U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 08-03-2006.

Wet · BWBR0002267

Luchtvaartwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 15 januari 1958, houdende nieuwe regelen omtrent de luchtvaart LuchtvaartwetWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regelen omtrent de luchtvaart te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 15 januari 1958 JULIANA. De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. ALGERA. De Minister van Oorlog en van Marine, C. STAF. De Minister van Justitie, SAMKALDEN. De Minister van Financiën, HOFSTRA. de zevende februari 1958. De Minister van Justitie a.i., W. DREES.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt mede verstaan onder

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Ten aanzien van het in luchtwaardige toestand houden van Nederlandse luchtvaartuigen worden de bewijzen van bevoegdheid afgegeven, geschorst of ingetrokken door Onze Minister en wel, voor wat burgerluchtvaartuigen betreft, naar regelen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Voorts kan Onze Minister bewijzen van gelijkstelling van buitenlandse bewijzen van bevoegdheid afgeven, schorsen en intrekken, naar regelen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor zover bij internationale overeenkomst niet anders is bepaald mag vervoer met luchtvaartuigen in, naar of uit Nederland, of met Nederland als tussenstation, slechts geschieden door luchtvaartmaatschappijen aan wie daartoe door Onze Minister vergunning is verleend.

Bij ministeriële regeling kunnen bepaalde soorten van vervoer worden uitgezonderd van de in artikel 16 vervatte verplichting.

Voor iedere grenswaarde die krachtens artikel 25, eerste en vierde lid, ten aanzien van een luchtvaartterrein wordt vastgesteld, wordt bij de aanwijzing van dat luchtvaartterrein een geluidszone rond dat terrein vastgesteld, waarbuiten de geluidsbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen de grenswaarde niet mag overschrijden.

Bij de aanwijzing van het luchtvaartterrein worden ten aanzien van iedere definitieve en tijdelijke geluidszone geluidscontouren vastgesteld, behorende bij de maximale waarden, bedoeld in artikel 25, derde lid.

De artikelen 25, 25a, 25b, 25c en 25d zijn niet van toepassing indien in de aanwijzing van het luchtvaartterrein het gebruik daarvan door van een voortstuwingsinstallatie voorziene luchtvaartuigen wordt uitgesloten.

Indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of banen, van een ongeval of van een ander bijzonder voorval sprake is van langdurige afwijking van het voorgeschreven gebruik van het luchtvaartterrein, waardoor de geluidszone voor de grenswaarde bedoeld in artikel 25, eerste lid, of artikel 25, vierde lid, eenmalig overschreden zal worden, kan door Onze Minister ontheffing worden verleend van het verbod bedoeld in artikel 25a.

Alle gegevens, welke ingevolge de artikelen 20, eerste lid, onder d, en 25g zijn verzameld met betrekking tot de geluidsbelasting, zijn openbaar, tenzij het belang van de veiligheid van de Staat zich daartegen verzet.

Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een regeling vast inzake geluidwerende voorzieningen ten aanzien van aanwezige woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, welke bij de uitvoering van de in overeenstemming met de aanwijzingen, bedoeld in artikel 26a, eerste lid, gebrachte bestemmingsplannen niet behoeven te worden afgebroken, of waarvan het gebruik of de bewoning niet behoeft te worden beëindigd, binnen:

De regeling inzake geluidwerende voorzieningen is voor wat betreft de voorschriften die samenhangen met de gestelde grenswaarde voor structureel uitgevoerd nachtelijk vliegverkeer van toepassing op aanwezige woningen en gezondheidszorggebouwen.

Vooruitlopend op de vaststelling van een geluidszone voor de in artikel 25, eerste lid, onder a, bedoelde grenswaarde en op de vaststelling van een geluidszone voor de grenswaarde voor structureel uitgevoerd nachtelijk vliegverkeer kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen in het gebied dat naar verwachting deel zal uitmaken van een definitieve of tijdelijke zone, maatregelen nemen ter beperking van geluidhinder door luchtvaartuigen. De in artikel 26b bedoelde regeling is van overeenkomstige toepassing.

De geldelijke steun, bedoeld in artikel 26a, derde lid, en de kosten verbonden aan de uitvoering van de regeling, bedoeld in artikel 26b, en de kosten verbonden aan de toepassing van artikel 26c komen ten laste van het Rijk, met dien verstande dat door de eigenaar of houder van een burgerluchtvaartuig ter zake van het landen met dat luchtvaartuig op een luchtvaartterrein dan wel door de luchtpassagier die van enigerlei luchthaven gebruik maakt een vergoeding verschuldigd is aan de Staat ter bestrijding van die geldelijke steun en vorenbedoelde kosten.

