U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2013.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 29 mei 1963, houdende nadere maatregelen ten aanzien van een Indonesisch pensioen in verband met de samenloop met pensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet of pensioen of uitkering krachtens de Algemene Weduwen- en Wezenwet Samenloopregeling Indonesische pensioenen 1960Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nadere maatregelen te stellen ten aanzien van een Indonesisch pensioen in verband met de samenloop met een pensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet of een pensioen of uitkering krachtens de Algemene Weduwen- en Wezenwet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 29 mei 1963 JULIANA. De Minister van Buitenlandse Zaken a.i., J. DE QUAY. De Minister van Binnenlandse Zaken, E. H. TOXOPEUS. De Minister van Financiën a.i., J. W. DE POUS. de dertigste mei 1963. De Minister van Justitie, A. C. W. BEERMAN.

In deze wet wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van deze wet wordt onder het algemeen ouderdomspensioen van een gewezen overheidsdienaar die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, reeds heeft bereikt mede begrepen het algemeen ouderdomspensioen waarop zijn echtgenoot recht heeft, tenzij het echtpaar duurzaam gescheiden leeft.

Voor de toepassing van de artikelen 3 en 4 geldt het volgende.

In deze wet wordt verstaan onder:

De wezenonderstand, waarop twee of meer volle wezen aanspraak hebben, wordt, indien de wezenonderstand als een eenheid is toegekend, voor de toepassing van deze wet geacht aan ieder van genoemde wezen te zijn toegekend tot een bedrag, gelijk aan die wezenonderstand gedeeld door hun aantal.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Ingeval van toepassing van artikel 30, tweede lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet, zoals dat luidde voor 1 juli 1962, wordt bij de beperking krachtens deze wet van de uitbetaling van de wezenonderstand uitgegaan van het ingevolge eerstgenoemde wetsbepaling verminderde bedrag aan algemeen wezenpensioen.

De beperking bedraagt, gerekend van 1 januari 1963 af, ten hoogste 80 ten honderd van de algemene nabestaandenuitkering, de algemene halfwezenuitkering onderscheidenlijk de algemene wezenuitkering.

Vervallen

Ten aanzien van gevallen, waarin uit hoofde van aanspraak op algemene nabestaandenuitkering, algemene halfwezenuitkering, of algemene wezenuitkering mede beperking plaats vindt van enige andere weduwen- of wezenpensioenuitkering is het bepaalde in artikel 5a van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Vervallen

De bepalingen van deze wet blijven buiten toepassing ten aanzien van degenen, die op grond van gemoedsbezwaren hun aanspraak op algemene nabestaandenuitkering, algemene halfwezenuitkering, of algemene wezenuitkering niet geldig maken.

Indien een algemeen ouderdomspensioen, een algemene nabestaandenuitkering, een algemene halfwezenuitkering, of een algemene wezenuitkering wordt toegekend of herzien over een tijdvak waarover reeds een pensioen, een weduwenpensioen of een wezenonderstand werd uitbetaald, kan de Sociale verzekeringsbank hetgeen teveel werd genoten ten behoeve van het lichaam dat laatstgenoemde uitkeringen heeft betaald, inhouden op het desbetreffende algemeen pensioen voor zover dat betrekking heeft op evengenoemd tijdvak.

Naar de in artikel 32 van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 gemaakte onderscheiding is Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderscheidenlijk Onze Minister van Buitenlandse Zaken bevoegd periodieke uitkeringen, welke in aard overeenkomen met pensioen, weduwenpensioen of wezenonderstand, voor de toepassing van deze wet als zodanig aan te merken.

Bij gelijktijdige aanspraak op meerdere pensioenen of uitkeringen waarop een naar aard en strekking soortgelijke toeslag wordt verleend als bedoeld in artikel 27a en artikel 27b, wordt de in die artikelen bedoelde toeslag zodanig verminderd, dat het totaal van de toeslagen gelijk is aan de maximaal op grond van genoemde artikelen toe te kennen toeslag.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd ten aanzien van de tijdstippen van ingang en van beeindiging van de beperking van de betaling beslissingen te nemen, welke in overeenstemming zijn met de strekking van deze wet.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gesteld voor de uitvoering van deze wet.

Deze wet kan worden aangehaald als "Samenloopregeling Indonesische pensioenen 1960".

De Beperkingswet Nederlandse toeslagen op Indonesische pensioenen en de Tijdelijke regeling samenloop Indonesische weduwenpensioenen en wezenonderstanden met algemeen weduwen- en wezenpensioen zijn niet van toepassing op pensioentermijnen, vallende na 1 april 1960.

Vervallen

Deze wet treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst.