling van subsidieaanvragen die worden ingediend in het kader van de nog uit te schrijven afzonderlijke subsidietenders per thema, land of regio binnen het standaard subsidiebeleidskader. Naast de vaste criteria van het Standaardkader kunnen per tender specifieke criteria worden vastgesteld.

De overkoepelende beleidsdoelstelling van het standaard subsidiebeleidskader is het leveren van een bijdrage aan structurele armoedebestrijding in ontwikkelingslanden.

Het Standaardkader past binnen de beleidsuitgangspunten voor de samenwerking van het ministerie van Buitenlandse Zaken met maatschappelijke organisaties wereldwijd, zoals geschetst in de beleidsnotitie Maatschappelijke Organisaties: Samenwerken, Maatwerk en Meerwaarde4van 14 april 2009.

Bij de modernisering van de samenwerking met maatschappelijke organisaties staat de wens centraal om te komen tot meer focus op structurele maatschappelijke veranderingen ten behoeve van ontwikkeling, het leveren van maatwerk, het bundelen van krachten, het verhogen van de effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking en het tegengaan van versnippering. Het doel is ook te komen tot een betere aansluiting bij lokale problemen, een duidelijker focus op de partnerlanden en een meer transparante verantwoording aan alle belanghebbenden. Maatschappelijke organisaties kunnen een grote strategische meerwaarde bieden en zijn interessante partners. Wanneer het gaat om activiteiten als internationale beleidsbeïnvloeding of het bevorderen van thema’s die internationaal gevoelig liggen is hierbij ook zeker een rol weggelegd voor mondiaal opererende maatschappelijke organisaties.

De kernbegrippen samenwerken, maatwerk en meerwaarde voorop staan hierbij voorop:

Subsidies die worden verstrekt in het kader van een tender onder het Standaardkader zijn bedoeld voor programma’s van zelfstandige Nederlandse en/of internationale5maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk met rechtspersoonlijkheid, die op resultaatgerichte wijze een bijdrage leveren aan structurele armoedebestrijding in ontwikkelingslanden.

Voor subsidie onder het Standaardkader komen niet in aanmerking:

Voor alle tenders binnen het Standaardkader gelden een aantal vaste criteria. Daartoe behoren een aantal criteria die per tender op een onderdeel nader gespecificeerd dienen te worden in beleidsregels. Daarnaast kunnen per tender nog aanvullende criteria worden geformuleerd.

Per tender zullen aanvragen worden beoordeeld volgens vooraf vastgestelde criteria. Deze criteria beslaan in elk geval onderstaande terreinen. Als een bepaald criterium voor een specifieke tender niet wenselijk wordt geacht, kan in die tender hiervan expliciet worden afgezien.

Onder het standaard subsidiebeleidskader zullen daarnaast per tender specifieke beleidsregels voor de aanvraag- en beoordelingsprocedure worden vastgesteld en gepubliceerd. De aanvragen zullen worden beoordeeld met inachtneming van de toepasselijke regelgeving en overeenkomstig de maatstaven die zijn neergelegd in deze beleidsregels en in de beleidsregels zoals vastgesteld voor de specifieke tender.