Wet · BWBR0002066

Huurwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 13 oktober 1950, houdende regelen nopens de huurprijzen van onroerend goed en de bescherming van de huurdersHuurwetWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regelen te stellen nopens de huurprijzen van onroerend goed en de bescherming van de huurders;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk13 October 1950JULIANA.De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting,IN 'T VELD.De Minister van Economische Zaken,VAN DEN BRINK.De Minister van Justitie,Struycken.De Minister van Financiën,P. Lieftinck.de een en dertigste October 1950.De Minister van Justitie,Struycken.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor categorieën van gebouwde onroerende zaken, alsmede voor bepaalde gebouwde onroerende zaken, welke naar Ons oordeel om bijzondere redenen een afwijkende regeling behoeven, andere huurprijzen worden vastgesteld dan die, welke voortvloeien uit het bepaalde in artikel 3.

De huurprijs van een gedeelte van een gebouwde onroerende zaak, welk gedeelte niet een zelfstandige woning of zelfstandige bedrijfsruimte vormt, is die, welke tot de huurprijs van de gebouwde onroerende zaak in dezelfde verhouding staat als het gebruiksgenot van het gedeelte tot het gebruiksgenot van het geheel.

Indien een gedeelte van een woning of van een bedrijfsruimte is verhuurd, terwijl de verhuurder zelf een gedeelte blijft bewonen of voor de uitoefening van zijn bedrijf blijft bezigen, is de huurprijs die, voortvloeiende uit het bepaalde in de voorgaande artikelen, vermeerderd met 20%.

Vervallen

Vervallen

Indien de rechter de huurder machtigt bepaalde onderhoudswerken of reparatiën ten koste van de verhuurder uit te voeren, kan hij tevens bepalen, tot welk bedrag de huurder de gemaakte kosten met de huurprijs kan verrekenen.

De tweede paragraaf van de twaalfde afdeling van de tweede titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de rechter de kosten geheel of ten dele kan compenseren.

De toepasselijkheid van de bepalingen van deze wet kan niet bij overeenkomst worden uitgesloten of beperkt.

De navolgende voorschriften vervallen:

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

De navolgende voorschriften worden ingetrokken: