Ministeriële regeling · BWBR0044882

Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 27 februari 2021, nr. WJZ/20120093, tot vaststelling van een regeling voor de verstrekking van subsidie voor het lokaal en gezamenlijk opwekken van hernieuwbare elektriciteit (Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking)Subsidieregeling coöperatieve energieopwekkingDe Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies en artikel 77, tweede lid, onderdeel e, van de Elektriciteitswet 1998;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

‘s-Gravenhage27 februari 2021De Minister van Economische Zaken en Klimaat,B.van 't Wout

In deze regeling en voor zover van toepassing in de besluiten, bedoeld in de artikelen 2, derde lid, 4, derde lid, 5, eerste lid, 6, tweede lid, 8, derde lid, en 9, wordt verstaan onder:

De elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, bedraagt voor:

Indien de productie-installatie wordt aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting en deze productie-installatie wordt aangebracht op een locatie waarvoor op grond van deze regeling al subsidie is verstrekt voor een andere productie-installatie die is aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting, zijn beide productie-installaties met één en dezelfde kleinverbruikersaansluiting aangesloten op het elektriciteitsnet.

De productie-installatie is aangebracht in de bij beschikking tot subsidieverlening vastgestelde postcoderoos.

Bij een postcodewijziging door de daartoe bevoegde instantie blijven voor de toepassing van deze regeling de postcodegebieden gelden zoals deze golden op de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

De subsidieontvanger verleent tot en met vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

De minister verstrekt het eerste voorschot aan de subsidieontvanger niet eerder dan nadat deze een rekening voor garanties van oorsprong als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, heeft geopend.

De minister verstrekt geen voorschot indien de subsidieontvanger:

Wijzigt de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong.

Op beschikkingen tot subsidieverlening die zijn afgegeven op aanvragen voor subsidie die zijn ontvangen voor inwerkingtreding van het Besluit openstelling Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking 2024 is artikel 35, eerste en tweede lid, van toepassing zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 18 maart 2024, nr. WJZ/ 45392695, tot wijziging van de Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking in verband met de Algemene Groepsvrijstellingsverordening en overige wijzigingen (Stcrt. 2024, 8919).

Op beschikkingen tot subsidieverlening die zijn afgegeven op aanvragen voor subsidie die zijn ontvangen voor inwerkingtreding van het Besluit openstelling Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking 2026 zijn artikelen 7, eerste lid, onderdeel a, en 9, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van toepassing zoals die luidden voor 1 maart 2026.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking.