U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2006.

Wet · BWBR0002368

Algemene Kinderbijslagwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 26 april 1962, tot vaststelling van een algemene kinderbijslagverzekering Algemene KinderbijslagwetWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen vast te stellen inzake een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte kinderbijslagverzekering;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 26 april 1962 JULIANA. De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, G. M. J. VELDKAMP. De Staatssecretaris van Financiën, VAN DEN BERGE. De Minister van Binnenlandse Zaken a.i., A. C. W. BEERMAN. de vierentwintigste mei 1962. De Minister van Justitie, A. C. W. BEERMAN.

Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt verstaan onder:

Ingezetene in de zin van deze wet is degene, die in Nederland woont.

Vervallen

Vervallen

Bij een besluit ingevolge de artikelen 14, vierde lid, en 21 is mede belanghebbende het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.

Vervallen

Zo nodig in afwijking van artikel 6 en de daarop berustende bepalingen:

De persoon die tot op de dag voor inwerkingtreding van de wet van (datum) tot wijziging van enige socialeverzekeringswetten in verband met de beëindiging van de verzekeringsplicht van in het buitenland wonende uitkeringsgerechtigden voortgezet verzekerd was op grond van artikel 27, eerste lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, zoals dat artikellid op die dag luidde, en op die dag nog recht op kinderbijslag had, behoudt recht op kinderbijslag, zolang het jongste kind voor wie de betrokkene voor die dag recht had op kinderbijslag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. Dit recht op kinderbijslag eindigt, indien hij buiten Nederland arbeid verricht, een uitkering ontvangt krachtens een buitenlandse wettelijke regeling of op grond van deze wet geen recht op kinderbijslag meer bestaat.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen:

Voor de toepassing van het bepaalde bij en krachtens de artikelen 7, 8 en 9 worden voor het bepalen van de mate waarin een kind door de verzekerde wordt onderhouden, bijdragen in het onderhoud van dat kind, geleverd door:

Vervallen

Vervallen

In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de boete is vastgesteld ook ten nadele van de verzekerde, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, wijzigen.

De Sociale verzekeringsbank schort de betaling van de kinderbijslag op of schorst de betaling, indien zij op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft, dat:

Indien voor hetzelfde kind kinderbijslag kan worden betaald ingevolge deze wet en ingevolge een rechtens geldende regeling, bestaande in een ander land, of ingevolge een regeling van een volkenrechtelijke organisatie, kunnen bij ministeriële regeling nadere en zonodig afwijkende regels worden gesteld ter voorkoming van dubbele kinderbijslag.

De Sociale verzekeringsbank is bevoegd, voor zover nodig na ingewonnen advies van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen de kinderbijslag voor een kind te betalen aan een ander dan de rechthebbende.

De kinderbijslag die niet in ontvangst is genomen of is ingevorderd binnen drie maanden na de dag van betaalbaarstelling, wordt niet meer betaald. De Sociale verzekeringsbank is bevoegd in bijzondere gevallen ten gunste van degene aan wie de kinderbijslag wordt betaald af te wijken van de in de eerste volzin genoemde drie maanden.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 24, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, en 24a.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In afwijking van artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door de Sociale verzekeringsbank gestelde redelijke termijn, verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord.

In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de Sociale verzekeringsbank binnen dertien weken na ontvangst van het bezwaarschrift.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Overtreding van bepalingen van een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. Het feit wordt beschouwd als een overtreding.

Vervallen

Vervallen

Het recht tot strafvordering vervalt indien de Sociale verzekeringsbank aan de belanghebbende ter zake van hetzelfde feit reeds een boete heeft opgelegd.

Vervallen

Hetgeen nog ter uitvoering van deze wet nodig is, wordt geregeld bij ministeriële regeling.

Vervallen

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: "Algemene Kinderbijslagwet".

De artikelen van deze wet treden in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.