Wet · BWBR0047082

Wet vrachtwagenheffing

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 22 augustus 2022, houdende regels voor het in rekening brengen van een vrachtwagenheffing voor het rijden met een vrachtwagen op aangewezen wegvakken (Wet vrachtwagenheffing)Wet vrachtwagenheffingWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat om, mede gelet op Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtwagens (PbEG 1999, L 187) een vrachtwagenheffing in te voeren met het oog op een gelijk speelveld voor buitenlandse en Nederlandse houders van vrachtwagens, in verband daarmee de belasting zware motorrijtuigen af te schaffen, de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens te verlagen en gelden te bestemmen voor innovatie en verduurzaming van de vervoerssector;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage22 augustus 2022Willem-AlexanderDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J.Harbersde dertigste augustus 2022De Minister van Justitie en Veiligheid,D.Yeşilgöz-Zegerius

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Het door de houder te betalen bedrag van de vrachtwagenheffing per wegvak wordt berekend als volgt:

VWH = Tk x A

waarin:

VWH = het bedrag van de vrachtwagenheffing per wegvak;

Tk = het tarief per gereden kilometer in euro, bedoeld in artikel 5;

A = het aantal geregistreerde kilometers, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

Het bedrag van de vrachtwagenheffing wordt betaald zonder dat dit bij beschikking wordt vastgesteld.

Op de betalingsverplichting, bedoeld in de artikelen 8, tweede lid, en 9, derde lid, zijn de artikelen 4:88, derde lid, 4:94 en 4:94a en de afdelingen 4.4.2, 4.4.3 en 4.4.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Onze Minister scheldt de bestuurlijke boete in ieder geval kwijt als degene aan wie de boete is opgelegd bezwaar tegen de bestuurlijke boete maakt en:

Als bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld tegen de beschikking tot het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 15, eerste lid, en die beschikking is niet bekendgemaakt met toepassing van artikel 17, tweede lid, wordt de werking van die beschikking geschorst totdat die onherroepelijk is.

Het bezwaar en beroep tegen de beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete die is bekendgemaakt met toepassing van artikel 17, tweede lid, richt zich ook tegen de voorlopige maatregel, bedoeld in artikel 17, derde lid.

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Wijzigt de Invorderingswet 1990.

Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994.

Wijzigt de Wegenwet.

Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

Wijzigt de Wet overgang belastingheffing in euro’s.

Wijzigt de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie.

Onze Minister zendt telkens uiterlijk op het moment dat hij het in artikel 11 van Richtlijn 99/62/EG bedoelde verslag publiceert, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

De bepalingen gesteld bij of krachtens de Wet belasting zware motorrijtuigen, artikel 9, achtste lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990 en artikel 42, vierde lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 zoals zij luidden voor de inwerkingtreding van de artikelen 26, 27 en 29 blijven van toepassing voor zover een belastbaar feit als bedoeld in artikel 2 van de Wet belasting zware motorrijtuigen heeft plaatsgevonden op een tijdstip voordat artikel 29 in werking is getreden.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet vrachtwagenheffing.