Ministeriële regeling · BWBR0052748
Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten
Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;
Gelet op artikel 6 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, artikel 4 van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne en artikelen 2, eerste lid, onder f, en 3 van het Besluit regels verstrekken specifieke uitkeringen aan gemeenten of provincies voor activiteiten passend in het rijksbeleid (bouwen, wonen en woonomgeving);
Besluiten:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage25 juni 2026De Minister van Asiel en Migratie,G. van denBrinkDe Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,E.Boekholt-O'SullivanIn deze regeling wordt verstaan onder:
asielzoeker: een vreemdeling wiens vrijheid niet rechtens is ontnomen door wie of ten behoeve van wie een asielaanvraag is ingediend als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Rva 2005;
beddencapaciteit: het aantal plaatsen dat gerealiseerd wordt binnen een project, waaronder zowel plaatsen die geschikt zijn voor opvang als voor huisvesting worden begrepen, afhankelijk van de voorwaarden waar het project aan voldoet;
beveiligingskosten: de kosten die direct zijn toe te rekenen aan de beveiliging van het project;
bijzondere kosten: kosten die volgen uit de opvangtaak, die niet op een andere manier uit deze regeling of een voorliggende regeling vergoed kunnen worden;
business case: de toelichting en onderbouwing van het project, waaruit in ieder geval de capaciteit, beoogde doelgroep, de geraamde transitiekosten en exploitatiekosten blijkt, waaronder waar van toepassing de beveiligingskosten en cateringkosten;
cateringkosten: de kosten van catering die gemaakt worden indien het project niet beschikt over faciliteiten die vreemdelingen in staat stellen zelf hun maaltijden te verzorgen;
COA: het Centraal Orgaan opvang asielzoekers;
eigen bijdrage: de bedragen die aan een vreemdeling in een boekjaar in rekening worden gebracht op grond van de artikelen 7, vierde lid, en 8 van de RooO of artikel 20 en 22a van de Rva 2005;
exploitatiekosten: alle kosten die gemaakt worden voor het gebruik, onderhoud en beheer van een project, die rechtstreeks toegerekend kunnen worden aan dit project of meerdere projecten;
frictiekosten: kosten die verband houden met de beëindiging van het gebruik van de desbetreffende voorziening;
gebruiksvergoeding: de vergoeding die een vreemdeling uit hoofde van een gebruiksovereenkomst betaalt aan de gemeente voor kosten die samenhangen met het gebruik van de aan hem toegewezen woonruimte, niet zijnde de betaling van huur;
huisvestingsvoorziening: een voorziening waarin vreemdelingen die niet onder het toepassingsbereik van de Wet COA vallen geplaatst kunnen worden, en welke voldoet aan de voorwaarden gesteld in de Huisvestingswet 2014 en de woonfunctie uit het Besluit bouwwerken leefomgeving;
huur: het bedrag per maand dat bij huur van woonruimte, bedoeld in artikel 7:232 BW, is verschuldigd;
minister: de Minister van Asiel en Migratie, voor zover het projecten betreft die zien op opvangvoorzieningen, of de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, voor zover het projecten betreft die zien op huisvestingsvoorzieningen;
ministers: de Minister van Asiel en Migratie en de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening gezamenlijk, ieder voor zover het hen aangaat;
ontheemde: de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij onder de reikwijdte valt van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan, of een verlenging daarvan;
opvangvoorziening: een voorziening waarin, door of onder verantwoordelijkheid van het College van burgemeester en Wethouders van de gemeente, dan wel onder verantwoordelijkheid van het COA, opvang wordt geboden aan vreemdelingen die onder de Wet COA vallen en/of aan ontheemden. Een maatschappelijke opvangvoorziening in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 valt hier niet onder;
project: het realiseren van een opvang- of huisvestingsvoorziening waarvoor via deze regeling een uitkering wordt aangevraagd;
Rva 2005:Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005;
SiSa-verantwoording: het systeem van single information, single audit, zoals neergelegd in de regeling informatieverstrekking sisa;
Specifieke uitkering: een specifieke uitkering, als bedoeld in art. 15a van de Financiële-Verhoudingswet;
transitiekosten: de investering die een gemeente doet voor het geschikt maken of realiseren van een opvang- of huisvestingsvoorziening. De kosten van de vaste inrichting behoren tot de transitiekosten. Ook directe apparaatskosten die, in overeenstemming met artikel 63, derde lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, toegerekend kunnen worden aan de investering in de betreffende voorziening, behoren tot de transitiekosten. Ook verwachte afbouwkosten, om de locatie eventueel terug te brengen naar de oorspronkelijke functie, zijn transitiekosten;
uitvoeringskosten: de indirecte gemeentelijke apparaatskosten die een gemeente maakt voor processen die verband houden met het realiseren van een project en de kosten van educatieve of vrijetijdsactiviteiten;
vergoeding: geldbedrag dat een gemeente ontvangt per bed, per dag dat de plek werkelijk beschikbaar is voor vreemdelingen, ter bekostiging van de uitvoeringskosten;
verstrekkingen: de voorzieningen die een ontheemde ontvangt, zoals opgenomen in de RooO, en een vreemdeling die onder het toepassingsbereik van de Wet COA valt ontvangt, zoals opgenomen in de Rva 2005;
voorziening: een voorziening wordt gerealiseerd door middel van een project en kan zowel een opvangvoorziening als een huisvestingsvoorziening zijn, of een combinatie daarvan, afhankelijk van de voorwaarden waar de voorziening aan voldoet;
vreemdeling die niet onder de reikwijdte van de Wet COA valt: de vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid als bedoeld in artikel 3.13 Vb, of 28 van de Vreemdelingenwet 2000 is verleend en de vreemdeling wiens uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, vanaf het moment waarop burgemeester en wethouders zorg dragen voor de voorziening in de huisvesting, bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014;
vreemdeling die onder de reikwijdte van de Wet COA valt: een asielzoeker of een vergunninghouder voor wie burgemeester en wethouders nog geen zorg dragen voor de voorziening in huisvesting, bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014;
woonruimte: woonruimte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014.
De minister kan voor de realisatie van een project ten behoeve van opvang dan wel huisvesting een specifieke uitkering verstrekken aan gemeenten ter bekostiging van:
- a.
de transitiekosten;
- b.
de exploitatiekosten;
- c.
de uitvoeringskosten.
Indien een project ziet op zowel opvang- als huisvestingsvoorzieningen beslissen de Minister van Asiel en Migratie en de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening gezamenlijk en dient in deze regeling onder ‘minister’ telkens gelezen te worden ‘ministers’.
De minister kan een specifieke uitkering verstrekken ter bekostiging van gemaakte bijzondere kosten.
De minister kan een specifieke uitkering verstrekken ter bekostiging van de frictiekosten, bedoeld in artikel 7, derde lid, van deze regeling.
De minister kan een specifieke uitkering verstrekken ter bekostiging van de kosten van verstrekkingen aan ontheemden, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel, b en artikel 12, eerste tot en met vijfde lid, van de RooO.
Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 3 wordt afgewezen om redenen die niet aan de gemeente zijn toe te rekenen, kan de minister een uitkering verstrekken ter bekostiging van redelijke en aantoonbare voorbereidingskosten die direct verband houden met het afgewezen project.
De specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, het derde, vierde en het vijfde lid, wordt op aanvraag verstrekt aan de gemeente.
De aanvraag, bedoeld in artikel 2, zevende lid, dient met gebruikmaking van het door de Minister van Asiel en Migratie ter beschikking gestelde formulier te worden ingediend.
De aanvraag van de gemeente, bedoeld in artikel 2, zevende lid, bevat ten minste:
- a.
een omschrijving van het project: adres en aard van de opvang dan wel huisvesting;
- b.
de verwachte datum van ingebruikname;
- c.
de verwachte beschikbaarheidsduur van het project;
- d.
voor welke doelgroepen het project beschikbaar gesteld kan worden door de gemeente;
- e.
het aantal plekken dat bij de start van het project beschikbaar gesteld wordt voor opvang dan wel huisvesting en de verwachte samenstelling van de doelgroepen bij de aanvang van het project;
een business case, waaruit in ieder geval blijkt de capaciteit, beoogde doelgroep, de exploitatiekosten en waar van toepassing de transitiekosten om het beoogde project geschikt te maken voor opvang dan wel huisvesting.
Indien het wegens spoedeisend belang niet mogelijk is de aanvraag in te dienen voordat de kosten voor een project worden gemaakt, dient de gemeente zo spoedig mogelijk na aanvang van het project de aanvraag in. De aanvraag vermeldt de daadwerkelijke ingebruikname.
De minister kan een aanvraag geheel of gedeeltelijk afwijzen indien:
- a.
de kosten, de voorziening of de activiteiten naar verwachting niet zullen voldoen aan een of meerdere van de voorwaarden, genoemd in deze regeling;
- b.
de omvang van de kosten, bedoeld in artikel 2, niet in redelijke verhouding staat tot de periode van het gebruik van het project en het aantal toegezegde plekken gedurende deze periode;
- c.
er regionaal, dan wel landelijk, naar verwachting al voldoende capaciteit voor opvang of huisvesting beschikbaar is, of gerealiseerd zal worden;
- d.
de looptijd van het project de looptijd van de regeling overschrijdt.
- e.
de aanvraag ziet op een project ten behoeve van huisvesting in een bestaande sociale huurwoning, tenzij het onzelfstandige huisvesting betreft.
De minister kan, in afwijking van deze regeling, een aanvraag afwijzen wanneer daar gegronde redenen voor zijn, met overeenkomstige toepassing van artikel 4.35 van de Algemene wet bestuursrecht.
Indien een gemeente ontheemden wenst te plaatsen in een project, voldoet de daarvoor beschikbaar gestelde beddencapaciteit minimaal aan de voorwaarden gesteld in artikel 5 van de RooO.
Indien een gemeente vreemdelingen die onder de reikwijdte van de Wet COA vallen wenst te plaatsen in een project, voldoet de daarvoor beschikbaar gestelde beddencapaciteit minimaal aan de voorwaarden die volgen uit het Besluit Bouwwerken leefomgeving en de eventuele aanvullende eisen die gesteld worden vanuit het COA.
Indien een gemeente vreemdelingen die niet onder de reikwijdte van de Wet COA vallen, wenst te plaatsen in een project, is de daarvoor beschikbaar gestelde beddencapaciteit geschikt voor bewoning in een woonruimte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 en voldoet deze aan de voorwaarden uit het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Het college van burgemeester en wethouders bepaalt aan welke doelgroep(en) de beschikbare beddencapaciteit wordt toegewezen.
Wanneer de overeengekomen gebruiksduur van de voorziening verlopen is, kan het college van burgemeester en wethouders deze voorziening inzetten voor andere doelgroepen.
Indien er regionaal, dan wel landelijk, naar verwachting reeds voldoende capaciteit voor opvang of huisvesting beschikbaar is, of gerealiseerd zal worden, dan kan, onverminderd hetgeen bepaald in het vierde lid, gedurende de overeengekomen gebruiksduur beddencapaciteit die beschikbaar is gekomen vanwege doorstroming of uitplaatsing van de geplaatste vreemdelingen ook benut worden voor andere doelgroepen.
De specifieke uitkering wordt uitsluitend verstrekt voor beddencapaciteit die beschikbaar gesteld wordt voor vreemdelingen.
De gemeente bewaart bij het aanbieden van opvang of huisvesting zo veel mogelijk de eenheid van het gezin.
De gemeente houdt bij het plaatsen van vreemdelingen rekening met de bijzondere behoeften van kwetsbare personen. Hieronder worden in ieder geval verstaan: personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, personen met ernstige ziekten en personen met mentale stoornissen.
Wanneer een vreemdeling die niet onder de reikwijdte van de Wet COA valt wordt geplaatst in een huisvestingsvoorziening moet, in aanvulling op de voorwaarden die zijn neergelegd in deze regeling, aan de volgende voorwaarden voldaan zijn:
- a.
de vreemdeling verblijft in afwachting van huisvesting in een opvangvoorziening onder verantwoordelijkheid van het COA, of het college van burgemeester en wethouders, of in een voorziening waar vervolgopvang wordt geboden door of in opdracht van de rechtspersoon als bedoeld in artikel 1:302, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek;
- b.
de vreemdeling is door het COA gekoppeld aan de gemeente op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 dan wel aan een deelnemende gemeente in de regio;
De minister kan de periode waarvoor de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, wordt verstrekt, beëindigen indien de prognose of taakstelling voor de opvang of huisvesting van vreemdelingen daartoe aanleiding geeft.
Bij de beëindiging van het gebruik van de voorziening op basis van het eerste lid wordt een opzegtermijn van maximaal zes maanden in acht genomen, tenzij anders overeengekomen met de gemeente. Gedurende de opzegtermijn wordt de verstrekking van de reeds overeengekomen uitkering voortgezet, tenzij anders overeengekomen met de gemeente.
De minister kan op aanvraag, in aanvulling op de verstrekking van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, een specifieke uitkering verstrekken ter bekostiging van de frictiekosten.
Gemeenten ontvangen ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b, het derde lid en het vijfde lid een vergoeding van de werkelijk gemaakte kosten.
Gemeenten ontvangen ter bekostiging van de uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c, een vergoeding van € 11,– per plek voor een ontheemde, of vreemdeling die onder de reikwijdte van de Wet COA valt. Vergoeding vindt hierbij plaats op basis van beschikbare beddencapaciteit, vanaf de dag dat de beddencapaciteit daadwerkelijk beschikbaar is.
Gemeenten ontvangen ter bekostiging van de uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c, een vergoeding van € 11,– per plek voor een vreemdeling die niet onder de reikwijdte van de Wet COA valt. De vergoeding gaat in op de dag van plaatsing van deze vreemdeling die onder de reikwijdte van de Wet COA valt in het project en wordt voor maximaal twee jaar per vreemdeling die niet onder de reikwijdte van de Wet COA valt verstrekt.
Indien de werkelijk gemaakte kosten van het project, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, de toegekende specifieke uitkering met minder dan 10% overschrijden worden deze kosten alsnog vergoed.
Indien de werkelijk gemaakte kosten van het project, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, de toegekende specifieke uitkering met meer dan 10% overschrijden, en de gemeente deze kosten via deze regeling wil bekostigen, dient de gemeente een aanvullende aanvraag in voor het gedeelte dat hoger is dan het verleende bedrag en de overschrijding van 10%. De afwijzingsgronden, genoemd in artikel 4, zijn van overeenkomstige toepassing op deze aanvraag.
De vergoeding, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt jaarlijks geïndexeerd met de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde prijsloonindex, vanaf 1 januari 2027. Indien wijzigingen daar aanleiding toe geven, kan de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, incidenteel herzien worden.
Op de hoogte van de specifieke uitkering worden in mindering gebracht de baten van het betreffende verantwoordingsjaar van de eigen bijdragen, gebruiksvergoedingen of huur, die door bewoners aan de gemeente worden betaald voor de geboden opvang of huisvesting in het project.
De minister verstrekt een voorschot van maximaal 100% van de op aanvraag toegekende kosten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b, van het bestedingsjaar waarin de aanvraag is gedaan.
De minister verstrekt op aanvraag een voorschot aan gemeenten van maximaal 100% van de geschatte bestedingen in het betreffende kalenderjaar voor de verwachte plekken in projecten ten behoeve van opvang dan wel huisvesting die bekostigd worden via deze regeling. Het voorschot betreft de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, c en het derde, vierde en vijfde lid van deze regeling.
Op het voorschot, bedoeld in het tweede lid, worden in mindering gebracht de verwachte baten van het betreffende verantwoordingsjaar van de eigen bijdragen, gebruiksvergoedingen of huur die door bewoners aan de gemeente worden betaald voor de geboden opvang of huisvesting in het project.
De aanvraag voor een voorschot, bedoeld in het tweede lid, kan de gemeente voor 1 november van het betreffende kalenderjaar indienen bij de minister.
