Ministeriële regeling · BWBR0034184

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de directeur-generaal van Rijkswaterstaat van 11 maart 2013, met kenmerk RWS/SDG-2013/12895, houdende verlening van mandaat, volmacht en machtiging (Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013)Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013De directeur-generaal Rijkswaterstaat,

Gelet op artikel 23, tweede en derde lid, van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Milieu 2012, respectievelijk artikel 3 van het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat en artikel 3, eerste en tweede lid, van het Besluit mandaat en machtiging directeur-generaal Rijkswaterstaat inzake erkenningen bodemkwaliteit;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de in dit besluit genoemde functionarissen.

Den Haag11 maart 2013De directeur-generaal Rijkswaterstaat,J.H.Dronkers

In dit besluit wordt onder Rijkswaterstaat Bestuursstaf, regionale en centrale organisatieonderdelen, programmadirecties en projectdirecties verstaan: organisatieonderdelen van het directoraat-generaal Rijkswaterstaat als bedoeld in artikel 2 van het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat 2013.

Aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat, de plaatsvervangend directeur-generaal en de chief financial officer blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het opstellen van circulaires die een verzoek, gericht tot een groep van personen of instanties buiten de rijksoverheid, om medewerking of inlichtingen bevatten.

De aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat verleende bevoegdheden worden, met inachtneming van de artikelen 3 en 12, eveneens gemandateerd aan de directeuren van de Rijkswaterstaat Bestuursstaf.

Vervallen

Ten aanzien van de in dit besluit verleende bevoegdheden gelden de in de bijlage bij dit besluit opgenomen voorbehouden en beperkingen.

Op verleende bevoegdheden in mandaat, volmacht en machtiging aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat of aan een andere functionaris binnen Rijkswaterstaat door een ander bestuursorgaan dan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, is dit besluit van overeenkomstige toepassing, tenzij betreffend besluit tot verlening van bevoegdheden in mandaat, volmacht en machtiging zelf in het onderwerp van dit besluit voorziet.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2013.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013.

In aanvulling op artikel 3 wordt, conform deze bijlage, het uitoefenen van de bevoegdheden voor bepaalde categorieën besluiten voorbehouden aan de bepaalde functionarissen en/of beperkt door de eis van voorafgaande instemming van een functionaris op een hoger niveau.