U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2001.

Regeling · BWBR0002326

Rijkswachtgeldbesluit 1959

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 31 augustus 1959, houdende vaststelling van een nieuwe regeling tot toekenning van wachtgeld bij ontslag aan burgerlijke RijksambtenarenRijkswachtgeldbesluit 1959Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 17 juli 1959, nummer A 592/U 2395, Hoofdafdeling Overheidspersoneelszaken, Afdeling Algemene en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 125, eerste lid van de Ambtenarenwet 1929;

De Raad van State gehoord (advies van 11 augustus 1959 nummer 21);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken a.i., van 26 augustus 1959, nummer A 592/2756, Hoofdafdeling Overheidspersoneelszaken, Afdeling Algemene en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

Soestdijk31 augustus 1959JULIANA.De Minister van Binnenlandse Zaken,E. H. TOXOPEUS.de vijftiende september 1959.De Minister van Justitie,A. C. W. BEERMAN.

In dit besluit wordt verstaan onder:

Onze Minister kan bepalen, dat inkomsten, welke zijn genoten uit hoofde van overwerk, bij wijze van gratificatie, terzake van een vrijwillige verbintenis bij het Korps Nationale Reserve, als vrijwillige ambtenaar bij de politie, of bij andere door Onze Minister aan te wijzen reserve-organen, geheel of ten dele niet worden aangemerkt als inkomsten.

Indien de betrokkene ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, kan hij door Onze Minister worden verplicht zich geneeskundig te doen onderzoeken.

Vervallen

Op aanvraag van de betrokkene kan het recht op wachtgeld geheel of ten dele worden afgekocht.

Aan de betrokkene aan wie wachtgeld is toegekend, die elders arbeid of bedrijf ter hand gaat nemen, kan ter zake van de kosten, die voor hem aan een daartoe nodige verhuizing zijn verbonden, een tegemoetkoming worden toegekend tot ten hoogste het bedrag van een vergoeding volgens de normen van het Verplaatsingskostenbesluit 1989.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De Algemene Termijnenwet (Stb. 1964, 314) is niet van toepassing op de termijnen gesteld in artikel 6, eerste en tweede lid, artikel 6a, tweede lid, artikel 6b, derde tot en met zesde lid, artikel 7, eerste lid, en artikel 19, tweede lid.