De exploitant van een uitsluitend of mede voor het openbare burgerlijke luchtverkeer aangewezen luchtvaartterrein is, met inachtneming van de bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen, verplicht dit luchtverkeer op het luchtvaartterrein toe te laten.

Het is verboden voor het in artikel 36 bedoelde gebruik andere tarieven te heffen, dan de ingevolge dat artikel door Ons goedgekeurde tarieven.

Onze Minister van Justitie is belast met de beveiliging van de burgerluchtvaart. De exploitant van een luchtvaartterrein, een luchtvaartmaatschappij en een persoon als bedoeld in artikel 37p, eerste lid, zijn gehouden te voldoen aan door Onze Minister van Justitie of namens deze door de Commandant van de Koninklijke marechaussee gegeven aanwijzingen inzake de nakoming van een verplichting die op hen rust ingevolge de artikelen 37b, zesde lid, 37f, 37g, 37h, 37hb, 37hd, 37k, 37l, 37n of 37r.

De exploitant van een luchtvaartterrein richt de luchthaven zodanig in, en treft zodanige voorzieningen dat:

Een lid van het beveiligingspersoneel belast met de controle, dat daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijze moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

De exploitant van een luchtvaartterrein doet:

De personen die aan boord gaan van een luchtvaartuig, zijn verplicht:

De bepalingen in deze paragraaf laten onverlet dat de exploitant van een luchtvaartterrein op verzoek van een luchtvaartmaatschappij of een buitenlandse overheid een verdergaande controle kan uitvoeren, indien dit in de vervoersovereenkomst tussen de passagier en de luchtvaartmaatschappij wordt bepaald.

Vervallen.

De geregistreerde, bedoeld in artikel 37p, doet vracht afkomstig van een niet-geregistreerde, controleren op de aanwezigheid van gevaarlijke goederen. De artikelen 37f, derde lid, en 37j tot en met 37o zijn van overeenkomstige toepassing.

In verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 37p, eerste lid, kan de Commandant van de Koninklijke marechaussee onderzoek doen naar de betrouwbaarheid van de geregistreerde personen, bedoeld in artikel 37p. Hij kan daartoe inlichtingen en inzage van zakelijke gegevens en bescheiden vragen alsmede kopieën daarvan maken, alsmede politieregisters raadplegen overeenkomstig artikel 15, eerste lid, onderdeel d, van de Wet politieregisters.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij en krachtens deze afdeling is belast de Commandant van de Koninklijke marechaussee. Onze Minister van Justitie kan daartoe aanwijzingen geven.

Een verbod, als bedoeld in artikel 38, treft niet:

Onze Minister kan een verzoek, als bedoeld in artikel 40, onmiddellijk afwijzen; de artikelen 42-45 blijven in dat geval buiten toepassing.

Vervallen

Vervallen

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

Overtreding van een van de artikelen 15 of 65 wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Het is degene, die weet, of redelijkerwijze moet weten, dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen is ontzegd, verboden, gedurende de tijd, dat hem die bevoegdheid ontzegd is, een luchtvaartuig te bedienen.

Hij, die een handeling verricht met het oogmerk de uitoefening van de bevoegdheden vermeld in de artikelen 58 tot en met 61 te belemmeren, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Vervallen

De feiten strafbaar gesteld bij de artikelen 63, 66 en 68 zijn misdrijven.

De feiten strafbaar gesteld bij de artikelen 62 en 67 zijn overtredingen.

Als personen met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de bij artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast:

Onverminderd artikel 37h is Onze Minister bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.

Vervallen

Ieder is verplicht aan de krachtens artikel 73 aangewezen ambtenaren desgevraagd alle medewerking te verlenen en alle inlichtingen te verstrekken, die zij redelijkerwijs bij de uitvoering van de hun op grond van deze wet opgedragen taak behoeven.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Op de eerste vordering van de in artikel 71 bedoelde personen zijn de gezagvoerder en de overige leden van de bemanning van een luchtvaartuig verplicht de bij of krachtens deze wet vereiste bescheiden behoorlijk ter inzage af te geven.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip; Wij kunnen Ons voorbehouden een ander tijdstip vast te stellen, waarop artikel 56 in werking treedt.

Deze wet kan worden aangehaald als "Luchtvaartwet".