In afwijking van het vierde lid kan de minister een aanvraag voor een voorschot dat is ingediend na 1 november van het betreffende boekjaar, maar vóór 31 december van het betreffende boekjaar in behandeling nemen, indien er sprake is van:
- a.
een onverwacht hoge toestroom van ontheemden en vreemdelingen die onder de reikwijdte van de Wet COA vallen na 1 november van het betreffende kalenderjaar;
- b.
een stagnatie of afname van het aantal beschikbare plekken ten opzichte van het aantal vreemdelingen dat een plek nodig heeft;
- c.
een onvoorziene omstandigheid waardoor de gemeente een aanvraag voor een voorschot niet voor 1 november heeft kunnen indienen; of
- d.
een aantoonbare reden waarom de kosten door de gemeente niet konden worden voorzien.
De gemeenten leggen uiterlijk 15 juli van het jaar dat volgt op het jaar van besteding verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering via de Sisa-verantwoording.
Gemeenten moeten de beschikbare en vrije capaciteit, waarvoor via deze regeling rijksmiddelen ter beschikking zijn gesteld, registreren en melden bij een daartoe aangewezen landelijke of regionale autoriteit.
De minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar van besteding vast.
De minister kan de specifieke uitkering lager vaststellen, indien:
- a.
de verantwoordingsinformatie onjuist, onvolledig, te laat, of niet is verstrekt;
- b.
de uitkering niet rechtmatig is besteed;
- c.
de rechtmatigheid of de juistheid van de besteding volgens de controlerende accountant onzeker is;
- d.
het project minder lang als zodanig is ingezet dan waarvoor de specifieke uitkering is verleend.
De verstrekte specifieke uitkering kan worden teruggevorderd voor het deel dat blijkens de verantwoordingsinformatie niet of niet rechtmatig is uitgegeven.
Onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd, voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de uitkering wordt vastgesteld is bekendgemaakt, nog geen vijf jaren zijn verstreken.
De aanvragen die reeds goedgekeurd of bekostigd zijn op basis van de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne worden gestand gedaan en kunnen vanaf 1 juli 2026 bekostigd worden via deze regeling. Gemeenten die per 1 juli 2026 onder deze regeling willen verantwoorden, dienen hiertoe uiterlijk op 1 november 2026 een schriftelijk verzoek bij de Minister van Asiel en Migratie in.
- a.
Voor aanvragen die vóór 1 juli 2026 goedgekeurd zijn wordt geen nieuwe aanvraag ingediend.
- b.
Voor de verlenging van een voor 1 juli 2026 reeds bestaande voorziening wordt geen nieuwe aanvraag ingediend.
- c.
Voor voorzieningen waarvoor transitiekosten zijn goedgekeurd voor 1 juli 2026 maar in gebruik genomen worden vanaf 1 juli 2026 worden geen nieuwe aanvragen ingediend.
- d.
Voorschotten voor transitiekosten die zijn goedgekeurd met een bestedingsjaar na 2026, worden betaald conform het bestedingsjaar vermeld in de toekenningsbeschikking.
De aanvragen die reeds goedgekeurd of bekostigd zijn op basis van de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne worden gestand gedaan en worden vanaf 1 januari 2027 bekostigd via deze regeling.
- a.
Voor aanvragen die vóór 1 januari 2027 goedgekeurd zijn wordt geen nieuwe aanvraag ingediend.
- b.
Voor de verlenging van een voor 1 januari 2027 reeds bestaande voorziening wordt geen nieuwe aanvraag ingediend.
- c.
Voor voorzieningen waarvoor transitiekosten zijn goedgekeurd voor 1 januari 2027 maar in gebruik genomen worden vanaf 1 januari 2027 worden geen nieuwe aanvragen ingediend.
- d.
Voorschotten voor transitiekosten die zijn goedgekeurd met een bestedingsjaar na 2027, worden betaald conform het bestedingsjaar vermeld in de toekenningsbeschikking.
Bestaande bestuursovereenkomsten met het COA die zijn afgesloten voor 1 juli 2026 blijven van toepassing, tenzij de gemeente met het COA anders overeenkomt.
De Bekostigingsregeling huisvesting vergunninghouders in doorstroomlocaties wordt ingetrokken op 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor 1 januari 2027 zijn toegekend.
De Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne wordt ingetrokken op 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor 1 januari 2027 zijn toegekend.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.
Deze regeling vervalt met ingang van 4 maart 2030.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten.