U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2002.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 11 mei 1950, tot vaststelling van zekere waarborgen jegens bepaalde groepen burgerlijke overheidsdienaren en gewezen burgerlijke overheidsdienaren van Indonesië en hun nagelaten betrekkingenGarantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel IndonesiëWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is met het oog op de overgang naar een nieuwe rechtsorde zekere waarborgen van het Rijk jegens bepaalde groepen burgerlijke overheidsdienaren en gewezen burgerlijke overheidsdienaren van Indonesië en hun nagelaten betrekkingen bij de wet vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk11 Mei 1950JULIANA.De Minister-President,W. DREES.De Minister voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen,J. H. VAN MAARSEVEEN.De Minister zonder Portefeuille,GÖTZEN.De Minister van Financiën,P. LIEFTINCK.De Minister van Sociale Zaken,A. M. JOEKES.de tweede Juni 1950.De Minister van Justitie a.i.,J. H. VAN MAARSEVEEN.

Voor de toepassing van het bij deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

Met inachtneming van het bepaalde in de volgende artikelen garandeert het Rijk aan de gewezen overheidsdienaren de voldoening van alle rechten en aanspraken, welke hun op grond van het hun verleende ontslag volgens de ten tijde van dat ontslag van kracht zijnde regelingen toekomen, met dien verstande, dat de garantie voor hen, die op of nà 5 Augustus 1949 zijn of zullen zijn ontslagen, de voldoening van alle rechten en aanspraken omvat, welke hun op grond van het hun verleende ontslag bij toepassing van de terzake op 5 Augustus 1949 van kracht zijnde regelingen toekomen.

Onverminderd de verplichting tot toekenning en voldoening van weduwenpensioenen en wezenonderstanden, waartoe het Rijk uit anderen hoofde rechtstreeks gehouden is, garandeert het Rijk aan de nagelaten betrekkingen, behoudens en met inachtneming van het bepaalde in de volgende artikelen, de voldoening van alle rechten en aanspraken, welke hun volgens de ten tijde van het overlijden van kracht zijnde regelingen toekomen, met dien verstande, dat de garantie voor de nagelaten betrekkingen van hem, die na 5 Augustus 1949 is of zal zijn overleden, de voldoening van alle rechten en aanspraken omvat, welke hun bij toepassing van de terzake op 5 Augustus 1949 van kracht zijnde regelingen toekomen.

In de gevallen, waarin in de op 5 Augustus 1949 van kracht zijnde regelingen aan de Kroon of aan de Gouverneur-Generaal de bevoegdheid was voorbehouden om ter aanvulling of in afwijking van die regelingen beslissingen te nemen of bijzondere voorzieningen te treffen, worden deze bevoegdheden, behoudens het bepaalde in artikel 4a, lid 5, voor de toepassing van deze wet uitgeoefend door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën.

Door Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en van Sociale Zaken en Volksgezondheid in bijzondere gevallen worden bepaald, dat de garanties uit hoofde van of krachtens deze wet blijven gelden bij verandering van nationaliteit.

Voor gevallen, waarin deze wet of de afvloeiingsvoorwaarden niet of niet naar billijkheid voorzien, kunnen door Ons op voordracht van Onze Ministers ten behoeve van de overheidsdienaren, gewezen overheidsdienaren en nagelaten betrekkingen aanvullende garanties van het Rijk worden vastgesteld.

De garanties strekken zich niet uit over het recht op kindertoelage voor kinderen, voor wie aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet, de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden, of de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 10 van laatstgenoemde wet, terwijl de kindertoelage voor die kinderen voor de berekening van de in het tweede lid van artikel 4c bedoelde duurtetoeslag buiten aanmerking wordt gelaten.

Tenzij bij of krachtens deze wet uitdrukkelijk anders is bepaald, worden de ter uitvoering van deze wet te nemen beslissingen genomen door Onze Minister.

Vervallen

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag, volgende op die van haar afkondiging. Zij kan worden aangehaald als "Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië".